Spoilerwaarschuwing: dit stuk bevat spoilers van de plot van Chernobyl. U leest het dus beter nadat u de reeks gezien hebt. Aan de andere kant: de reeks heet Chernobyl. Chernobyl. Dat zou spoilergewijs toch ergens een belletje moeten doen rinkelen.
...

Dramatische ironie wordt het genoemd, de spanning die ontstaat wanneer de kijker meer weet over wat er aan de hand is dan de personages. Welnu, zelden zat er meer dramatische ironie dan in de slotscène van de eerste aflevering van Chernobyl, waarin de omwonenden van de kerncentrale zich op een treinbrug verzamelen om naar het spektakel te kijken: een blauwe lichtstraal die uit het ontplofte dak van de kernreactor naar de hemel stijgt. De scène eindigt met as die in slow motion naar beneden valt. Als grijze sneeuw neerdwarrelend over de spelende kinderen. In een reeks die 'Chernobyl' heet, weet je dat dat niet goed afloopt. Er wordt uitstekend geacteerd in Chernobyl - Jared Harris, Stellan Skarsgård en Emily Watson stijgen boven zichzelf uit. De Lada-decors van de eighties zijn met obsessief gevoel voor detail vormgegeven. De ijskoude soundtrack van celliste en componiste Hildur Guðnadóttir, ook al te horen in Jóhann Jóhannssons muziek voor Sicario en Arrival, valt niet weg te denken. Maar wat Chernobyl een meesterwerk maakt, is de sfeer. Chernobyl gaat gebukt onder een diepdonkere, onontkoombare doem. Het zit in alles. Hoofdpersonages die weten dat ze binnen de vijf jaar zullen sterven. Drie mannen die door radioactief water waden om een klep open te zetten in het volle besef dat ze binnen de week een gruwelijke dood zullen sterven. Puinruimers die aftellen hoe lang ze op het dak moeten blijven, terwijl elke seconde er een te veel is. Helikopterpiloten die boor en zand over het vuur gooien en hopen dat ze niet uit de lucht vallen. Vaak moet Chernobyl ook niet meer doen dan die doem in beelden gieten. In de vierde aflevering volgen we drie soldaten met een loden suspensoir die van dorp tot dorp trekken om de achtergelaten honden af te maken - deel van het plan om de uitbreiding van de radioactieve besmetting te beperken. Daar zit nauwelijks een verhaallijn in. De personages worden niet ontwikkeld. De hele subplot teert op een sfeer van verlaten dorpen, droog geknal en verder stilte. Hoe het met de soldaten is afgelopen, komen we nooit te weten. Dat doet er ook niet toe. Beklijvender zal televisie dit jaar niet meer worden. Chernobyl wordt in recensies vaak vergeleken met rampenfilms als Titanic. Dat klopt, maar slechts ten dele. Rampenfilms gaan over overleven. Er zit hoop in. In Chernobyl niet. Chernobyl heeft er al voor de openingstitels komaf mee gemaakt, wanneer ze het hoofdpersonage in de allereerste scène zelfmoord laten plegen. Nog voor het is begonnen, is het al te laat. Chernobyl put dan ook uit een andere filmische traditie: de postapocalyptische film. De beelden van een verlaten Pripjat doen denken aan het Londen van 28 Days Later. De foreboding shots waarin de camera blijft hangen op radioactieve assen, radioactief water of radioactieve stenen komen uit het handboek van George R. Romero, de man achter Dawn of the Dead. De alomtegenwoordige tristesse had die van The Road kunnen zijn. De bodyhorror van de slachtoffers is vintage David Cronenberg. De crashende helikopter is zelfs een klassieker uit het genre - World War Z had er een paar jaar geleden nog een. Chernobyl bedient zich van de postapocalyptische cinema, maar met een briljante twist: het is waargebeurd. Niemand die niet gegoogeld heeft om te checken of die drie duikers echt bestaan hebben en of er echt een helikopter gecrasht is. Wellicht is het omdat er zo weinig over Tsjernobyl geweten was en de verhalen zo verbluffen, maar zelden heeft historische waarheid een grotere rol in de kijkervaring gespeeld dan bij Chernobyl. De drie duikers op een zelfmoordmissie, de mijnwerkers die tegen de klok werken om een totale nucleaire catastrofe te vermijden, de soldaten op het dak, op de rand van de gevaarlijkste plek op aarde: de doem is zo beklemmend omdat hij echt is. Correctie: grotendeels echt. Nog even terug naar die slotscène van de eerste aflevering. De treinbrug daarin - de 'Brug des Doods' - is geen verzinsel. Op de avond van de kernramp hebben zich er echt toeschouwers verzameld om te kijken naar het spektakel. Met dramatische afloop: niemand die er die avond heeft gestaan, zou het hebben overleefd. Iedereen is aan de gevolgen van stralingsziekte gestorven. Of liever: dat is het verhaal zoals Chernobyl het vertelt. De waarheid blijkt iets complexer. Dat de blauwe gloed - geïoniseerde lucht onder invloed van de hoge radioactiviteit - de vorm van een lichtstraal richting de hemel zou hebben aangenomen, noemen kernexperts sowieso onzin. Maar ook het verhaal van de brug zelf wordt in twijfel getrokken. Ja, mensen zijn op een treinbrug naar de ramp komen kijken, maar zeker niet iedereen die daar destijds stond, is gestorven. De Brug des Doods zit ergens in het waas tussen feit en urban legend. Het is niet de enige scène die na de fall-out van Chernobyl genuanceerd moest worden. De drie duikers die op een zelfmoordmissie gaan? Twee ervan leven nog, eentje stierf in 2005. Ja, er is een helikopter neergestort boven Tsjernobyl, maar dat was zes maanden later en nadat het toestel tegen een mast is gevlogen. De mijnwerkers, naakt werkend tegen een meltdown, zijn echt, maar de heroïek errond is dat niet: hun actie heeft allicht geen impact gehad. Het spookbeeld van een mogelijk onbewoonbaar Oekraïne en Wit-Rusland is sowieso een overdrijving van een worstcasescenario. Dat een reeks als deze gefactcheckt wordt, ligt voor de hand. Maar in dit concrete geval is het nog iets heviger geweest. The New Yorker publiceerde een stuk over hoe Chernobyl niets lijkt te snappen van de Sovjetsamenleving - ook de heroïek van de wetenschappers zou onzin zijn. Forbes liet een pronucleaire ecomodernist aan het woord die betoogde dat de reeks elk fundamenteel begrip van hoe radioactiviteit werkt, lijkt te missen - slachtoffers veranderen niet in een soort zombies en foetussen kunnen geen straling absorberen, om maar de flagrantste fouten te noemen. De bottomline: de doem van Chernobyl is fake. De reeks doet zich voor als geschiedschrijving, maar is een Hollywoodversie van de feiten die zich bedient van dramatiek en suggestie. En dat doet ertoe. 'Er bestond een narratief vacuüm omtrent de ramp van Tsjernobyl', schreef The New Yorker - er waren geen wijdverbreide verhalen over, weze het in boek, film of muziek. 'Met Chernobyl lijkt dat vacuüm nu gevuld te worden door de gefictionaliseerde versie van de feiten.' Anders verwoord: de Brug des Doods zal in de hoofden van de kijkers straks een feit worden, geen fictie. Het is een valabel punt. Alleen: het is naast de kwestie. De makers waren zélf op de hoogte van de problematische kant van Chernobyl. Meer zelfs: ze hebben er een podcastreeks van gemaakt. Niet iedereen weet ervan, maar samen met de vijf afleveringen van Chernobyl zijn er ook vijf podcasts van een uur uitgebracht - vrijelijk te beluisteren via Spotify of een ander podcastplatform - waarin de makers uitgebreid bespreken wat waar is, wat een verdichting is en welke afwegingen ze hebben gemaakt om iets al dan niet te gebruiken. Dat is bij momenten even interessant als de reeks zelf: niet alleen omdat het de antwoorden zijn op alle vragen waar u na de reeks mee zit, maar ook omdat ze een inkijk geven in hoe groot het waas is dat er nog altijd over Tsjernobyl hangt. Er is heel weinig geschiedschrijving over, er zijn nog altijd veel leugens en onduidelijkheden - de officiële dodentol van de ramp is nog altijd 31. Wat Sovjetpropaganda, wat pronucleaire hineininterpretierung is en wat feiten zijn: het is nog altijd lang niet duidelijk. Elke reeks of film die zich aan technologie, geschiedenis of wetenschap waagt, wordt vandaag door het internet uit elkaar gehaald. Elke reeks of film die met waargebeurde verhalen speelt, krijgt een backlash over wat er wel en niet klopt. Chernobyl lijkt een antwoord te hebben gevonden: totale transparantie voor wie dat wil. Maar er is nog een andere reden waarom die kritiek op Chernobyl er niet toe doet. De makers wisten dat ze een verhaal aan het construeren waren. Dat was net het hele punt van de reeks. Eigenlijk laat Chernobyl pas in het slot zijn ware gezicht zien. In de vijfde en laatste aflevering neemt de reeks een onverwachte wending. De postapocalyptische sfeer blijft plots achterwege, de serie verandert in een rechtbankdrama. Valeri Legasov, bij gebrek aan een beter alternatief de held van het verhaal, moet getuigen op het proces tegen de verantwoordelijken van de kernramp - Djatlov, de hoofdingenieur van de centrale, en twee van de apparatsjiks die boven hem stonden. De centrale vraag is of Legasov de waarheid zal vertellen. De waarheid is namelijk dat de echte verantwoordelijke niet op de beklaagdenbank zit: het Sovjetsysteem. Dat is de ware bad guy: het systeem dat cruciale informatie over de reactor achter heeft gehouden voor de mensen die ermee moesten werken, omdat die staatsgeheim was. Het systeem dat maakte dat wetenschappers niet geloofd werden omdat hun feiten niet in het officiële verhaal pasten. Het systeem dat vond dat de wetenschap achter een nucleaire reactor ondergeschikt was aan de belangen van de partij. 'Ooit vreesde ik voor de prijs die we voor de waarheid moesten betalen', horen we Legasov zeggen. 'Nu vraag ik me af: wat is de prijs van leugens?' Het is waar Chernobyl naartoe werkt. Als mensen met verantwoordelijkheid liegen en blijven liegen, weet je na een tijd niet meer wat de waarheid is. Het is een punt dat veel ruimer gaat dan Tsjernobyl alleen. Showrunner Craig Mazin - vreemd genoeg ook de scenarist van Scary Movie 2, Scary Movie 3, The Hangover II en The Hangover III, informatie die we nog altijd aan het verwerken zijn - is de reeks beginnen te schrijven in 2016. Het jaar waarin de brexit gestemd werd, waarin Trump tot president van de Verenigde Staten verkozen werd en waarin Oxford Dictionaries 'post-truth' uitriep tot woord van het jaar, een term die 'de omstandigheden benoemt waarin objectieve feiten minder invloedrijk zijn in de publieke opinie dan argumenten die beroep doen op emotionele en persoonlijke overtuigingen'. Het is niet moeilijk om te zien hoe Chernobyl geschreven is tegen die achtergrond. Post-truth had een term uit 1986 kunnen zijn. Tsjernobyl is kunnen ontstaan in een wereld waarin waarheid niet van tel was. Tsjernobyl is wat je krijgt wanneer een land de omvang van een kernramp geheim probeert te houden omdat het niet bij het imago naar de buitenwereld past. Wanneer gezegd wordt dat het stralingsgevaar meevalt, simpelweg omdat de meters hogere straling niet kunnen meten. Wanneer mensen een kernreactor tot het uiterste drijven omdat ze anders ontslagen worden. Leek die wereld in 1986 nog beperkt tot de Sovjet-Unie, dan zag dat er dertig jaar later anders uit. 'Het zat niet alleen in het Sovjetsysteem. Het zit in ons als mensen', zegt Mazin in Hollywood Reporter. 'Een soort wil om dingen te ontkennen. Een soort groepsdenken. Het gaat verder dan één partijlijn.' Het is eigenaardig, maar op een manier lijkt een totalitaire staat op een samenleving waarin alle informatie vrijelijk circuleert op het internet en gepusht kan worden. Het effect is hetzelfde: de waarheid verliest haar waarde. Met Trump heeft Amerika een president die, samen met zijn fans, gelooft dat er meer volk op zijn inauguratie was dan die van Obama, ook al heeft elke factcheck dat weerlegd. Met Boris Johnson heeft het Verenigd Koninkrijk straks misschien een premier die heeft gezegd dat de Europese Unie de Britten 10 miljard pond per jaar kostte, wetende dat dat een leugen is. 'Als de waarheid niet meer van tel is, stellen we onszelf tevreden met narratieven', horen we Legasov nog zeggen. Dat is de prijs die we voor leugens betalen. Het gaat er niet over of het waar is, het gaat erover of het een goed verhaal is. Het lijkt bijna een analyse van onze tijd. Wetenschappers die voor de gevolgen van klimaatopwarming waarschuwen, worden als bangmakers weggezet. Politici zien complottheorieën achter de klimaatbetogingen. Partijen met het helderste narratief - stop migratie en onze welvaart is gewaarborgd - winnen verkiezingen, los van de haalbaarheid van die plannen of de echte uitdagingen die ons te wachten staan. Vandaar ook de podcast. 'Het laatste wat ik wilde, was zeggen: "Nu ken je de waarheid." Nee, die ken je niet. Je weet iets van de waarheid en je weet dat sommige dingen gedramatiseerd zijn. We ondermijnen het narratief dat we zelf opgebouwd hebben', aldus Mazin in Vox. Dat is het punt dat Chernobyl wil maken. De reeks is geen poging tot geschiedschrijving, geen pamflet tegen kernenergie of geen veroordeling van de Sovjet-Unie. Het is een parabel voor de prijs die we moeten betalen wanneer zo veel mensen liegen dat we de waarheid niet meer herkennen en de helderste en simpelste verhalen winnen. In 1986 was die prijs een kernramp van ongeziene omvang. Qua parabel kan dat tellen.