Streamingdiensten als Netflix en Amazon worden steeds belangrijker in ons medialandschap. Op die manier zijn ze stevige concurrentie voor Vlaamse zenders én distributeurs, zoals Telenet en Proximus. Zij moeten het Vlaamse mediadecreet volgen en vallen onder enkele regels waaronder de streamingdiensten niet vallen.
...

Streamingdiensten als Netflix en Amazon worden steeds belangrijker in ons medialandschap. Op die manier zijn ze stevige concurrentie voor Vlaamse zenders én distributeurs, zoals Telenet en Proximus. Zij moeten het Vlaamse mediadecreet volgen en vallen onder enkele regels waaronder de streamingdiensten niet vallen.Zo moeten grote distributeurs als Telenet en Proximus jaarlijks ongeveer 1,3 euro per abonnee investeren in Vlaamse audiovisuele producties. Dat kunnen ze doen door zelf reeksen te financieren of door geld te stoppen in het mediafonds. Zo zal de tweede reeks van Callboys, net als de eerste, gefinancierd worden met geld van Telenet. Streamingdiensten als Netflix of Amazon Prime, ook wel over-the-topdiensten genoemd, hoeven geen geld in Vlaamse fictie te stoppen. Een moeilijke situatie, zegt Tim Raats, professor mediastudies aan de Vrije Universiteit Brussel, die samen met Econopolis onderzoek deed naar de toekomst van televisiefictie in Vlaanderen'Grote platformen als Netflix nemen heel veel kijkers weg van klassieke media in alle landen waar ze actief zijn, maar ze investeren hun geld enkel in grote markten. Zo pompte Netflix wel geld in de Franse reeks Marseille en in het Britse The Crown', zegt Raats. Daarnaast kondigde Netflix pas nog 400 extra jobs aan in haar hoofdkwartier in Amsterdam, samen met nog vijf andere nieuwe series van Europese makelij. Maar geen van alle zijn ze made in Belgium. En toch moet het kunnen, vinden Katia Segers (SP.A) en Bart Caron (Groen), beiden lid van de mediacommissie in het Vlaams Parlement. Daar werd het vraagstuk al eerder besproken. Segers en Caron willen dat streamingdiensten verplicht worden te investeren in Vlaamse fictie. Daartegenover willen ze de diensten ook de mogelijkheid geven om uit het mediafonds te putten voor hun eigen 'Vlaamse producties'. Segers pleit zelfs voor een verdere regulering van streamingdiensten over zaken als product placement. 'Een speler als Netflix hoeft zich niet aan de spelregels te houden en geeft niet thuis wanneer ze gewezen worden op de bestaande mediarichtlijnen. Denk maar aan de weigering om een verwijzing naar de zelfmoordlijn toe te voegen aan hun hitserie 13 Reasons Why.' Caron ziet dat niet gebeuren. 'We doen dat evenmin met buitenlandse zenders die op onze kabel zitten via de dienstenverleners.' Je trekt daar een doos van Pandora mee open, vindt Raats: 'Dat is onhaalbaar. In zo'n snel veranderende mediaomgeving mag je de regels niet specifiek op maat maken van Netflix alleen.'Wettelijk gezien kan Vlaanderen zo'n investeringsverplichting invoeren. In Frankrijk is die er bijvoorbeeld sinds september 2016, maar het is nog te vroeg om daar een grondige evaluatie van te maken, aldus Raats. Op dit moment wordt er over een nieuwe Europese mediarichtlijn onderhandeld, waarin de investeringsplicht er zou komen op Europees niveau.Verdere regels opleggen aan Netflix is gemakkelijker gezegd dan gedaan. In het Europese mediarecht geldt namelijk het principe van het uitzendende land, het country of origin (COO). Enkel het land waarin een televisiezender gevestigd is, kan controle uitvoeren over die zender. Een bekend voorbeeld is het toenmalige VT4, dat in de beginjaren uitzond vanuit Engeland om de Vlaamse regels te omzeilen. De vraag is of dat idee in tijden van streamingdiensten nog wel houdbaar is. De Europese Commissie pleit er alvast voor om de regel te versoepelen, zodat niet alleen het COO, maar ook het land waarin uitgezonden wordt (country of destination, COD) iets te zeggen heeft. Daarnaast wil de Commissie streamingdiensten verplichten om te investeren en minstens twintig procent van hun catalogus te vullen met Europese producties. Al wordt dat niet evident, zegt Raats: 'Nederland bijvoorbeeld is helemaal niet te vinden voor zo'n interventionistisch mediabeleid.'Een eerste, weliswaar vage, aanzet staat nu al in de Europese wetgeving en in ons Vlaamse mediadecreet. 'De niet-lineaire televisieomroeporganisaties promoten, voor zover dat haalbaar is en met passende middelen gebeurt, de vervaardiging van en de toegang tot Europese producties. [...] Een aanzienlijk deel van de promotiemiddelen, vermeld in het eerste lid, moet worden besteed aan Nederlandstalige Europese producties. De Vlaamse Regering kan de mogelijke middelen en maatregelen, vermeld in het eerste lid, vastleggen.'Maar of de Vlaamse regering dat van plan is? 'We verlangen van onze omroepen en distributeurs dat ze investeren in Vlaamse fictie. Wanneer over-the-topspelers onze markt bedienen, vind ik het logisch dat we ook van hen een bijdrage vragen. Zij moeten in de toekomst ook investeren in Vlaamse producties', zegt minister van Media Sven Gatz (Open VLD).'Hoe, dat bekijk ik momenteel', voegt hij eraan toe. Gatz verwijst naar de systemen in Frankrijk in Duitsland. 'Daar wil ik de effecten van zien.'Streamingdiensten concurreren op dezelfde schermen met onze omroepen en distributeurs, maar vallen vandaag buiten het toepassingsgebied van de Europese Richtlijn over mediadiensten, beseft Gatz. 'Reclame die niet op televisie kan, hoort ook niet thuis op videoplatformdiensten en sociale media die steeds meer video brengen', vindt de minister. 'Het is de vraag hoe ver Europa de regels, onder andere over reclame en de bescherming van minderjarigen, wil doortrekken naar deze diensten. Wat mij betreft gebeurt dat maximaal, zodat een evenwicht kan gevonden worden opdat mediabedrijven met gelijke wapens op het mediatoneel verschijnen.