De serie is gebaseerd op de gelijknamige roman van Caleb Carr, en dat is een zegen: zedankt er haar complexiteit, doorwrochte thematiek en gelaagde personages aan, drie zaken die je vaak mist bij kat-en-muisreeksen die gebaseerd zijn op originele scenario's.
...

De serie is gebaseerd op de gelijknamige roman van Caleb Carr, en dat is een zegen: zedankt er haar complexiteit, doorwrochte thematiek en gelaagde personages aan, drie zaken die je vaak mist bij kat-en-muisreeksen die gebaseerd zijn op originele scenario's. Tegelijk is dat ook een vloek: goeie literatuur levert niet noodzakelijk goeie tv of films op. Herinner u Revolutionary Road, waarin Leonardo DiCaprio en Kate Winslet elkaar elf jaar na Titanic terugvonden? De woorden van de grote dode schrijver Richard Yates brandden aldoor gaten in je ziel, maar regisseur Sam Mendes vergat er zijn eigen film omheen te bouwen. Hetzelfde geldt min of meer voor The Alienist, dat er maar niet in lijkt te slagen een eigen ritme te vinden. Het verhaal: Laszlo Kreizler (Daniel Brühl) is een psychiater die eind negentiende eeuw in New York een reeks moorden op boy whores onderzoekt - jonge jongens die zich als meisjes verkleden om lieden uit de hogere kringen hun lagere instincten te laten botvieren. Hij heeft zowel de tijdgeest als het verrotte politieapparaat tegen zich, maar de nieuwe commissaris Teddy Roosevelt - de latere president - houdt hem de hand boven het hoofd. Samen met diens secretaresse Sara Howard (Dakota Fanning), zijn vriend John Moore en de slimme Joodse tweeling Marcus en Lucius Isaacson vormt Kreizler zijn eigen schaduwkorps, dat met revolutionaire methodes - vingerafdrukken, lijkschouwingen, psychologie - achter de waarheid wil komen. Het wij-tegen-de-wereldgevoel en de gejaagde nachtelijke koetsritten geven The Alienist soms iets van een heel donker jongensboek. Koppel daaraan het fraai tot leven gewekte oude New York en een met gepaste donkerte omgeven seriemoordenaar, en je krijgt een dure en verzorgde reeks die op zijn beste momenten voor ouderwets, comateus kijkplezier zorgt, zoals de betere Britse krimi. Een reeks waarin thema's als hebzucht, schuld, corruptie, hoogmoed en een poco feminisme (met dank aan Fanning) de speurtocht een milde diepgang meegeven, zonder dat ze je te bruut uit je zaterdagse halfslaap rukken. Het probleem is dat die speurtocht heel vaak naar de achtergrond geduwd wordt door de evocatie van het tijdperk en allerhande milieuschetsen. Dat is natuurlijk een deel van de charme van historische misdaadfictie, maar je verwacht toch een dwingender ritme, dat je met onzichtbare hand naar de ontmaskering van de duivelse kinderslachter duwt. Door te slaafs de scènes van het boek te volgen - zelfs zonder dat boek gelezen te hebben, voel je soms een nieuwe alinea opdoemen - raakt de centrale vraag van de tv-kijker ondergesneeuwd: wie heeft het gedaan? Een tweede probleem is Daniel Brühl: zijn Laszlo Kreizler is een houten klaas die nooit overtuigt. Je hóórt zijn complexiteit in de dialogen, maar je zíét ze niet. Dan is Luke Evans (Gaston uit Beauty and the Beast) veel beter: zijn personage John Moore vertegenwoordigt volgens Kreizler al het goede in de mens, maar je ziet hem in elke grimas worstelen met zijn eigen driften. De eerste drie afleveringen van The Alienist werden met veel metier geregiseerd door Jakob Verbruggen, die hiernaast aan het woord komt. Voor de overige zeven komen daar nog eens vier regisseurs bij, terwijl de plotlijnen onder zeven scenaristen verdeeld werden. Daar zitten klinkende namen als Cary Fukunaga (True Detective) en indieregisseur John Sayles (Lone Star) bij, maar zou deze reeks - en televisie in het algemeen - niet beter gedijen in de handen van één man of vrouw, die het basismateriaal naar eigen goeddunken kan kneden, wars van videoconferenties, marktonderzoeken en vriendendiensten, en er zijn of haar dictatoriale wil aan opdringt? Het is maar een vraag.