...

Niet woordspelerig bedoeld, maar vlot het schrijven? Maarten Inghels: (lacht) Ja, hoor. De aanleiding voor mijn afvaart was om interactie met de oevers op te wekken. Alleen zie je langs West-Vlaamse jaagpaden hoofdzakelijk coureurs die niet op of om kijken, of stugge, in zichzelf gekeerde mensen. En vissers! Ik had gehoopt dat mensen met mij mee naar zee zouden peddelen, maar het was een eenzame tocht. Mooi, dat wel. Ik vermoed dat je - sorry - van wal wil steken met het geschreven woord? Inghels: Ik heb inderdaad veel gelezen, en een van de indrukwekkendste titels was voor mij In Kassel is niets wat het lijkt van Enrique Vila-Matas, een avant-gardeauteur uit Barcelona. Documenta, het festival voor beeldende kunst in Kassel, had hem gevraagd een tiental dagen in een plaatselijk Chinees restaurant te gaan zitten, om te observeren en zijn indrukken neer te schrijven. Een geweldig boek over de zin en onzin van kunst, echte metaliteratuur - hij is ook een van de grondleggers van het genre. Nog recenter vond ik Materiaalmoeheid van Marek Sindelka, uit Tsjechië, heel goed: een roman over twee migrantenbroers die vluchten uit een niet nader genoemd land waar oorlog woedt. Een actueler thema is nauwelijks denkbaar. Inghels: Het is vooral stilistisch heel sterk. Korte zinnetjes, heel zintuiglijk. Verder wilde ik graag Olga Tokarczuk noemen, de Poolse die met De rustelozen dit jaar de internationale Man Booker Prize heeft gewonnen, een roman met enkele lange fictieverhalen en veel korte stukjes, heel fragmentarisch en uiteenlopend, over het thema onderweg zijn. Want vandaag reist iedereen, constant. Dat ik het voorbije jaar veel tijd heb doorgebracht op luchthavens en in treinstations heeft zeker tot de aangename lezing van dit boek bijgedragen. Plots raak je gefascineerd door de esthetiek van luchthavens, gedachten stuiteren heen en weer. Je zag onlangs in het Whitney Museum in New York het verzameld werk van schilder Grant Woods, maar het was een expo van fotografe Zoe Leonard die er de meeste indruk op je naliet. Inghels: Nu pas valt mijn frank: Zoe Leonard had het daarin ook over toerisme en reizen. Meer bepaald over hoe dat onze beeldvorming kanaliseert. Zo had ze allerlei postkaarten verzameld van de Niagarawatervallen, om aan te tonen hoe die altijd vanuit dezelfde hoek worden geschoten, waardoor mensen met een nagenoeg identiek beeld naar huis terugkeren. Maar mijn belangrijkste ontdekking op beeldend gebied was Agnès Varda, de Franse filmmaakster. Enkele mensen hadden mij gewezen op de parallellen met mijn eigen werk. Vooral Les glaneurs et la glaneuse (2000) wil ik aanraden. Ze volgt daarin dumpster divers, mensen die van de markt gevallen groenten oprapen. Zo komt ze als het ware thuis met gevonden ontmoetingen. Ook ik laat me graag door het toeval leiden. Anders was ik niet op mijn vlot gestapt.