Aan de keukentafel van Mario Goossens in Heusden-Zolder tokkelt Karel Van Mileghem, bedenker en regisseur van Paradise City, gemoedelijk op een akoestische gitaar. 'Naast regisseur is Karel ook een hele goede gitarist', lacht Goossens. De drummer van Triggerfinger is een betrouwbare bron, want hij producete twee albums voor Van Mileghems band Jacle Bow.

De afgelopen maanden reisden de twee heren de wereld rond voor de nieuwe Canvas-reeks Paradise City, op zoek naar gemeenschappen die rampen hebben meegemaakt en erbovenop proberen te komen door, onder meer, muziek. Zes daarvan haalden de reeks: New Orleans, Belfast, Hiroshima, Haïti, Detroit en de Rwandese hoofdstad Kigali.

Dat Goossens zelf muzikant is en dus overal een potje kon meetrommelen, is volgens Van Mileghem niet onbelangrijk: 'Door mee te spelen, bouwde Mario meteen een band op met de mensen, waardoor ze direct over het diepste van hun ziel begonnen te praten. Ze hadden niet het gevoel met een journalist te spreken, maar met een medemuzikant. Dat maakte de sfeer al heel wat lichter.

Goossens: De aflevering over Hiroshima is daar een goed voorbeeld van. Veel overlevenden van de kernramp hebben hun verhaal jarenlang stilgehouden, zelfs voor hun eigen familie, maar beseffen nu dat zij de enigen zijn die het echt kunnen vertellen. Zij zijn de laatste generatie.

Achter het drumstel voel je je op je gemak, Mario, maar hoe was het om voor het eerst te presenteren?

Goossens: 'Ik ben met iets bezig, en ik denk dat gij dat keigoed zou doen', zei Karel eens tegen mij. 'Ik denk het niet' was mijn antwoord. Tot drie keer toe. (lacht) Uiteindelijk hebben we dan toch maar een pilootaflevering gedraaid in New Orleans. Het was wat wennen aan de camera's, maar we zijn gewoon blijven doorgaan.

Wat heeft je het meeste verrast?

Goossens: Elke stad verraste op haar eigen manier. Detroit heeft vaak een negatieve bijklank, maar ik wilde achteraf metéén teruggaan. Belfast is grauw, maar zit vol ijzersterke verhalen en mensen. Uiteindelijk willen we positieve verhalen brengen en vonden we die ook, al zitten die soms in de hoekjes verstopt.

Van Mileghem: Daarom noemen we het ook Paradise City, hé. In sommige steden vonden we op de meest onverwachtse plaatsen toch het paradijselijke. In Haïti zagen we midden in een grauwe wijk een prachtige kunstgang, maar ook daar zeiden ze op een bepaald moment tegen ons: 'Tot hier en niet verder, hierna kunnen we je veiligheid niet garanderen.'

Heb je je ooit echt onveilig gevoeld tijdens het filmen?

Van Mileghem: Een paar keer wel ja, jammer genoeg. In New Orleans gingen we iets te naïef bepaalde wijken in, waar we serieus wat geld op tafel moesten leggen om dingen gedaan te krijgen.

Ook in Port-au-Prince was het even slikken. In de reeks zie je hoe rara-muzikanten (rara is een Haïtiaans genre hoofdzakelijk gespeeld in processies, nvdr.) al spelend door de straten lopen. Ik dacht dat dat op z'n Amerikaans ging zijn, zoals een marching band, maar die mannen begonnen ineens tegen vijftien kilometer per uur een heuvel af te lopen, met tientallen mensen in hun kielzog. Probeer dat maar eens te filmen (lacht). Ik heb nog even achterop een motor meegereden, tot ik ineens knallen naast me hoorde. Mensen waren gewoonweg in pure extase in de lucht aan het schieten. Toen ik onze fixer in de lucht zag kijken en vroeg waarom hij dat deed, antwoordde hij doodleuk: 'These bullets, you never know where they're gonna land!'

In Kigali: 'We kwamen soms verhalen tegen waar we oprecht een film van hadden kunnen maken. Het waren bijna sprookjes.' © -

Hoe hebben jullie de steden gekozen?

Van Mileghem: De belangrijkste voorwaarde was dat de ramp een hele stad had geraakt. Daarnaast wilden we qua tijd en locatie wat spreiding: zo konden we over heel de wereld spreken met zowel jongere als oudere getuigen.

De afleveringen in Belfast en Port-au-Prince zaten tjokvol interviews met mensen die in het conflict verwikkeld waren of erin waren opgegroeid. Waren die in Hiroshima niet een pak moeilijker te vinden?

Goossens: Daar waren we inderdaad bang voor. Net zoals bij de andere steden hadden we voor Hiroshima flink wat research gedaan, maar uiteindelijk moesten we naar de stad vertrekken met maar één contact ter plekke. Niet enkel door de oudere generatie, maar ook omdat het internet daar volledig in het Japans is. Uiteindelijk kon onze tolk ons gelukkig nog wel verder helpen.

Van Mileghem: We dachten wel dat Hiroshima wat moeilijker zou worden en hebben die aflevering daarom bewust als tweede gefilmd. Nadat we onze pilootaflevering in New Orleans hadden voorgesteld, luidde de kritiek: 'Zo is het wel makkelijk hé, een muziekverhaal gaan zoeken in een wereldberoemde muziekstad'. Da's waar, dachten we, en dan zijn we maar naar Hiroshima gegaan.

Jullie vertellen nochtans evenzeer een politiek en geschiedkundig verhaal als een muziekverhaal.

Van Mileghem: Dat is waar. Muziek is in de reeks eerder onze leidraad, waarmee we naar de politieke, sociologische aspecten kunnen kijken.

Goossens: Belangrijk is vooral: 'Wat heeft muziek voor hén gedaan?'. De mensen die we interviewden, waren door het leven getekend. Ze vertelden geen bullshitverhalen. Wij wilden weten hoe muziek die mensen uit de miserie heeft getrokken en naar een betere plaats heeft gebracht.

Van Mileghem: We kwamen soms verhalen tegen die we zo in een film kunnen gieten. Het waren bijna sprookjes. Ik was verbaasd van de verschillende gedaanten die muziek kan aannemen en hoe muziek ingezet kan worden voor een gemeenschap. Zo hebben we een fantastisch verhaal gehoord in Hiroshima.

Goossens: Kom, vertel het nog eens!

De familie Yanagawa

Van Mileghem: Met het vallen van de atoombom verdween ook alle muziek uit de stad. Alle platen waren gesmolten, de instrumenten vernield. Voor de Japanners draaide het in de maanden na de bom enkel rond overleven. Een van hen, Tadakata Yanagawa, besefte dat hij en zijn landgenoten niets hadden om zich mentaal aan op te trekken. Hij opende zijn eigen café, Musica, waar met moeite tien mensen konden zitten. Omdat niemand geld had, ruilde hij koffie en chocolade - die hij zelf van de Amerikanen kreeg - voor wat de mensen konden bieden. Een tekenaar betaalde met een tekening, een dichter met een stuk poëzie. Toch miste café Musica één cruciaal ding: muziek. Ondanks de hongersnood ging Yanagawa naar de zwarte markt, waar hij in ruil voor een grote zak rijst een grammofoonplaat en een plaat met de negende symfonie van Beethoven op de kop tikte.

Hij legt de plaat voor het eerst op bij oudjaar, en heel het café loopt vol. Voor het eerst sinds de bom - het is nu oudjaar 1946 - horen de mensen weer muziek. Het zou het eerste zijn wat zijn zoon zich herinnert: mensen aan het raam, die in de sneeuw naar de muziek staan te luisteren. Door de smeltende sneeuw op hun gezicht lijkt het alsof ze aan het wenen zijn. Elk jaar legt Yanagawa de plaat op oudjaar op, tot hij twintig jaar later zijn zaak sluit. Yanagawa's zoon zegt zijn job als bankier op om het café open te houden tot op de dag van vandaag, meer dan vijftig jaar later. Volgend jaar sluit hij het café en geeft hij alles wat er nog staat weg - stoelen en tafels, maar ook een vleugelpiano en de originele plaat. 'Alles zit in mijn hart', vertelt de zoon, 'en nu moet ik me voorbereiden op mijn eigen einde'.

Je zegt zelf dat 'opvallend veel muziekgenres hun oorsprong in miserie vinden'. Hoe komt dat denk je?

Van Mileghem: Als iemand in een onmogelijke situatie zit, is muziek vaak de enige houvast die mensen hebben.

Goossens: Niet alleen muziek hé, kunst in het algemeen. Toch verbaasde het me hoeveel kracht muziek kan geven, niet alleen aan mensen, maar aan een hele gemeenschap. Dat ontbreekt hier nog vaak. Het gaat daar helemaal niet over goede of slechte muziek, enkel om een goed gevoél. Het is zo banaal om te zitten klagen omdat een optreden wat minder goed was. Je moet fucking blij zijn dát je op het podium kan staan!

Totaalconcept

De reeks op Canvas is niet het enige dat Van Mileghem en Goossens op de wereld loslaten: er volgt nog een fotoboek, een radioprogramma, een album én een theatertournée. 'Eerst wilden we gewoon een documentaire over New Orleans maken', zegt Van Mileghem, 'maar door de goede reacties is dat zijn eigen leven beginnen leiden en zijn al die zijprojecten er vanzelf bijgekomen. Die spin-offs hebben mij enorm geholpen om alles te kunnen plaatsen, waardoor ik de afleveringen naar een hoger niveau kon tillen'.

Van Mileghem: Het fotoboek is toevallig op dat lijstje komen te staan: de foto's die onze fotograaf had gemaakt waren zó straf dat we er wel iets mee moesten doen. We stapten met dat idee naar uitgeverij Lannoo, die ons direct contacteerde omdat ze er een internationaal fotoboek van wilden maken. Niet enkel met foto's, maar ook met verhalen, in het Nederlands én het Engels.

Daarnaast schreven jullie ook nog eens alle muziek voor de reeks.

Goossens: Hoe meer je zelf doet, hoe meer je verdient! (lacht) We brengen de reeks internationaal uit, dan zijn bekende nummers niet te betalen. De documentaire is een soort leidraad bij het album dat we uitbrengen, maar er staan ook heel wat nummers op die niet in de reeks voorkomen. We maken gewoon graag muziek samen. Wat daar uiteindelijk mee gebeurt, dat zien we later nog wel.

Is de cirkel rond of komt er een vervolg?

Van Mileghem: Ik had in totaal twaalf steden in gedachten, waarvan we uiteindelijk de helft hebben gefilmd. Als het eerste seizoen goed ontvangen wordt, bestaat de kans wel dat we er mee verdergaan. Voorlopig zijn we echter nog druk in de weer met dit seizoen, zeker met de theatervoorstelling.

Hoe zal die eruit zien?

Van Mileghem: Heb je ooit de gasten van Belpop Bonanza gezien? Die hebben een soort wisselwerking waarin ze plaatjes draaiden en ondertussen verhalen vertelden over de geschiedenis van de Belgische pop. Zo willen wij verhalen vertellen over de zes steden die we bezochten. Maar we gaan vooral héél veel muziek spelen, met een liveband.

Paradise City begint op 4 oktober op Canvas. Elke maandag praten Mario Goossens en Karel Van Mileghem na in het Radio 1-programma Wonderland.

Eind oktober is het fotoboek beschikbaar bij Uitgeverij Lannoo, en ook het album wordt dan - onder artiestennaam Starman - op de wereld losgelaten. Ook de theatertournee gaat rond die tijd van start en trekt het hele najaar lang door Vlaanderen.