1. Kies een goed boek

In Lisey's Story probeert de weduwe van de populaire fantasyschrijver Scott Landon in het reine te komen met haar eigen familiegeschiedenis én die van haar overleden echtgenoot. Intussen wordt ze opgejaagd door een academicus en een jonge psychopaat, die azen op onuitgegeven manuscripten die Lisey volgens hen onterecht voor de wereld verborgen houdt. Al die elementen samen vormen een verhaal waar je als regisseur mee aan de slag kunt.
...

In Lisey's Story probeert de weduwe van de populaire fantasyschrijver Scott Landon in het reine te komen met haar eigen familiegeschiedenis én die van haar overleden echtgenoot. Intussen wordt ze opgejaagd door een academicus en een jonge psychopaat, die azen op onuitgegeven manuscripten die Lisey volgens hen onterecht voor de wereld verborgen houdt. Al die elementen samen vormen een verhaal waar je als regisseur mee aan de slag kunt. 'Ik ben altijd meer geïnteresseerd in de mensen dan in de monsters', zei Stephen King ooit in een interview. Het is een van de sleutels tot zijn succes: hoewel hij voornamelijk horror en thrillers schrijft, zit in het hart van zijn beste werk altijd een voor iedereen herkenbaar familie- of liefdesdrama. Dikwijls tref je ook een schrijver aan die worstelt met zowel het leven als het schrijverschap - dat valt in die beroepsgroep weleens samen. En niet zelden spelen ze zich af op afgelegen plekken of in kleine gemeenschappen, die King als geen ander kan neerzetten. Denk aan het stadje Derry, Maine, dat het decor vormt voor onder meer It, of Castle Rock, waar de sint-bernardshond uit Cujo dood en verderf zaait. Lisey's Story heeft als extra troef dat het heel dicht bij de schrijver zelf ligt. Op 19 juni 1999 werd Stephen King aangereden door een bestelwagen tijdens een wandeling in de buurt van zijn toenmalig vakantiehuis in Lovell, Maine. Terwijl hij in het ziekenhuis lag, besloot zijn vrouw zijn schrijvershok herin te richten, een klus die nog niet af was toen de schrijver na een intensieve revalidatie weer thuiskwam. Toen hij naar binnen hinkte en al zijn boeken en andere eigendommen in kartonnen dozen aantrof, kreeg hij een idee van hoe zijn werkplek er na zijn dood zou uitzien. Het was de geboorteknal voor wat hij tot op de dag van vandaag zijn favoriete boek noemt. Aangezien je als regisseur geen genoegen neemt met een schreeuwfestijn, weet je dat ook de eerste de beste scream queen of brulboei niet zal volstaan om je adaptatie te bevolken. De meeste geslaagde Stephen King-verfilmingen zijn onlosmakelijk verbonden met memorabele vertolkingen, die de betrokken acteurs vaak voor de rest van hun carrière blijven achtervolgen: Sissy Spacek in Carrie (1976), Jack Nicholson in The Shining (1980), Morgan Freeman in The Shawshank Redemption (1994). De oude Brendan Gleeson kon na een carrière vol bijrollen zijn hart ophalen als norse privédetective in de tv-serie Mr. Mercedes (2017), en omgekeerd betekende Stand by Me (1986) de doorbraak voor piepjonge acteurs als River Phoenix, Corey Feldman en Jerry O'Connell. Kathy Bates hield aan Misery (1990) een Oscar over en verstevigde haar band met de meester in Dolores Claiborne (1995), dat King het stempel van feminist heeft gegeven. Lisey's Story is een nieuw argument voor die stelling. Door het verhaal, waarin Lisey - een uitstekende Julianne Moore - zich aan de schaduw van haar succesvolle overleden echtgenoot ontworstelt. En door haar twee zussen, die op het scherm de gestaltes van Joan Allen en Jennifer Jason Leigh aannemen. Als u later aan deze serie terugdenkt, zullen hun solide vertolkingen het eerste zijn wat u te binnen schiet. De feminist in King stak ook de kop op in zijn kritiek op Stanley Kubricks versie van The Shining: 'Shelley Duvall zet met Wendy Torrance een van de meest misogyne karakters neer die ik ooit op het witte doek heb gezien', verklaarde hij in 2013 aan de BBC. 'Ze is dom en doet niets anders dan schreeuwen. Dat is helemaal niet de vrouw over wie ik heb geschreven.' Het is bekend dat Kubrick met The Shining volledig zijn zin heeft gedaan, en enkel elementen uit het boek had gehaald die bijdroegen aan zijn visie. Dat kwetste het ego van de schrijver, maar als je het lijstje van King-verfilmingen overloopt, lijkt het de enige juiste weg. Brian De Palma (Carrie), Rob Reiner ( Stand by Me, Misery), Frank Darabont ( The Shawshank Redemption, The Mist) en Tobe Hooper (de miniserie Salem's Lot) hebben met succes hun visie tegenover of desnoods haaks op die van de schrijver gezet. En dat is ook wat Pablo Larraín, regisseur van films als El Club en Jackie, doet in Lisey's Story. Hij focust op de onverbrekelijke band tussen Lisey en haar echtgenoot, vangt zijn protagonisten in een dromerige, hypergestileerde wereld en bouwt de flashbackstructuur van King gaandeweg uit tot een labyrint waarin hij de kijker laat verdwalen. Maar als het geweld komt, doet het pijn. Veel pijn. De pijn in Lisey's Story wordt toegebracht door Jim Dooley (Dane DeHaan, bekend van ZeroZeroZero), een geobsedeerde, door en door misogyne fan van Scott Landon. Dooley is geen monster uit een schimmenwereld of een boosaardige clown, wel een bleke jongeman met vuile nagels en dito kleren, die graag selfies neemt met de levensgrote kartonnen Landon in zijn studio. Met Pennywise heeft hij wel een constant dreigende aanwezigheid gemeen: ook als het verhaal je een halve aflevering lang meeneemt in de herinneringen van Lisey, voel je dat hij zich ergens nabij in de schaduw ophoudt. En als hij terugkomt, laat hij je nooit schrikken. Je ziet hem zonder haast zijn slachtoffers benaderen, maar je kunt hem niet tegenhouden. Dooley is extreem gewelddadig en hanteert graag een pizzames, maar net als in The Shining, Carrie en het eerste deel van It (2017) wordt de gore binnen de perken gehouden. In plaats van op het bloed te focussen, richt Larraín zijn aandacht op de pijn van Lisey, die altijd slechts deels fysiek is - de herinnering aan haar echtgenoot snijdt dieper dan het pizzames. Ook als de gruwel toeslaat, blijft Lisey's Story een familiedrama. King had zo'n grote afkeer van Stanley Kubricks The Shining dat hij in 1997 aanstuurde op een nieuwe versie, met zichzelf als scenarist en producer, en Mick Garris als 'cut!' roepende marionet in de regisseursstoel. De driedelige miniserie Stephen King's The Shining is een uitstekend argument om hem van uw filmset weg te houden. Hetzelfde geldt voor al zijn samenwerkingen met Garris, maar bijvoorbeeld ook voor Pet Semetary (1989), waarvoor hij een van zijn beste boeken tot een ellendig script verwerkte, én Maximum Overdrive (1986), de enige film die King niet alleen schreef maar ook regisseerde. De auteur geeft zelf toe dat die laatste niet zijn beste werk was: 'Ik was de hele tijd high van de coke en had geen flauw benul van wat ik aan het doen was.' Deze regel lapt Lisey's Story helaas aan de laars: de eerlijkheid gebiedt ons te zeggen dat het scenario door Stephen King werd gepend. In 2017 al liet hij zich in een interview met Variety ontvallen dat hij uitkeek naar een adaptatie van het boek, en dat een tv-serie hem daarvoor ideaal leek: 'Een volledig boek in een film van twee uur persen, dat is als boven op een valies gaan zitten om er toch maar al je kleren in te krijgen.' Gelet op de inhoud en zijn eigen liefde voor het boek, kunnen we Lisey's Story een pet project van de intussen 73-jarige King noemen. Maar Pablo Larraín is Mick Garris niet. De Chileen regisseert al bijna twintig jaar heel karakteristieke films, die hij doorgaans ook zelf (mee) schrijft. En de oude King is niet de jonge King: het lijkt erop dat de meester, legendarisch voor zijn koppigheid en eigenwaan, zich dit keer naar de visie van de regisseur heeft geschikt. De bedachtzame verteltrant, vernuftige tijdstructuur en nadruk op romantiek laten volop ruimte voor Larraíns donkere poëzie. Maar als het geweld komt, doet het pijn. Veel pijn.