'Clara Cleymans.'
...

'Clara Cleymans.' 'Murderer.' 'Laura Tesoro.' 'Vaticaan.' 'Kristel Verbeke.' Er is vast en zeker een plausibele verklaring voor de woordcluster op het whiteboard in Tom Lenaerts kantoor in de oude Antwerpse Electrabeltoren. Maar waarom iets moois verpesten met de waarheid? Laat dus maar komen, die all-girl remake van The Da Vinci Code met Clara Cleymans als albinoflagellant. In de tussentijd kunt u zich alvast warmen aan Over water, de nieuwe zondagavondfictie van Lenaerts productiehuis Panenka. De dramareeks, geregisseerd door Norman Bates (aka het duo Inti Calfat en Dirk Verheye) en met onder meer Tom Dewispelaere, Tom Van Dyck, Kevin Janssens, Natali Broods en Jeroen Perceval, stelt de vraag 'wat als een ex-verslaafde tv-coryfee in de Antwerpse haven aan de slag gaat en zich er tot spilfiguur van de internationale drugstrafiek ontpopt'. Lenaerts schreef beide seizoenen van Over water - het tweede is al ingeblikt - samen met auteur en Knack Focus-columnist Paul Baeten Gronda. De twee leerden elkaar kennen bij Woestijnvis, toen Baeten er op de redactie van De laatste show werkte. 'Af en toe liepen we elkaar in de gang tegen het lijf', aldus Baeten. 'Waarop ik Tom vriendelijk groette, en hij me doorgaans voorbijliep omdat hij met veel belangrijker zaken bezig was. (denkt na) Hij heeft me later, toen ik al naar Italië verhuisd was, wel eens gebeld om te zeggen dat hij ontroerd was door een van mijn romans.' Tom Lenaerts: Tot tranen bewogen dat ik die éíndelijk uit had, vooral. Paul Baeten Gronda: Mijn debuut Nemen wij dan samen afscheid van de liefde kreeg destijds ook een legendarisch giftige recensie van De Standaard. Tom zag dat ik daar niet goed van was en nam me apart. 'Ik heb een knuppel in de auto liggen, Paul. We kunnen er nu meteen heen rijden.' Schoon. Paul kwam vier jaar geleden met het idee aanzetten, maar uiteindelijk werkten jullie het verhaal samen uit tijdens ettelijke lange wandelingen in Italië. Lenaerts: Correctie: langs de Dijle en de Nete. Niet dat we het niet geprobeerd hebben in Italië. In mijn hoofd zag ik ons al helemaal in een zonnige olijfboomgaard zitten met een glas witte wijn en wat verse tomaten. Maar in realiteit regent het constant in Piemonte en beland je uiteindelijk in een klamme kelder zonder ramen. Baeten: En hoeveel toeristen trekken er jaarlijks naar Rumst, Tom? Trouwens, in Italië noemen ze dat dan gewoon 'de groenste vallei van het land'. Lenaerts: Maar die wandelingen werkten zeer goed voor ons. Je moet niet opletten, je gaat traag genoeg en het is allemaal veel aangenamer dan achter een bureau zitten. Over water is luidens de disclaimer 'gebaseerd op waargebeurde feiten tussen 2014 en 2017'. Welke feiten? Lenaerts: We hebben heel wat verhalen verzameld van mensen in die haven, en die hergebruikt met de expliciete belofte dat we namen en details zouden weglaten. Het blijft fictie, maar ik ben zeker dat het de komende zondag in sommige huiskamers af en toe heel stil gaat worden wanneer bepaalde mensen zichzelf herkennen. (lacht) Het voorbije jaar leek het weliswaar alsof de realiteit de fictie aan het inhalen was. Bijvoorbeeld De Wever die zich luidop bedenkt dat het drugsmilieu zich in de Antwerpse politiek aan het inkopen is? Baeten: (knikt) Dat zit vooral in het tweede seizoen, dat veel politieker is. Lenaerts: De laatste maanden heb ik bijna wekelijks gedacht: 'Iemand heeft ons scenario gepikt en is dat aan het naspelen.' Het tweede seizoen is brandend actueel, maar komt gelukkig nog niet meteen op het scherm. Dat had de reeks een heel rare nasmaak gegeven. Over water kon ook rekenen op logistieke en financiële steun van de stad Antwerpen. Hoe kregen jullie een reeks over cocaïnehandel in de haven bij De Wever als citymarketing verkocht? Lenaerts: 'Dus het gaat over drugs, mijnheer De Wever. En mensen die aan lagerwal zijn geraakt. En ja, het regent mistroostig op elke havenfoto op ons moodboard. Maar toch denken we dat het interessant kan zijn voor de stad om zich hiermee te associëren.' De Wever heeft even gegrinnikt - 'Allez, we zullen er goed uitkomen, zie ik' - maar heeft toch toegezegd. Op basis van vertrouwen. En daar zijn we heel dankbaar voor. Je zit daar nu eenmaal met een geweldig, gratis decor en een overweldigende haven. In jullie eerste versie was hoofdpersonage John Beckers nog een kok, geen gevallen BV. Lenaerts: Aangezien Paul hooguit op aanvaardbare wijze een ei kan koken, leek het ons slimmer om naast de internationale cocaïnehandel toch ook een arena te kiezen die we allebei kennen. Bovendien is dat een interessant dramatisch gegeven: je zet die bekendheid niet zomaar uit. Mensen blijven je herkennen, terwijl je als ex-verslaafde en drugshandelaar toch liever in de anonimiteit functioneert. Proberen gesjeesde mediafiguren zich in de eerste plaats niet gewoon terug in de aandacht te klauwen? En als dat niet lukt, is er nog altijd dat kook- of mindfulnessboek waar iedereen op zit te wachten. Baeten: Ik ken er nogal wat die nu in winkels en magazijnen werken. Tv is niet de sector met de beste mantelzorg. Bovendien, als Tom ooit van zijn sokkel zou vallen, gaat hij ook geen productieassistent worden, hè. Net zoals ik nooit als redacteur bij De Bezige Bij aan de slag zou gaan. Dat confronteert je alleen maar met je eigen falen. Doe mij dan maar de Zoo. Je noemt dat plan B te vaak in interviews om het niet serieus te overwegen. Baeten:(lacht) Er zijn geen concrete plannen in die richting, maar ik weet dat ik niet functioneer in een corporate omgeving, dus laat mij dan maar rustig buiten met beestjes werken. Lenaerts: Vanaf het moment dat je met een plan B in je kop zit, ben je het al half aan het realiseren. Ik heb dus geen plan B. Baeten: Je kunt het niet genoeg herhalen, maar Tom is er net vijftig geworden: op die leeftijd heb je niks meer te bewijzen. Lenaerts: Als het je na je vijftigste niet meer lukt, kun je gelukkig op medelijden rekenen. Eindelijk heb ik het kantelpunt bereikt tussen succes en compassie. Baeten: Terwijl het bij mij net omgekeerd liep. Ik ben als schrijver begonnen, met alle bijbehorende compassie, en beleef nu mijn piek als scenarist. (lacht)Paul, je liet de bul vijftien jaar in de kast liggen, maar je hebt destijds wel scenario gestudeerd aan Sint-Lukas. Baeten: Ik kreeg in de filmopleiding de keuze tussen experimenteel, documentaire of scenario. Aangezien experimenteel synoniem staat voor piemels krassen op pellicule en je als documaker vooral een heel serieuze mens moet zijn die met plezier in zijn Patagonia-jas in de regen en de kou gaat staan, bleef er maar één optie over. Niet dat het zo veel uitmaakte. Ik dacht op dat moment toch aan stoppen. Alleen, Marc Didden was zo lovend over mijn eerste schrijfopdracht... Lenaerts:(met diddeniaanse kopstem) 'Paul, ge doet me denken aan de jonge Claus.' Baeten: Zoiets, ja. (grinnikt) Tot die dag had ik eigenlijk geen idee wat ik wilde doen. Muziek maken en bij DHL blijven werken leek me zo slecht nog niet. Alles viel pas op zijn plaats toen Marc zei: 'Schrijven is het schoonste beroep ter wereld. Je hebt er niks voor nodig, en je kunt het overal doen. Of je nu op een olifant in India zit of gewoon in de zetel.' Wankelende en zelfdestructieve figuren zoals John Beckers zijn verhaaltechnisch altijd interessant, maar er schuilt bij jullie naar verluidt ook een hoop zelfhulp achter. Baeten: Het is een - slecht - trucje om je eigen realiteit te bezweren. Door dergelijke worstcasescenario's helemaal uit te vlooien en te beleven kan ik mezelf sussen: dit overkomt mij nooit, en anders ben ik op zijn minst goed voorbereid. Wie zegt dat je niet kunt repeteren voor het leven heeft ongelijk: schrijven is één grote repetitie voor het leven. Dat heet dan: een pathologische controlefreak. Lenaerts:(grinnikt) Op de Olympische Spelen voor controlefreaks eindigen we allebei op het podium. Baeten: We zijn het gelukkig zo gewend van elkaar dat het al lang niet meer opvalt. Doen controlefreaks zelf ook aan verslavingen? Lenaerts: De amateurpsycholoog in mij zegt dat wij precies zo'n freaks zijn omdat we zo verslavingsgevoelig zijn. Ik was tot tien jaar geleden bijvoorbeeld waanzinnig verslaafd aan sigaretten. Zo iemand die om middernacht nog naar de nachtwinkel reed om een pakje. Ik moest wel definitief stoppen, want minderen was nooit een optie voor mij. Alles of niks. Ken je die mensen die op café gewoon twee sigaretten kunnen roken? Ik haat ze. Hartstochtelijk. Baeten: Ik ben altijd op mijn hoede. Als ik een glas whisky net iets te graag wil, dan ruik ik er eens aan en laat ik het gewoon staan. Voor Tom en mij is het altijd alles of niks. Of dat nu over verslavingen of werk gaat. Oké, Tom begint nu ook hobby's te ontwikkelen, maar dat krijg je op die leeftijd. Bingo of sportelen, Tom? Lenaerts: Jagen, maar enkel op groot wild in Afrika. Polo, maar enkel in India. En skiën, uiteraard. (lacht)Baeten: In Aspen. Lenaerts: (gaat verder op zijn elan) Aspen is voor veertigers. De Himalaya, Paul, en dan natuurlijk enkel de kant van Tibet. Best powder ever.Als Over water een moraal heeft, dan is het: je kunt wel van verslaving veranderen, maar je blijft altijd een verslaafde. Waarvoor heb jij de sigaretten ingeruild, Tom? Lenaerts: Werk. Het klinkt onnozel, ik weet het, maar ik werk nu nog harder. Werk brengt je ook in een roes, sluit je ook af van de realiteit en nu het even minder druk is, moet ik ook weer afkicken. Plots ben ik om 19 uur thuis en weet ik met mezelf geen blijf. Baeten: Ik ken geen verschil tussen leven en werk. Over water bleef gewoon maanden aan een stuk dag en nacht in mijn hoofd pompen. Ik vind dat schoon, maar voor mijn omgeving is dat misschien iets minder schoon. Wanneer wordt zoiets ongezond? Baeten: Je elke dag naar een afstompende job sleuren en constant tegen burn-out en depressie vechten, dat is pas ongezond. Dit is wat ik graag doe. Paul dichtte jullie beiden onlangs een gigantisch ego toe. Ik vond dat, minstens voor een van jullie, moeilijk te geloven. Baeten: Je verwart ego met een dikke nek. Toegegeven, ik heb beiden, maar Tom heeft echt geen spat pretentie. Lenaerts: Maar als je beslist een zondagavondreeks te maken met de twintig beste acteurs uit Vlaanderen moet je jezelf wel kunnen verliezen in overmoed. Onder elkaar verdwijnt dat ego wel, dan zijn we vooral kwetsbaar. Niks zo kwetsbaar als naar iemand stappen en zeggen: 'Ik vind dit goed. Wat denk jij ervan?' Dan zijn we weer de jongetjes die naar hun moeder stappen met een tekening en vragen wat ze ervan denkt. 'Maak het eerst af, jongen.' 'Ja maar, het is al af, mama.' Baeten: Dat ego is ook maar tegengewicht voor alle andere momenten dat je angstig en extreem onzeker rondloopt. Met de jaren ontwikkel je weliswaar vakmanschap, maar de kwetsbaarheid blijft. Ik heb de laatste weken amper geslapen, en als het dan toch lukte, had ik wel Over water-nachtmerries. En telkens als ik met een manuscript naar Amsterdam trek, moet ik vooraf maagpillen slikken. Ik ga dan werkelijk kapot van de stress. Lenaerts: Het wordt alleen maar erger met de jaren, Paul. De dalen worden dieper en de pieken hoger. Hoe ouder ik word, hoe erger de onzekerheid, en dus ook de overmoed, want anders kom ik mijn bed niet meer uit. Hoopvol. Lenaerts: Hoop is ook maar wat voorafgaat aan ontgoocheling. Of was dat te cynisch van mij? (lacht) Laat ons zeggen dat het eraan te merken is dat je tegenwoordig jaarlijks naar je prostaat moet laten kijken. Lenaerts: Zeg, ik vind dat ik hier zeer ten onrechte als ouderling word neergezet. Hééft die vijftig iets veranderd? Lenaerts: Ik voel me enkel het eerste uur van de dag vijftig. En hoe later op de dag, hoe beter het gaat. Tegen de avond ben ik weer achttien. Baeten: Tom heeft me er trouwens van overtuigd dat de veertiger- en vijftigerjaren de beste in een mannenleven zijn. Ik zie vooral een vijftiger die competitiever en ambitieuzer is dan de meeste dertigers. Hoe moeilijk valt het je dan om Panenka niet nog uit te breiden, Tom? Lenaerts: Het is een eeuwig gevecht tegen de goesting. Het adagium van Panenka is: als je trots wilt zijn op alles wat buitengaat, moet je ongelooflijk selectief zijn. Het is niet onze ambitie om het grootste productiehuis te zijn, maar wel een van de beste. Met Taboe leverde Panenka een van de steeds zeldzamer wordende pareltjes van het afgelopen tv-jaar af. De Vlaamse zenders lijken uitsluitend nog op een ouder publiek te mikken. Lenaerts: Het lijkt er misschien op dat tieners en twintigers de zenders lossen maar bijvoorbeeld Taboe toonde aan dat alle leeftijden nog te mobiliseren zijn voor lineair kijken. En ook al worden veel programma's vandaag uitgesteld bekeken, het aantal kijkers dat ze in totaal bereiken, blijft heel groot. Ze kijken misschien op hun telefoon of computer, maar ze kijken wel. Waarop ze dat doen, is eigenlijk zelfs onbelangrijk. We moeten bij Panenka maar de pretentie hebben dat er altijd nood zal zijn aan goede inhoud. Wij zijn goederenmakers. Of die goederen achteraf vervoerd worden met een vrachtwagen dan wel met een ferryboot, dat maakt niet zo heel veel uit. Inhoud zal altijd nodig zijn, ongeacht de drager. Om maar te zeggen dat ik niet zou investeren in een klassieke commerciële zender. (lacht) Tenzij ik die kan afschrijven op tien jaar. ZDF Enterprises heeft de distributierechten van Over Water gekocht, louter op basis van het scenario. Is zulke buitenlandse steun de enige manier waarop wij vandaag nog iets bovengemiddelds kunnen afleveren? Lenaerts: Op termijn moet je daar bijna van uitgaan. De gouden jaren zijn voorbij, we leven in een klein taalgebied en we moeten ons nu meten met de rest van de wereld. Zenders beseffen dat ook. En wil je de concurrentie aangaan, heb je net iets meer geld nodig. Over water is naar Vlaamse normen een 'duur' project, maar wij doen het nog altijd met een vijfde van het budget van een Deense reeks, en een twintigste van een Britse. Anderzijds, in der Beschränkung zeigt sich erst der Meister. Waarom mogen Vlaamse regisseurs, los van hun talent, tegenwoordig zoveel mooie, internationale reeksen maken? Omdat iedereen ondertussen weet dat wij met heel weinig heel veel kunnen. Je hebt met Panenka het juiste medium gekozen. Paul verklaarde de filmsector recent in een column nog morsdood. Televisiereeksen, dat is de toekomst. Baeten: Voor alle duidelijkheid: ik schep geen plezier in die vaststelling. Ik heb een groot hart voor film, en ik hoop dat ik fout zit, maar ik vrees voor de sector. We zijn ondertussen zo gewend aan verhalen van tien, twintig of honderd uur, dat we bij een film nogal snel het gevoel krijgen dat alles vlug vlug afgehaspeld wordt. En als ik zelf de keuze krijg om nog een reeks of een film te maken, weet ik wel wat ik kies: je bereikt een veel groter publiek, levert net zo goed bioscoopkwaliteit en ik kan er veel meer nuance in kwijt dan in 90 minuten. En dat hardnekkig elitarisme van de filmsector ten opzichte van tv is al helemaal onnozel. Lenaerts: Terwijl Netflix cinema net aan het redden is. Alfonso Cuarón, Benicio del Toro, de gebroeders Coen? Dat zijn toch geen kleine namen die met de streamingdienst in zee zijn gegaan? Filmmakers doen best niet te neerbuigend over televisie. Naar mijn idee is dat spuwen in het gezicht dat hen gaat redden. Bijten in de hand die je eten gaat geven? Krabben aan de poep die... Nu goed, je snapt me wel. Nog een praktisch vraagje, Paul. Noemen we je in het columnbijschrift vanaf nu eigenlijk een scenarist, of kies je weer vol voor de literatuur? Baeten: Momenteel beschouw ik de literatuur eerder als een hobby. Of nee, als een cadeautje. Iets dat ik mezelf af en toe wil gunnen. Komend voorjaar zal ik bijvoorbeeld een kortverhaal schrijven voor Te Gek!?, maar dat doe ik dan op mijn zondagmiddagen, met Formule 1 op de achtergrond. Op de momenten dat anderen gaan skiën in de Himalaya. Lenaerts:Best powder ever, Paul! Best powder ever.