Als je erop begint te letten, valt het op: er zijn het voorbije jaar op tv opmerkelijk veel studiospelprogramma's, studiopanelshows, studiopraatprogramma's en persoonlijke eenmansdocumentaires gepasseerd. De impact van corona op de tv-wereld is niet beperkt gebleven tot De containercup: verplichte risicoanalyses, setprotocollen, coronamanagers, cateringrestricties, liftrestricties en productiebubbels hebben tot een specifiek soort tv geleid.
...

Als je erop begint te letten, valt het op: er zijn het voorbije jaar op tv opmerkelijk veel studiospelprogramma's, studiopanelshows, studiopraatprogramma's en persoonlijke eenmansdocumentaires gepasseerd. De impact van corona op de tv-wereld is niet beperkt gebleven tot De containercup: verplichte risicoanalyses, setprotocollen, coronamanagers, cateringrestricties, liftrestricties en productiebubbels hebben tot een specifiek soort tv geleid. Bescheiden tv, doorgaans. Er is heel weinig op locatie gedraaid. Er is heel veel met een beperkte ploeg gedraaid. Er is nauwelijks naar het buitenland gereisd. Wat je je doet afvragen: hoe is De mol, dat zondag aan zijn negende seizoen begint, er dan wél in geslaagd om al die dingen te doen? Het nieuwe seizoen van De mol is opgenomen in september, twee maanden vroeger dan gewoonlijk. Zijn jullie halsoverkop vertrokken, voor een tweede lockdown dreigde? Joren Creylman (eindredacteur): Halsoverkop was het niet, maar het voelde wel een beetje zo. We zijn zoals elk jaar in februari aan de voorbereiding van het nieuwe seizoen begonnen, vóór corona losbarstte. Aanvankelijk maakten we ons redelijk weinig zorgen: we dachten dat er in het najaar zeker een vaccin zou zijn. En als dat er niet was, dat de situatie dan op zijn minst onder controle zou zijn. (droog) Niet dus. Maar we hadden dus wel tijd om ons voor te bereiden voor een coronaseizoen. In eerste instantie door zo veel mogelijk risico's uit te sluiten. Het grootste risico was de bestemming. Vóór de eerste lockdown wilden we nog naar een ander land trekken - dat ik niet ga noemen - maar daar zijn we snel van af moeten stappen. Een vliegreis was te riskant. Het moest dus een autovakantie worden, maar we wilden ook niet te veel landen doorkruisen: ook de grenzen konden van de ene dag op de andere op slot gaan. Duitsland was meteen top of mind. Ook al omdat dat het best georganiseerde land van Europa is, waar we de grootste kans maakten om in deze speciale tijden een reeks te kunnen draaien. Alleen: het weer is daar net iets minder betrouwbaar dan in Argentinië of Griekenland. Het was dus kwestie van zo snel mogelijk te vertrekken. Daarom leek het toch een beetje halsoverkop: het was nipt om alle voorbereidingen zo snel af te krijgen. Een week na jullie terugkeer heeft Duitsland zijn maatregelen verstrengd. Jullie hebben geluk gehad. Creylman: Ik denk, achteraf bekeken, dat we hoerenchance hebben gehad. (lacht) Tijdens de laatste week dat we in Berlijn waren, voelde je al dat er een nieuwe lockdown in de lucht hing. Bij onze terugkeer in België was de horeca hier al gesloten. Als we een week later waren vertrokken, weet ik niet of we de finale hadden kunnen filmen. Het is echt een klein mirakel dat dit seizoen er gekomen is. Er zijn het voorbije jaar nauwelijks buitenlandse reisprogramma's gemaakt, laat staan eentje met tien kandidaten, een crew van veertig mensen en een rist locaties. Hoe zijn jullie daar wél in geslaagd? Creylman: Het is vooral héél veel werk. Het helpt op dat vlak dat de ploeg van De mol altijd al een beetje maniakaal is geweest. We hebben heel veel vergaderd om alle mogelijke scenario's te overlopen. Wat als een kandidaat besmet raakt de dag vóór de reis? Wat als een cameraman besmet raakt tijdens de reis? Voor elk scenario lag er een plan klaar. Tegelijk was de hele productie opgedeeld in bubbels. De kandidaten hadden hun eigen bubbel. De cameraploegen hadden een eigen bubbel. De redactie had een eigen bubbel. En die bubbels hadden onderling zo weinig mogelijk contact. Je zult Gilles De Coster dit jaar niet tussen de kandidaten aan de ontbijttafel zien zitten. Wat als Gilles De Coster besmet was geraakt? Creylman: Voor iedereen van de productie stond in België een back-up stand-by. Maar in het geval van Gilles weet ik het eigenlijk niet. Omdat hij niet in de bubbel van de kandidaten zat, hadden we gewoon verder kunnen draaien mocht hij besmet zijn geraakt. En ik denk dat we ervan uitgingen dat Michiel Devlieger ons dan wel was komen redden. Er is altijd Michiel Devlieger. (lacht)Er was eigenlijk maar één echt worstcasescenario: als een kandidaat corona had opgelopen tijdens de opnames, zou alles zijn stopgezet. Daarvoor was er geen plan b. Dan zat het er gewoon op. En was alles voor niets geweest? Creylman: Ja. Daar waren we heel duidelijk over. Dat was het enige wat absoluut niet mocht gebeuren. De kandidaten zaten tijdens de opnames dan ook in een gouden kooi: niemand mocht met hen in contact komen tenzij het strikt noodzakelijk was. Daarnaast waren er nog een heleboel andere, kleinere maatregelen. We hebben geen zestigplussers of mensen met onderliggende aandoeningen geselecteerd. De kandidaten werd gevraagd om twee weken op voorhand met zo weinig mogelijk mensen contact te hebben. Ze werden niet ondergebracht in hotels, zoals andere jaren, maar in huisjes, waar ze 's avonds zelf moesten koken. We werden allemaal elke drie à vier dagen getest. Ik begin wel compassie te krijgen met jullie coronamanager. Creylman: Halverwege de opnames is ze naar huis gegaan en is er een nieuwe gekomen. Ik ben niet zeker dat dat toeval was. (lacht) Maar ze hebben hun job uitstekend gedaan. Er waren nul besmettingen. Het goede is dat je al die dingen niet eens merkt als je naar de reeks kijkt. Door het strikte kader van maatregelen rondom ons had je net niet het gevoel dat alles onder corona gebukt ging. Ook de kandidaten hebben vaak gezegd hoe blij ze waren dat ze niet elke dag geconfronteerd werden met coronacijfers, coronamaatregelen en coronanieuws. Iedereen had het gevoel dat ze er even uit waren. En dat zal ook op het scherm zo zijn: je krijgt niet het gevoel dat je naar een speciaal coronaseizoen van De mol aan het kijken bent. Hoe reageerden de kandidaten toen ze te horen kregen dat ze naar Duitsland gingen? Creylman: De meesten waren, euh... Niet zo enthousiast? (lacht) Als je meedoet aan De mol, verwacht je je aan Zuid-Amerika, Zuidoost-Azië of Zuid-Afrika. Niet aan Duitsland. Duitsland is eerder een plek die je associeert met busreizen van de gepensioneerdenbond richting de Loreley. Het is niet het land dat het meest tot de verbeelding spreekt. Maar ik moet zeggen: Duitsland heeft ons verrast. Echt. Het land is veel veelzijdiger dan je zou denken. Tijdens de research al viel ons op hoe divers de landschappen en locaties zijn die je er kan vinden. Je moet niet eens ver over de grens gaan om op plekken te komen waarvan je denkt: 'Wat? Is dit Duitsland?' En wat ook mooi meegenomen is: net zoals Mexico is het een land dat veel associaties oproept. Dat helpt om opdrachten te bedenken. Ik voel een Tiroleropdracht in dirndl en lederhosen aankomen. Creylman: (lacht) Laat ons zeggen dat er een opdracht is waarin we alle clichés over Duitsland bovenhalen. Het weer zat dan weer minder mee, naar verluidt. Creylman: Het weer was een grap. We wisten dat het herfstig ging zijn. We hadden op voorhand voor alle opdrachten een plan b klaarliggen voor als het weer niet goed was - ook dat kwam er nog eens bij. Maar de eerste dag al, die nog in België plaatsvond, trok storm Odette over ons land: ik heb nog nooit zo veel regen in 24 uur gezien. Naar het schijnt is er die dag evenveel regen gevallen als in het hele jaar tot dan. De set was overstroomd. We wisten niet of we nog wel konden draaien. Nu, wonderwel is die dag de zon nog doorgebroken. Dat is uiteindelijk een constante gebleken tijdens die drie weken: het heeft vrij vaak geregend, maar in elke aflevering zit nog een beetje zon of iemand die in zijn T-shirt rondloopt. Dat vakantiegevoel zit er absoluut nog in. Op de locatie en de kandidaten na is er, naar goede gewoonte, niets geweten over het nieuwe seizoen van De mol, maar in de eerste trailer zagen we wel een oranje scherm opduiken. Is er een nieuwe spelregel? Creylman: Neen. Ik kan enkel zeggen dat dat in aflevering één duidelijk zal worden en dat we trouw blijven aan het oorspronkelijke format. Vernieuwing zoeken we vooral in kleine speltechnieken, niet in grote aanpassingen. Het is niet dat er sleet op de formule zit, maar je voelt wel dat sommige kandidaten het format ondertussen te goed kennen. Bart haalde vorig jaar in de allereerste opdracht 10.200 euro uit de groepspot voor een vrijstelling met als excuus dat hij niet daar was voor het geld, maar om het spel te spelen. In de eerste seizoenen zou dat nooit gebeurd zijn: kandidaten hadden toen geen uitgedacht game plan en ze waren banger om onsympathiek over te komen. Creylman: Eerlijk: we waren vorig jaar zelf ook verbaasd hoe ver Bart de teller liet lopen. We hadden niet ingeschat dat hij het spel zo hard zou spelen. Kandidaten doen dat inderdaad meer dan vroeger. We merken dat ook aan de pasvragen: daar wordt meer en meer voor opgeofferd. De groepspot is van ondergeschikt belang. Het is dubbel. Aan de ene kant horen die ethische dilemma's evenzeer bij De mol als de bungee- en paintballopdrachten. Hoeveel doe je voor de groep en wanneer kies je voor jezelf? Anderzijds mag het ook geen cynische televisie worden. Je wilt niet dat de sfeer in de groep omslaat. Het moet plezant blijven. Voor ons is het een kwestie van balans. We nemen onze redactie als maatstaf: als we bij zo'n dilemma unaniem voor de groep of voor onszelf zouden gaan, is het geen goede opdracht. Je wilt dat erover gediscussieerd wordt. Het is iets waar veel langer lopende realityreeksen, van Komen eten tot Temptation Island, mee kampen: kandidaten weten waar ze aan beginnen en stellen zich daarop in, waardoor het programma zijn oorspronkelijke charme dreigt te verliezen. Is dat ook een gevaar voor De mol, dat ondertussen al negen seizoenen meegaat? Creylman: We zijn daar waakzaam over. Kandidaten die opdrachten saboteren om zichzelf verdacht te maken: dat moedigen we niet aan. Kandidaten die op voorhand al zeggen dat ze niet geïnteresseerd zijn in opdrachten te doen slagen, maar enkel komen om de mol te ontmaskeren, houden we uit de selectie. We proberen echt wel trouw te blijven aan de oorspronkelijke geest van De mol. Je moet als maker ook echt oog hebben voor dat evenwicht tussen speelsheid en speldrang. Die twee zijn niet hetzelfde. Nu, dat kandidaten vandaag weten waar ze zich aan moeten verwachten is soms een vloek, maar het kan af en toe ook een zegen zijn. Ik herinner me dat we in seizoen zeven, in Vietnam, een opdracht hadden waarbij de kandidaten na de eliminatie moesten beslissen of de afvaller mocht blijven of dat er een verfbom bij de afvaller ontplofte. Dat leek hetzelfde scenario als enkele jaren ervoor, in Argentinië, toen er gekozen werd om de verfbom te laten ontploffen. Alleen hadden de kandidaten in Vietnam niet door dat de afvaller, en dus ook de bom, deze keer niet in de auto, maar bij hen aan tafel zat. Het zijn niet altijd de kandidaten die het spel het hardst willen spelen die beloond worden. Die mogelijkheid hebben we als maker ook nog altijd: als kandidaten te goed weten wat ze kunnen verwachten, helpt het om met die verwachtingen te rammelen. Nog iets wat vorig jaar opnieuw opviel: voor een programma waarin er zo meticuleus aan de opdrachten gesleuteld wordt, blijven er aardig wat van die opdrachten grandioos mislukken. Hoe hard vloeken jullie dan eigenlijk? Creylman: Het kan frustrerend zijn om te zien dat kandidaten er niks van bakken. Er mag al eens gesukkeld worden, maar niet te veel. Als tv-maker zie je ook graag opdrachten slagen. Een groep die succesvol is, dat kijkt fijner. Maar natuurlijk heb je een mol rondlopen die graag alles saboteert, dus ja, soms zijn er ook wel tegenstrijdige belangen. (lacht)In elk geval: we zijn er ons bewust van. Elk jaar evalueren we het seizoen na de laatste aflevering. En elk jaar staat er achteraf hetzelfde op het bord: de opdrachten moeten simpeler. Bij ieder seizoen beginnen we met het idee om de opdrachten simpel te houden. Maar elke keer merk je dat dat toch weer moeilijker is dan het lijkt. Er is zo veel dat meespeelt. Een opdracht moet twintig minuten televisie opleveren. Liefst met een spanningsboog. Je moet rekening houden met alle scenario's: je wil niet dat er één slimmerik in vijf minuten alles oplost. Je hebt verschillende lagen nodig: je moet bijvoorbeeld ook iets leren over het karakter van de kandidaten tijdens de opdracht. Er moet humor in kunnen zitten, of spanning, of allebei. En zo kan ik nog tachtig criteria bedenken. Een goede De mol-opdracht is een samenspel van dat alles. Ik onthou: dit seizoen worden de opdrachten simpeler dan ooit. Creylman: Laat het ons erop houden dat dat elk jaar een betrachting is. (lacht)