Een week voor de eerste lockdown verhuisde Matteo Simoni met zijn vriendin en hun kersverse baby naar een huis in het centrum van Antwerpen, waardoor de hele periode als een soort langgerekte vakantie aan hem voorbijtrok. 'Het was alsof we in een Airbnb zaten én een upgrade hadden gekregen - want er is een tuintje bij. Ik wou drie maanden na de geboorte van mijn kind weer de vleugels uitslaan, maar toen kreeg ik er drie maanden in mijn kleine familiebubbel bovenop. Ik heb tot nog toe eigenlijk een topjaar beleefd.'
...

Een week voor de eerste lockdown verhuisde Matteo Simoni met zijn vriendin en hun kersverse baby naar een huis in het centrum van Antwerpen, waardoor de hele periode als een soort langgerekte vakantie aan hem voorbijtrok. 'Het was alsof we in een Airbnb zaten én een upgrade hadden gekregen - want er is een tuintje bij. Ik wou drie maanden na de geboorte van mijn kind weer de vleugels uitslaan, maar toen kreeg ik er drie maanden in mijn kleine familiebubbel bovenop. Ik heb tot nog toe eigenlijk een topjaar beleefd.' Simoni kon de rust goed gebruiken, want vanaf nu gaat het weer hard. Deze maand begint hij met Bruno Vanden Broecke en Ruth Beeckmans te schrijven aan een nieuw project waarin ze, na de film Trio uit 2019, opnieuw de krachten willen bundelen. Verder denkt hij na over een reeks die de geschiedenis van de Italiaanse migratie naar Limburg vertelt en gaat hij nog eens in een stuk van FC Bergman spelen. En intussen zijn er promotieverplichtingen. Voor de Finse misdaadreeks Cold Courage, vanaf volgende week op Streamz, waarin hij voor het eerst in het Engels acteert. Maar vooral voor de film The Racer en De bende van Jan de Lichte, een serie waarop hij zichtbaar trots is. We spreken in Antwerpen af op een boogscheut van de Bolivarplaats, waar het beeld dat kunstenaar Roel D'Haese van de achttiende-eeuwse rovershoofdman maakte pontificaal naast het gerechtsgebouw staat. Matteo Simoni: Eindelijk Jan de Lichte, zeg! Het heeft echt lang geduurd. Precies alsof ik gedroomd heb dat ik ooit als een Vlaamse Che Guevara in de bossen van Kluisbergen rondliep. Herinner je je nog iets van de shoot?Simoni: Ik weet nog dat het geweldig was om met al mijn vrienden om me heen in zo'n grote reeks te spelen. Maar het was niet evident. Door de omvang van de productie, en door die vreemde tijd waarin de reeks zich afspeelt, duurde het acclimatisatieproces iets langer dan normaal. Je moet je dat voorstellen, met al die zwaarden en die botten tot over onze knieën, en daar dan een soort pyjama onder. Het heeft even geduurd voor we daaraan gewend waren en we niet meer bij elke scène moesten lachen. We draaiden ook helemaal niet chronologisch, en men was constant tegen de klok scenario's aan het herschrijven. Ik heb zelfs scènes gespeeld waarbij ik niet wist waar ik vandaan kwam of waar ik naartoe ging.Waarvoor waren die rewrites nodig? Simoni: Voornamelijk om financiële redenen. De eerste versie telde massa's stunts met paarden en honderden gevechten, maar dat was binnen het budget en de tijd die we hadden niet mogelijk. Dus moest er gesnoeid worden, bijvoorbeeld door niet ieder personage in een scène zijn eigen paard te geven. Als je er een paar te voet laat gaan, dan is de draaidag minder lang en wordt het financieel interessanter. De paarden zijn dus de dupe geweest. Er hebben een paar knollen echt de rol van hun leven gemist. (lacht)De bende van Jan de Lichte is heel los gebaseerd op het gelijknamige boek van Louis Paul Boon, een schelmenroman uit 1957 met een heel politieke ondertoon. Zit die politiek ook in de reeks? Simoni: Aangezien het gaat om een burgemeester die zich aan de macht vastklampt, over hypocrisie en afgunst en de strijd van het gewone volk, is het sowieso een politieke reeks. Maar het is niet zo dat de regisseurs (Robin Pront en Maarten Moerkerke, nvdr.) iets hebben willen zeggen over de wereld van vandaag, dat er een onderliggende aanklacht in zit. Het is eerder iets om met de hele familie naar te kijken. En wie weet kun je je als jongere van veertien wel identificeren met die bende die tegen het onrecht vecht. Al vind ik Jan de Lichte zelf, met zijn eeuwige gevecht voor het goede, wel een beetje een seut. De personages errond zijn grootser, vuiler, gemener, die hebben allemaal bijbedoelingen. Ik weet nog dat ik weleens dacht: dju, waarom speel ik nu weer de Robin Hood? Hoe politiek ben je zelf? Simoni: Ik zal me niet snel politiek uitspreken. Als acteur probeer ik me in te leven in verschillende soorten personages, en ik vind het tof dat mensen zo weinig mogelijk weten waar ik echt voor sta. Ik hoop zo als acteur een langere houdbaarheidsdatum te hebben. En op het moment dat de politiek je eigen sector gaat tegenwerken? Bijvoorbeeld door in subsidies te snoeien, of de andere kant op te kijken tijdens een pandemie? Simoni: Natuurlijk vind ik dat verschrikkelijk. Ik ben vorig jaar ook op straat gekomen, en als ik er zoals nu om gevraagd word, geef ik mijn mening. Maar ik ben geen Jan de Lichte die het voortouw neemt. Ik ben veeleer een stille activist, al denk ik soms dat ik wat meer mijn stem zou moeten laten horen. Misschien ben ik te braaf. Dat snoeien in de projectsubsidies vond ik verschrikkelijk. Ik ben ermee groot geworden: we kregen met FC Bergman een klein bedrag dat we helemaal in onze decors staken, zodat we konden beginnen. Een kunstenaar heeft tijd nodig om zijn stem te vinden. Bij sommigen duurt dat een jaar, anderen doen er drie jaar over en beslissen dan dat ze toch beter iets anders doen. En al die tijd maken die subsidies een verschil. Is het ook door die houdbaarheidsdatum dat we je nooit in tv-spelletjes of panelquizzen zien opduiken? Simoni: Deels wel. Als je als acteur wil blijven verrassen, is het heel belangrijk dat je je geheimen niet prijsgeeft. Als de mensen mij in het echt leren kennen, hoe ik lach, wat mijn manier van doen is, dan wordt dat moeilijker. Door Marina en Safety First ben ik een tijdlang overal geweest. En dat was goed, maar ik wil nu iets anders dan ik toen wou. Daarnaast zegt in een panelquiz zitten en moppen tappen me ook niets: mijn tenen beginnen nu al te krullen. Met een programma als De Mol ligt het anders. Ik wil dat spelletje dolgraag eens meespelen, of beter nog: de mol zijn. Maar tegelijk weet ik dat ik waarschijnlijk toch nee zal zeggen als ik ooit dat telefoontje krijg. Omdat je onzichtbaar wil zijn zolang er geen werk te promoten valt? Simoni: Voilà. Ik heb de laatste jaren slechts twee interviews gegeven terwijl er niks uitkwam, en ik heb me nog nooit zo gelukkig gevoeld. Want waarover moet ik anders praten? Ik moet mezelf niet aan u gaan uitleggen, ik wil over dat werk praten, over de regisseurs, over wat mij inspireert. Als acteur wil ik echt de speelbal zijn van de regisseur. Ik kan me anders voorstellen dat die panelshows voor veel acteurs een welgekomen aanvulling op hun inkomen betekenen. Simoni: Dat is ook waar. Ik heb vier jaar geleden een droom uitgesproken en ik mag heel bescheiden zeggen dat ik die aan het realiseren ben. Dat ik fijne projecten mag maken met interessante mensen, en daarmee mijn rekeningen kan betalen. Mijn job geeft me enorm veel energie. Heb je het nu over een film- of tv-droom? Was die evolutie, weg van het theater, iets wat je bewust hebt nagestreefd? Simoni: Ja, maar ik heb er wel twee à drie jaar mee geworsteld. Uit de artistieke kern van FC Bergman stappen en zeggen: 'Mannen, ik wil wel blijven als acteur, maar niet meer om de dingen mee uit te denken.' Nu, ik kende daar al langer mijn plaats in. De hiërarchie binnen Bergman is op een heel natuurlijke manier ontstaan, en binnen dat geheel was ik vooral de acteur. Maar het is tof dat je dat op een bepaald moment doorhebt en er je conclusies uit trekt. Ik heb nu meer vrijheid. Ik kan aan mijn eigen carrière timmeren en af en toe thuiskomen bij mijn anarchistische vriendjes. Maar je acteert dus liever voor tv of film? Een apart standpunt.Simoni: Ik probeer nog elk jaar een voorstelling te doen, maar op tournee gaan vind ik niet zo leuk. Het gevecht om avond na avond die rol vers te houden, vind ik heel heftig. Ik word er niet altijd gelukkig van. Mijn systeem aardt beter binnen 'actie' en 'cut' dan bij gedoofde zaallichten. Je hebt op een set ook nooit dat stemmetje dat zegt: 'Awel, zit hij klaar, je volgende zin? Zeg eens?' Als een scène niet zo goed gaat, dan gaan we over naar de volgende. En die lukt misschien iets beter, waardoor je weer energie krijgt. Dat is een ander soort teamsport. Straks bedenk je je nog over die voorstelling met Bergman.Simoni:(lacht) Ik zou het theater nooit loslaten, maar ik word er een klein, bang mensje van. En na de voorstelling komt dan die zoektocht naar bevestiging in de foyer waar ik mezelf op betrap, terwijl ik het zo lelijk van mezelf vind. Dan denk ik: je zult hier toch niet zitten vissen naar complimenten? Maar je bent zo kwetsbaar. Je hebt net gespeeld, je hebt net gedoucht. Je zit nog vol adrenaline, je hebt die pint nodig aan de toog om te acclimatiseren. En als er dan iemand op je schouder klopt en zegt: 'Ei, schoon decor', dat is om van te sterven. Bij film ligt dat anders. Tegen dat die een jaar later uitkomt, kan ik de reacties beter relativeren dan wanneer ik net het toneel af kom. En zeker drie jaar later. (lacht)Je hebt tegenwoordig veel werk te promoten. Deze week verschijnt ook de Iers-Belgische wielerfilm The Racer, waarin je naast Louis Talpe rijdt. Veel gefietst? Simoni: Toch wel, alleen had ik nooit bergen gedaan. De film draait rond de Tour de France van 1998, die in Ierland van start is gegaan. Ik was de kopman, en toen ik voor bepaalde scènes tot vijftien keer toe dezelfde berg moest opfietsen én de sprint winnen, zat ik wel op mijn tandvlees. Ik heb vooral veel bijgeleerd, want ik kende de koers niet. Ik wist niet dat er ploegen en strategieën waren, of wat een kopgroep en een peloton is. En al helemaal niet hoe gevaarlijk dat is. We fietsten met een peloton van zestig man: profs, semiprofs, amateurs, figuranten en acteurs. En daar nog eens die motors tussen om alles te filmen. Gelukkig is Louis Talpe, die de hoofdrol speelde, een echte wielrenner. Als hij op zijn zestiende beslist had om voluit voor de sport te gaan, dan was dat een van de besten van België geworden. Hij heeft de wielerscènes grotendeels uit handen van de regisseur genomen. Hoe bedoel je? Simoni: De regisseur (Kieron J. Walsh, nvdr.) had daar niet echt de knowhow voor. Die wilde vooral een film maken over een klein Iers dorpje dat op zijn kop staat wanneer die hele Tourkaravaan daar neerstrijkt, en over de rivaliteit tussen al die mannen die aan de epo zitten en elkaar willen afmaken. Maar Louis, die goeie vrienden in het echte peloton heeft, vond dat alles moest kloppen, van de banden over de versnellingen tot de manier waarop een sprint werd aangetrokken. Hij zette ons rond een tafel met elk een miniatuurversie van onszelf voor ons - de mijne zelfs met een gele trui - en dan bereidden we de sprint voor. Wat Louis ook deed, in dat peloton van zestig man waarin ik niet altijd op mijn gemak was, was me in een safe zone zetten, zodat ik altijd een uitweg had. Allemaal dingen waar je als leek niet bij stilstaat. Een echte helper, dus. Simoni: Ja, want daar draait het verhaal ook om, wat eigenlijk een heel origineel standpunt voor een sportfilm is. Op een gegeven moment vraagt iemand op café aan Dom, het personage van Louis: 'You're not supposed to win?' Nog zoiets wat ik niet wist. Hoe genereus moet je zijn om aan topsport te doen zonder ooit te mogen winnen? Over winnaars gesproken: hoe zit het met Robin Pronts film over de Zillion, waarin jij de rol van Dennis Black Magic speelt?Simoni: De opnames zijn een heel jaar uitgesteld. Als er één film is die op het einde van de rij staat en pas als laatste opnieuw in gang zal worden gezet, is het die wel. Want een film waarin mensen halfnaakt tegen elkaar staan te dansen kun je alleen full monty draaien. Dan mag je niet herschrijven omdat je rekening moet houden met afstanden. Dus gaan we pas volgende zomer herbeginnen - als het dan al kan. Je kent Dennis Black Magic intussen beter dan de meesten onder ons. Is hij blij dat er een film komt? Simoni: Als je zijn Facebook en Instagram bekijkt, zie je dat hij heel fier is. En wat wil je: dat er een film over je wordt gemaakt, wil toch wat zeggen? Ik ken hem intussen vier jaar. De eerste keren dat ik hem zag, zat hij nog in de gevangenis. In de aanloop naar de film hebben we elkaar heel veel gesproken. We zijn bij hem thuis door het scenario gegaan, ik heb zijn maniertjes bestudeerd. Ik was zelfs tien kilogram vermagerd, en toen werd alles afgelast. Ik had er nochtans heel veel zin in, want Dennis is een heel filmisch personage. Hij lijkt zo weggelopen uit Goodfellas, toch? Tot slot: wat hebben jij en Sofia Coppola met elkaar gemeen?Simoni: Geen idee. Zelfde sterrenbeeld of zo? Fout. Jullie hebben allebei jullie filmcarrière gestart als baby. Zij in The Godfather, jij in Boerenpsalm. Simoni:(lacht) Een eerste regieassistent met wie ik veel samenwerk, heeft die rol een paar jaar geleden aan mijn IMDb-pagina toegevoegd. Ik kom misschien anderhalve minuut in beeld. Ik lig in de armen van Christel Domen, maar ik weet niet of zij weet dat ik dat was. Hield het je als kind bezig dat je in die film te zien was? Ligt daar de kiem van je acteurschap? Simoni: Ik weet het niet. Het is alleszins toevallig dat mijn moeder me daarnaartoe heeft gebracht. In de crèche waar ik zat hing op een gegeven moment het bericht op dat ze baby's zochten voor een film. En omdat de opnames in Bokrijk waren, waar ze altijd met mij ging wandelen, heeft ze me meegenomen. Ze zal het al in je gezien hebben.Simoni: Wie weet. Ik zal het haar eens vragen.