Toen de betreurde Steve Stevaert in 1997 de Hasseltse bussen gratis maakte, was een vaak gehoorde kritiek dat gratis niet bestaat. En dat is waar. Gratis betekende ook in het geval van die bussen vanzelfsprekend dat de rekening op een andere manier werd betaald.
...

Toen de betreurde Steve Stevaert in 1997 de Hasseltse bussen gratis maakte, was een vaak gehoorde kritiek dat gratis niet bestaat. En dat is waar. Gratis betekende ook in het geval van die bussen vanzelfsprekend dat de rekening op een andere manier werd betaald. Het is iets wat overheden en bedrijven voortdurend doen. Gratis lijkt een woord te zijn dat nog steeds werkt: je koopt a en krijgt dan b gratis. Terwijl je natuurlijk gewoon a+b koopt. Of: we schaffen die taks af, omdat we hem via een andere belasting recupereren. Dat zijn spelletjes waarbij men de burger of de consument de illusie wil geven dat er evolutie is en dat hij een betere zaak kan doen. Maar wie is ooit al van telecom- of energiemerk veranderd met een echt groot verschil in kosten tot gevolg? Niemand natuurlijk. In de twintig jaar die volgden op het bussenoffensief van Stevaert, werden we meer en meer vertrouwd met businessmodellen die producten of diensten gratis, of zo goed als gratis, aanboden. Ryanair kwam met vluchten voor symbolische bedragen. Veel mensen streamen gratis massa's muziek op Spotify in ruil voor wat reclame. De meeste informatie op het internet is volledig gratis te raadplegen, enzoverder. Dat is gek als je voor 1990 geboren bent. Ik groeide op in de tijd toen, buiten de kleine katjes uit het vierde nest van de buren, niks gratis was. Een minder directe vorm van die bijna kosteloze consumptiecultuur zijn de wereldwijde kledingconcerns die mode aanbieden voor heel erg lage prijzen. Dat kunnen ze doen omdat ze rigoureus besparen op de arbeids- en productiekosten. Dat is de beleefde manier om het te zeggen. Correcter is dat ze bepaalde mensen uitbuiten om andere mensen een T-shirt te verkopen voor 3 euro, of een jeans voor 12,99. Kleding wordt bij tonnen verscheept, de markt in geramd, en het overschot wordt opgefikt of op een andere manier ergens gedumpt. Net zoals bij elk ander onrecht kun je zeggen: och ja, zo werkt de klotewereld nu eenmaal, maar wat ga ik eraan doen? Wel, ondanks mijn haast ontelbaar veel andere fouten en mankementen heb ik besloten alvast dit niet meer te tolereren. Ik krijg het gewoon niet meer aan mezelf verkocht dat de 'globale economie' uiteindelijk iedereen wel zal helpen. Dat is namelijk niet zo. Het gevaar van mijn kritiek is dat hij ondemocratisch gaat lijken. Want 'niet iedereen kan veel geld geven aan kleding'. Wel, hier is een geheim dat ik bij deze graag onthul: dat hoeft ook helemaal niet. Aan onmogelijk lage prijzen trendy rommel kopen of fortuinen besteden in een chique boetiek zijn niet de enige twee keuzes. In zekere zin ben ik teruggekeerd naar het idee over kleding uit mijn kindertijd: je hebt goede stukken nodig, die relatief duurzaam zijn, zonder dat ze te veel kosten. Maar je moet ook niet geloven dat je voor de prijs van een ongesneden brood een eerlijk product kunt kopen. Winkelen is een onderdeel geworden van onze popcultuur. Misschien is het tijd om er eens wat meer over na te denken.