'Life is a cabaret, old chum', zong Liza Minelli al in de verfilming van Bob Fosse's musicalklassieker Cabaret (1972). Als iemand dat kan beamen, is het ongetwijfeld Sam Rockwell. Van een nummertje opvoeren ter vermaak van het publiek weet hij als ervaren, licht koleriek karakteracteur alles. Hij was president George W. Bush in de politieke satire Vice (2018), hij was een beschonken nazikapitein in de Hitlerjugendkomedie Jojo Rabbit (2019) en hij was de racistische flik die Frances McDormand flankeert in Three Billboards outside Ebbing, Missouri (2017), een bijtende bijrol waarvoor hij een Oscar won. 'Alleen ben ik geen leading man. Ik ben "die gast uit die films"', beseft Rockwell, nochtans al jaren een van Hollywoods meest veelzijdige en betrouwbare huurlingen.
...

'Life is a cabaret, old chum', zong Liza Minelli al in de verfilming van Bob Fosse's musicalklassieker Cabaret (1972). Als iemand dat kan beamen, is het ongetwijfeld Sam Rockwell. Van een nummertje opvoeren ter vermaak van het publiek weet hij als ervaren, licht koleriek karakteracteur alles. Hij was president George W. Bush in de politieke satire Vice (2018), hij was een beschonken nazikapitein in de Hitlerjugendkomedie Jojo Rabbit (2019) en hij was de racistische flik die Frances McDormand flankeert in Three Billboards outside Ebbing, Missouri (2017), een bijtende bijrol waarvoor hij een Oscar won. 'Alleen ben ik geen leading man. Ik ben "die gast uit die films"', beseft Rockwell, nochtans al jaren een van Hollywoods meest veelzijdige en betrouwbare huurlingen. Het is het lot dat alle karakteracteurs - samen met een arsenaal aan plunjes, pruiken en grimassen - nu eenmaal moeten dragen. Maar als je zo goed en gebeten bent als Rockwell dan mag je af en toe ook eens in de schijnwerpers treden. Hij deed het in het door George Clooney geregisseerde Confessions of a Dangerous Mind (2002), waarin hij tv-presentator Chuck Barris speelt, die indertijd al dan niet bijkluste als CIA-huurmoordenaar. Hij deed het in Moon (2009), een sfeervolle ruimtetrip waarin hij als astronaut gek werd van het isolement. En in Fosse/Verdon, een prestigieuze, achtdelige serie uit 2019 die straks bij ons te zien is op Disney+, is hij opnieuw de hoofdattractie. Of toch een van de twee. Rockwell speelt musicallegende en meesterchoreograaf Bob Fosse, Michelle Williams incarneert diens partner Gwen Verdon, met wie Fosse van 1960 tot 1971 was getrouwd en die een hoofdrol speelde in zijn turbulente leven en veelgeprezen werk. Hoe de twee zich privé en professioneel tot elkaar verhielden, hoe Fosse's meermaals bekroonde musicalklassiekers Cabaret en All That Jazz (1979) precies tot stand kwamen, hoe drugs, affaires en een verschil in status, succes en erkenning tussen de twee voor fricties zorgden: de serie (naar de biografie van Sam Wasson en geregisseerd en geproducet door Thomas Kail, bedenker van de verrassende musicalsensatie Hamilton) werpt licht op een zwierige en saillante brok Hollywoodgeschiedenis. Fosse (1927-1987) was een geniale choreograaf, een kwetsbare macho en genereuze bohemien die naast musicals op de planken en het witte doek ook de uitstekende biopic Lenny (1974), over de controversiële komiek Lenny Bruce, regisseerde. De reeks ontmaskert hem ook als een ijdele, impulsieve, kettingrokende en rokkenjagende carrièrist. 'Bob was een complexe kerel', aldus Rockwell, die voor zijn vertolking vol swagger een Emmy-nominatie kreeg. 'Hij was een beetje een narcist, maar tegelijk ook een aardige, charmante man. Alleen had hij een obsessief, verslavend kantje. Gwen was duidelijk zijn muze, maar ook acteurs-dansers Ben Vereen en Ann Reinking waren dat. Ik denk niet dat hij ooit iemand wilde kwetsen.' Hoe dan ook maakt de serie, die zich bewust van het MeToo-tijdperk betoont, duidelijk hoe belangrijk Gwen Verdon wel was binnen hun artistieke samenwerking, ook al kreeg ze niet de credits die ze verdiende. 'Vandaar dat we het presenteren als een romantisch verhaal. Bob en Gwen waren als Siamese tweelingen: ze waren afhankelijk van elkaar. Het is een verhaal dat diep, rijk, grappig en entertainend genoeg is zodat het ook mensen kan aanspreken die helemaal niet in musicals geïnteresseerd zijn.' Dat neemt niet weg dat er in de serie, die je meezwiert door de rokerige coulissen van Hollywood en Broadway van weleer flink wat afgedanst wordt. Door Williams, die voor haar rol zowel een Golden Globe als een Emmy won. Maar ook door Rockwell, die een dansopleiding in zijn nog altijd soepele lendenen heeft zitten, maar zich tijdens de opnames gauw genoeg realiseerde dat hij geen professional is. 'Michelle en ik kunnen shaken. We zijn movers, weet je wel. Maar Bob en Gwen: dat was van een heel andere orde. Op het ene moment lijken het gewone mensen, maar dan dansen ze de bühne op en worden ze plots superhelden. Ongelofelijk gewoon.' Voor Rockwell, die zowel presidenten, psychopaten, gangsters, nazi's, religieuze fanatici als leden van de Ku Klux Klan op zijn kleurrijke cv heeft staan, was het in elk geval weer eens wat anders, al mocht hij andermaal uren in de make-upstoel zitten, nu om zich Fosse's comb-over en ringbaardje aan te meten. 'Ik heb de meeste tijd van mijn carrière in de make-upstoel doorgebracht. Twintig procent is acteren. Tachtig procent is pruiken passen.' Wat zijn eigenlijk je favoriete rollen? Sam Rockwell: Diegene die goed geschreven zijn, die waarvoor je gewoon maar het script moet volgen en op tijd op de set komen. Maar die zijn zeldzaam. Of de rollen waarvoor je vooraf een beetje bang bent, personages waardoor je geïntrigeerd bent maar waarbij je niet goed weet wat je er emotioneel of moreel van moet maken. Angst is vaak een goed teken. Zoals de racistische flik uit Three Billboards outside Ebbing, Missouri? Rockwell: Hij is een idioot met foute ideeën, maar gaandeweg transformeert hij en vindt hij verlossing. Die kerel is de nachtmerrie van Black Lives Matter, maar toch blijkt hij niet het ultieme kwaad en heeft hij een moreel kompas. Ik heb de jongste tijd veel racisten gespeeld, in Three Billboards én in The Best of Enemies (2019), een waargebeurd verhaal over een Ku Klux Klan-lid dat bevriend raakte met een zwarte burgerrechtenactiviste. Uiteraard is dat niet het terrein waar ik politiek vandaan kom, maar het is boeiend om te onderzoeken wat racisten drijft. Tijdens mijn research heb ik verschillende flikken ontmoet, en die bleken helemaal niet racistisch, maar wel erg assertief en dwingend tijdens hun patrouilles. Veel flikken zijn grote, stoere kerels, macho's ook, maar of ze ook ideologisch racisten zijn? Het is vaak complexer dan dat. Racisme is een big issue in Amerika, en Trump heeft het opnieuw een soort legitimatie gegeven, wat akelig is, maar ik denk en hoop dat er uit die polarisering en de incidenten van politiegeweld een soort catharsis zal komen. Je bent enig kind van gescheiden ouders die ook acteur waren. Hoe heeft je dat gevormd? Rockwell: Ik ben grotendeels opgevoed door mijn vader, die in San Francisco woonde. Mijn zomervakanties bracht ik bij mijn moeder in New York door. Mijn jeugd was een working-class-versie van Kramer vs. Kramer (1979), met minder speelgoed en minder designmeubelen. (lacht) Ik heb vreugde en plezier gekend, maar ook angst, woede en onbegrip. En natuurlijk put ik daaruit om mijn rollen body te geven, maar iedereen heeft die emoties wel eens beleefd. Iedereen is in staat iemand te doden. Zelfs de minzaamste mens. Als acteur moet je gewoon die plekken durven op te zoeken en meenemen wat het best bij een rol of een scène past. Wist je als kind al: ik word later acteur? Rockwell: Ik keek als kind voortdurend naar klassieke films op tv, en speelde die dan na in mijn kamer. Mijn moeder deed toneel en mijn allereerste rol was een Casablanca-sketch die ik samen met haar deed en waarin ik Humphrey Bogart speelde. Ik was tien toen, en het voelde goed om applaus te krijgen, maar het is pas veel later, toen ik studeerde aan de William Esper Studio (een befaamde acteerschool in New York waar ook William Hurt, Jeff Goldblum, Kim Basinger en John Malkovich hun opleiding genoten, nvdr.) dat ik acteren echt serieus ben beginnen te nemen. Ik heb mijn studies niet afgemaakt. Ik was beroerd op school en had makkelijk pompbediende kunnen worden. Of ober, wat ik effectief lange tijd heb gedaan om mijn rekeningen te kunnen betalen. Ik ben beginnen te acteren op mijn achttiende en pas op mijn dertigste dacht ik voor het eerst: misschien lukt het me toch om voltijds acteur te worden en word ik echt de nieuwe Robert De Niro of Gene Hackman, zoals ik als tiener vaak fantaseerde. Dat laatste is me niet gelukt, helaas. Ik heb inmiddels wel met beiden kunnen samenwerken, én een appartement kunnen kopen. Ik kan in vrede sterven. Wat deed je als jonge, worstelende acteur zo dapper doorbijten? Rockwell: Mijn mentor Sanford Meisner zei ooit: je hebt twintig jaar nodig om acteur te worden. Ik denk dat hij gelijk had. Je hebt tijd nodig om te leren, om te leven, en je moet gewoon ook een dosis geluk hebben. George Clooney heeft indertijd moeten vechten voor mij aangezien geen enkele producent me voor Confessions of a Dangerous Mind wilde - toch niet als leading man. Ik had wel wat kleinere dingen gedaan, maar ik was geen naam. Naar verluidt heeft George toen een golfclub in de muur geslagen, maar wat als hij wel zijn kalmte had bewaard? Ik heb alles te danken aan de razernij van George. (lacht)Een andere bekende George die voor jou belangrijk is, is voormalig president George W. Bush, aan wie je gestalte gaf in de Dick Cheney-biopic Vice. Rockwell: I kind of like Dubya (bijnaam van Bush, nvdr.). Niet noodzakelijk zijn politieke ideeën, maar hij is charmant en heeft humor. Ik heb veel debatten van hem bestudeerd en zelfs wanneer hij compleet de mist in gaat, voel je sympathie voor hem. Toen hij daar op 9/11 tussen die kinderen naar een verhaaltje zat te luisteren terwijl een staflid hem op de hoogte kwam brengen dat er net een terreuraanslag was gepleegd: die puppyogen deden je toch smelten? Hoe verwerk je dergelijke shockerende informatie? Wat doe je op zo'n moment? Op die kinderhartjes trappen? Hij weet het gewoon niet, wat hem menselijk en herkenbaar maakt. Ik oordeel minder hard over hem dan veel anderen. Er zijn grotere klootzakken in de Amerikaanse politiek. Donald Trump bijvoorbeeld. Die heeft de normen verlegd. Dankzij Trump is iedereen aan een opwaardering toe en lijkt iedereen haast een warme, zuivere ziel. Je speelde in het theater ook in stukken van Edward Albee, Sam Shepard en Martin McDonagh, die ook Three Billboards schreef en regisseerde. Is er een verschil met film? Rockwell: Ja, je hebt nog meer koffie nodig. Acteren in film gaat om momentopnames, om sprintjes trekken, om presteren tussen 'actie' en 'cut'. Je staat op een set, babbelt met crewleden, wacht tot het licht goed zit en plots moet je beginnen te huilen of iets gewelddadigs doen. Meteen. Vanuit het niets. Vandaar dat ik op een filmset wel eens iets geks doe om snel in het moment te komen. Ik moet woede spelen? Prima, dan sla ik die stoel uit mijn kleedkamer stuk vlak voor ik op moet, en dan denken de mensen rondom je: 'Die Rockwell is knettergek. Het was allemaal waar wat ze over hem zeiden.' Wel, neen. Andy Kaufman was gek. Ik ben professioneel. (lacht) Op het toneel ben je rustiger, en anderhalf uur gefocust. Of acht uur, tijdens de repetities. Het is meer een marathon. Slotvraag: je hebt zoveel excentriekelingen gespeeld. Is er één bepaalde scène die er voor jou boven uitsteekt? Rockwell: Goh. Ik heb veel vechtscènes gedaan, en vechten is een beetje als dansen maar dan met blauwe plekken, en zonder lindy hop, wat mijn favoriete dans is. Meestal heb je in vechtscènes een tegenstander, maar in Moon zit een scène waarin ik met mezelf vecht. Jezelf op een overtuigende manier neer meppen, da's pas acteren. Dat is enkel weggelegd voor de groten. (lacht)