Mocht u toevalligerwijze aan een moordzaak werken en vast zitten in het onderzoek, dan hebben wij één tip: werk over. Rechercheurs die 's avonds op het kantoor eenzaam overwerken worden steevast opgebeld door de moordenaar - of toch als we elke film en elke tv-serie mogen geloven. Meestal zegt de moordenaar dingen als: 'Jij en ik, eigenlijk verschillen wij niet zo veel.' Meestal weet de rechercheur diep vanbinnen dat dat waar is, al zegt hij het niet hardop. Meestal zegt de moordenaar ook dat de rechercheur hem nooit zal kunnen vatten. Meestal wordt dat finaal de kapitale fout van de moordenaar. Hoogmoed komt namelijk voor de val.
...

Mocht u toevalligerwijze aan een moordzaak werken en vast zitten in het onderzoek, dan hebben wij één tip: werk over. Rechercheurs die 's avonds op het kantoor eenzaam overwerken worden steevast opgebeld door de moordenaar - of toch als we elke film en elke tv-serie mogen geloven. Meestal zegt de moordenaar dingen als: 'Jij en ik, eigenlijk verschillen wij niet zo veel.' Meestal weet de rechercheur diep vanbinnen dat dat waar is, al zegt hij het niet hardop. Meestal zegt de moordenaar ook dat de rechercheur hem nooit zal kunnen vatten. Meestal wordt dat finaal de kapitale fout van de moordenaar. Hoogmoed komt namelijk voor de val. Of toch meestal. Geen genre dat voorspelbaarder is geworden dan de politiereeks - en zeker die met seriemoordenaars en profilers. Altijd is er een politiemuur, bedekt met een web van foto's en aanwijzingen, waarnaar de rechercheur staat te turen, wanhopig op zoek naar 'dat ene ding dat hij over het hoofd ziet'. Altijd is er een shot van een vrouwelijk, ontkleed slachtoffer waar de camera net iets te traag over glijdt om comfortabel te zijn. Altijd is er een partner die zijn collega waarschuwt dat 'hij er te diep in zit'. Wat ooit spannende storytelling was, in The Silence of the Lambs of Seven, is door herhaling na herhaling na herhaling een bundel clichés met een licht seksistische ondertoon geworden. Om maar te zeggen: het is ronduit knap dat Mindhunter, een nieuwe Netflixserie over seriemoordenaars, er wél in slaagt om iets toe te voegen aan de policier. Vooral omdat we het niet meteen verwacht hadden. Mindhunter werd op voorhand aangekondigd als een profilerreeks met een historische twist. De reeks speelt zich af in de late jaren zeventig, toen de VS in de ban waren van seriemoordenaars als Son of Sam en Ted Bundy. Geconfronteerd met een nieuw soort misdaden en een nieuw soort gruwel proberen twee FBI-agenten iets nieuws uit: ze besluiten opgesloten seriemoordenaars in hun cel te gaan interviewen in een poging om hun psychologie te doorgronden - en daarmee nog onopgeloste moorden uit te klaren. 'How do we get ahead of crazy if we don't know how crazy thinks?' zegt een van de agenten in de eerste aflevering. Tien jaar geleden had die premisse een andere reeks opgeleverd: eentje over een jonge, idealistische flik en zijn ervaren, cynische partner die elke aflevering een nieuw inzicht krijgen in de geest van een seriemoordenaar, dat inzicht toepassen op de zaak waar ze al aan werkten en elke week een andere moord oplossen. Dat is Mindhunter niet. In de Amerikaanse pers wordt de reeks vergeleken met Mad Men. Een overtrokken referentie, maar ze houdt wel een beetje steek: net zoals Mad Men moet Mindhunter het eerder van zijn psychologie hebben dan van zijn plot points. Het is een opvallende vaststelling na tien afleveringen van een reeks over seriemoordenaars: je krijgt nauwelijks moorden te zien. Af en toe passeert er een onduidelijke foto van een slachtoffer of een plaats delict, maar explicieter wordt de gruwel niet. De horror van Mindhunter zit hem in de conversaties. De FBI-agenten praten in de auto, praten op kantoor, praten thuis, praten in de gevangenis. Iedereen praat graag en veel in Mindhunter. Ook de seriemoordenaars. De meest prominente figuur in het eerste seizoen is de echt bestaande Ed Kemper, een tienvoudige moordenaar en necrofiel. In een van de meest beklijvende scènes van de reeks legt hij uit hoe moeilijk het technisch was om zijn moeder te onthoofden en dingen te doen met haar luchtpijp die we niet op papier kunnen herhalen. Het is het soort moment waarop de reeks het meest beangstigend is: wanneer je als kijker daadwerkelijk het gevoel krijgt in het hoofd van een seriemoordenaar af te dalen. Want dat is de centrale vraag waarvoor alles moet wijken in Mindhunter: wat speelt er zich af in het brein van een seriemoordenaar? Er zijn wel een paar kleinere verhaallijnen waarin moorden worden opgelost, maar de drijvende kracht van de reeks is de trage, haast systemische aanpak - niet zo verschillend van het eerste seizoen van The Wire, al is ook die vergelijking wat overtrokken - waarmee de twee FBI-agenten hun methodologie ontwikkelen. En daar is Mindhunter behoorlijk radicaal in. Een van de grotere subplots in het eerste seizoen draait om de betrouwbaarheid van het onderzoek: spreken de moordenaars de waarheid over hun eigen motivaties of zijn het manipulators die de agenten naar de mond praten? En als ze liegen, kun je daar dan nog een waarheid uit destilleren, en hoe? Dat is een subplot over de methodologische paradox van een niet-betrouwbare referentiegroep - niet iets wat we in een flikkenreeks verwachtten. Bij momenten vraag je je af waarom je blijft kijken. Er is nauwelijks verhaalstructuur in de tien afleveringen. Er zijn geen cliffhangers. Er is geen noemenswaardige spanningsboog. De reeks is ook niet foutloos: de dialogen zijn soms wat uitleggerig en bij momenten heb je het gevoel dat de reeks gebukt gaat onder haar hoge ambities. Maar het antwoord is simpel: je blijft kijken omdat Mindhunter gewoon interessant is. Veel meer dan 'meeslepend' is dat het woord om Mindhunter te beschrijven. Het is ondertussen al vaker aangehaald, maar de serie is gebaseerd op het non-fictieboek Mindhunter: Inside the FBI's Elite Serial Crime Unit van John E. Douglas, de echte FBI-agent die de discipline ontwikkelde. Tevens het boek waarop ook The Silence of the Lambs zich indirect baseerde en zo de hele seriemoordenaarsfictie een duw in de rug gaf. Door terug te gaan naar de bron lijkt de serie het hele genre dat erop volgde onder de loep te nemen. En dat werkt. Wat door reeksen als Criminal Minds en Profiler plotclichés zijn geworden, krijgt in Mindhunter een nieuwe betekenis. Het gebrek aan ontklede vrouwenlijken waar een camera traag over glijdt, is daar het voorbeeld bij uitstek van. Een van de meest nadrukkelijke thema's in de reeks gaat over de cultuur van mannelijkheid en masculiniteit. 'Het is altijd de schuld van de moeder', zegt de ene FBI-agent na een zoveelste interview met een moordenaar die zijn mama ter sprake brengt. 'Of de afwezige vader', repliceert de ander. Op zich is dat voor de hand liggend. Alle seriemoordenaars zijn mannelijk. Alle slachtoffers zijn vrouwen. Altijd is er een factor van macht en overheersing. Maar Mindhunter is een van de eerste reeksen die de onverholen misogynie en het dito seksisme zo scherp blootlegt. Mindhunter stopt niet bij de psyche van de seriemoordenaar, maar kijkt naar de hele cultuur errond. Het is geen toeval dat net de jaren zeventig een hausse aan seriemoordenaars hadden, lijkt de serie te zeggen. Elke tijdgeest heeft zijn eigen misdaden. Bij momenten lijkt de reeks een studie naar seriemoordenaars. Eentje die verder gaat dan de mensen achter de monsters te tonen of de banaliteit van het kwade bloot te leggen. De klinische, visuele stijl van David Fincher - die vier afleveringen regisseerde - is nadrukkelijk afstandelijk. Het is zoeken naar een close-up in de tien afleveringen - alsof hij vooral niet wil dat u zou meeleven. Dat lijkt een punt: door de gruwel van de misdaden niet te tonen probeert de reeks iets te zeggen over de obsessie van de kijker.