Het in memoriam is nooit mijn favoriete journalistieke genre geweest. Ik lees het niet graag, omdat geen enkel mensenleven het verdient herleid te worden tot wat grof geschetste karaktertrekken, alsof je aan een kleurplaat begint met enkel een kapotte bic. Een carrière wordt dan een reeks wapenfeiten of zelfs een uitspraak.

Ik schrijf het ook niet graag, om dezelfde redenen én omdat ik als een van de jongste veulens in de nieuwswei altijd achterloop op de oude trekpaarden die in luttele pennentrekken niet alleen een beknopte biografie, maar ook een tijdsgeest weten te schetsen. Die laatste gedachte overviel me weer bij het overlijden van Tante Terry, een vrouw die je mijns inziens op het scherm moet hebben zien schitteren om haar impact volledig te begrijpen.

Zoals ik wel vaker doe wanneer ik het niet meer weet, belde ik mijn mama op, hopend op de ultieme throwback die mijn vingers weer zou doen tikken. 'Dat was op woensdagmiddag hé, dat die op televisie kwam? Ik was toen nog klein, maar ons moe gaat daar veel meer van weten.'

'Uw mama was toen nog klein', bevestigt ons moe een treinrit later, in Kempisch zo sappig dat het transcriberen ervan verboden zou moeten worden. 'Tante Terry, die kwam toen in plaats van Tante Ria. Nonkel Bob zat er ook bij. Want Tante Ria was toen ziek geworden, en die is later getrouwd met Herbert Flack. En die eekhoorn was er ook bij, maar ik kan niet op de naam komen.'

'Kraakje.'

'Kraakje, juust ja.'

'En keken jullie dan altijd op woensdagmiddag?'

'Ja, de hele buurt kwam dan naar ons. Met dertien man zaten we soms te kijken naar tante Terry. En ik zorgde er altijd voor dat ik mee kon kijken.'

Een eerste vaststelling: wie kan het zich vandaag nog voorstellen dat ouders massaal moeite doen om samen met hun kinderen naar televisie te kijken, in een tijd waarin samsonseks meedingt naar de titel van Woord van het Jaar en tieners YouTube-universa verkennen die hun mama's en papa's nauwelijks kunnen bedenken? Vandaag lopen de jongerenzenders elkaar voor de voeten om toch maar te weten te komen wat tieners bezighoudt, terwijl nonkel Bob, in zijn tijd de god van elke Vlaamse gitarist, nog met een lang gezicht Mick Jagger stond te interviewen.

'En hoe verliep dat programma?'

'Ze speelden spelletjes, zongen liedjes. Van Klein, klein kleutertje en Vrolijke, vrolijke vrienden.'

'Wat deed tante Terry nog?'

'Ze was omroepster in het begin. Vroeger was er iemand die u nog zei welk programma er zou beginnen. Nu is dat afgeschaft. Toen bestond dat nog. Wie zat daar nog allemaal bij? Nora Steyaert... ik kan er nog veel opnoemen.'

'Werd er niet naar de Nederlandse kinderprogramma's gekeken?'

'Nee, Nonkel Bob was schoon genoeg. Dat was het programma voor de kindjes.'

Ik begin te begrijpen wat Bart Peeters op VRT NWS over Tante Terry zei, dat de jongeren van nu totaal geen benul hadden van de populariteit van televisiesterren toen. De toon waarmee mijn oma herinneringen opdist, flitst me terug naar de tijd van één tv-zender, met één vrouw en één eekhoorn, die kindertelevisie maakten in een tijdperk zonder jeugdcultuur en dus niets anders dan grensverleggend kónden zijn.

'En Tante Terry is getrouwd geweest. Met een Jos, die jong gestorven is. Ik denk het toch. 't Is in ieder geval altijd een schoon madam geweest.'

'Da's alles wat ik moet weten. Merci hé moe.'

'Da's niks, mijne jong.'

Maar het was wel iets, die Tante Terry. Mocht ze dertig jaar later geboren zijn geweest, denk ik, was ze vorig jaar zonder twijfel de grote ster geweest op Throwback Thursdays allerhande, naast die andere ex-omroeper met zijn pratende dier. Misschien is dat het goede aan in memoriams: dat ze het verleden in een juister licht zetten en opnieuw in de herinnering brengen waar het heden vandaan komt. En ik heb nog eens met mijn oma gebeld, dat ook.

De telefoon gaat weer. Ons moe.

'Ah ja, die heet Terry Van Ginderen hé.'

'Dat wist ik, maar toch merci hé moe.'

'Da's niks, mijne jong.'