'Het was pittig vandaag, ja. Met dit weer in een caravan zitten, het is daarbinnen toch al gauw vijftig graden. Ik ga dus even hydrateren terwijl we praten.'
...

'Het was pittig vandaag, ja. Met dit weer in een caravan zitten, het is daarbinnen toch al gauw vijftig graden. Ik ga dus even hydrateren terwijl we praten.' Het is half elf 's avonds, dag vijf van de hittegolf, en in de lobby van een Tilburgs hotel neemt Frank Lammers een slok van zijn glas witte wijn. Zijn haar is blond geverfd, in zijn linkeroor blinkt een sterretje en onder zijn ogen zijn zwarte potloodlijnen te zien: Lammers komt recht van de set van Ferry, de prequel op de succesvolle televisieserie Undercover die later op Netflix te zien zal zien. 'Dat ik er nog best fris uitzie?' We sleutelen nog even aan het volume van onze videoverbinding. 'Dat is die schmink, joh. ' Eerder die dag was op de radio te horen dat 'het grootste cocaïnelab dat ooit in Nederland is aangetroffen' was ontmanteld, goed voor honderd kilogram coke en tienduizenden liters chemicaliën. Het lab zat goed verstopt in een manege en was uitgerust met 'slaapvertrekken' en zelfs 'een recreatieruimte'. 'Er zijn een paar mogelijkheden', zegt Lammers. 'Of het is een publiciteitsstunt van Netflix, of Netflix heeft die mensen aangegeven, of Ferry was boos, of de schrijvers van Undercover 2 weten veel meer dan wij denken - hide in plain sight, als het ware.' Wat er ook van zij, het tweede seizoen van Undercover speelt zich óók af op een manege, de El Dorado Ranch ergens in het Belgische achterland, van waaruit illegale wapens naar Syrië worden verhandeld. Naast Tom Waes (als undercoveragent Bob) en Anna Drijver (Kim) maken deze keer ook Wim Willaert, Sebastien Dewaele, Ruth Becquart en Chris Lomme hun opwachting. En Frank Lammers, natuurlijk, in de rol van Ferry Bouman, de op het einde van het eerste seizoen gevangengezette drugsbaron. 'Of dit nu de rol van mijn leven is? Ik mag hopen van niet. Ik ben 48, man. Wat moet ik dan met die andere achtenveertig jaar van mijn leven aanvangen? Maar het is natuurlijk wel zo dat ik het personage van Ferry goed snap: hij komt net als ik uit Brabant en hij is gemakkelijk te doorgronden, alles draait bij hem om eerlijkheid, om recht door zee zijn, en dat koester ik. De boef spelen is altijd leuk, zeker een sympathieke boef als Ferry. Ik heb eigenlijk maar één grote droom in mijn leven, die nooit gaat uitkomen, en dat is ooit eens de boef in James Bond te mogen spelen. Dit is een aardige stap in de goede richting, zal ik maar zeggen. Met zijn lichaamsbouw, zijn voorliefde voor barbecue en bier, en de bijna broederlijke verhouding met zijn grijze rechterhand John lijkt Ferry wel heel erg op Tony Soprano. Wat heb je bewust níét van Tony overgenomen?Frank Lammers: Ik ga je een bekentenis doen: behalve wat compilatievideo's op YouTube heb ik eigenlijk nog niets van The Sopranos gezien. Ik weet wie Tony Soprano is, en ik vind net als iedereen dat James Gandolfini hem geweldig heeft neergezet, maar ik heb hem dus niet zitten bestuderen. Ik begrijp nooit waar mensen de tijd vinden om al die series te bekijken. Mij lukt dat gewoon niet. Tony Soprano doet graag zijn beklag over de tijdgeest. 'What happened to the strong, silent type?' is zijn allereerste zin in de reeks. Herkenbaar? Lammers: Voor Ferry niet zozeer: die is veel meer een opportunist dan Tony Soprano. Zoals we ooit in de prequel zullen zien, is hij begonnen in de wiet, stapt hij daarna over op xtc en als er dan weer iets nieuws komt, gaat hij het ook doen. Als hij maar geld kan verdienen. En voor mezelf: jazeker. Om te beginnen al de voorliefde voor het strong, silent type. Ik denk dat mannen in het algemeen, en ik in het bijzonder, best wat meer zouden kunnen praten - dat zou beter zijn voor onze relaties en voor de wereld - maar in film hou ik wel enorm van dat soort sterke, stille types. The man with the harmonica uit Once upon a Time in the West. 'What are we going to do with this one, Frank?'. Ik ben een enorme fan van de spaghettiwestern. In de film zit er nu ook zo'n zin. Daniëlle (Franks vrouw, gespeeld door Elise Schaap, nvdr.) zegt tegen me: 'Jij zegt niet zo veel, nee.' Vind ik mooi. Worstel je net als Tony met de tijdgeest? 'We zijn zo bang geworden met z'n allen', heb je ooit gezegd. 'Zo truttig.'Lammers: Ik vind het moeilijk, ja. Met name voor onze kinderen is het lastig geworden. Door de vertrutting die is opgetreden, hebben zij het veel lastiger dan ik toen ik jong was. Om een voorbeeld te geven: mijn kinderen durven niet bloot door het huis te lopen. Huh? Ik ben opgegroeid in de jaren zeventig en tachtig, ik denk echt dat dat de beste tijd ooit was om op te groeien. Het was een tijd van vrijheid en optimisme, van glasnost en perestrojka, de Muur viel, Nederland werd Europees kampioen en België speelde een leuk WK, kinderen mochten nog onbezorgd buiten spelen, de telefoon zat nog aan een draad en televisie was er slechts op woensdag en zaterdag. Er was gewoon veel minder angst dan nu. Ik weet ook wel, door corona leven we in een buitengemeen ingewikkelde tijd, maar er zijn toch wel erg veel mensen die het lekker vinden om op straat tegen je te komen zeggen dat je de regels kennelijk niet helemaal volgt, met zo'n ijverig stemmetje: 'Afstand! Afstand!' Het is bijna een nieuwe godsdienst, mensen hebben ineens weer houvast. Je zult mij niet horen zeggen dat het onzin is, corona, maar met de huidige tijdgeest van irreëel angstmanagement heb ik het wel moeilijk. De vrijheid en het optimisme zijn vakkundig de nek omgedraaid, onder andere door het liberalisme. Ik heb het gevoel dat we op veel vlakken opnieuw een pak conservatiever zijn geworden dan een paar decennia geleden. Is Ferry een opgestoken middelvinger naar die tijdgeest?Lammers: (denkt na) Ferry heeft zich dan wel een grote chalet laten bouwen, met een dure matras erin, maar hij is al lang tevreden als hij in alle rust een biertje kan drinken op de camping. Ongetwijfeld is hij met dat ideaalbeeld opgegroeid. Hij hoeft niet per se naar Thailand, hij moet niet per se 'een tussenjaar' nemen om de hele wereld te zien. In die zin plaatst Ferry wel kanttekeningen bij de tijdgeest, ja. Geen gedoe. Je kunt hem ook een anachronisme noemen: de witte, zwaargebouwde man die met harde hand zijn familie leidt. Een manbeeld dat onder druk staat.Lammers: Ja, dat klopt zeker, hoewel ik tegelijk ook denk dat dat beeld vooral onder druk staat in de randstedelijke en grootstedelijke gebieden, minder op het platteland. Dat verschil zie je natuurlijk het duidelijkst in Amerika, waar de hele Midwest zonder blikken of blozen op Trump stemt, maar ook hier, bij ons. Kijk maar naar die hele zwartepietenkwestie, hoe ver de meningen daar uit elkaar liggen. Jij bent opgegroeid op het Brabantse platteland, maar je woont al jaren in Amsterdam. Vallen die twee zielen altijd even goed met elkaar te lijmen?Lammers: Dat denk ik niet, nee. Mijn vrouw (schrijfster Eva Posthuma de Boer, nvdr.) komt uit een hypercultureel milieu. Grachtengordel, schrijvers, fotografen, echt de intellectualia van Amsterdam. En ik, ik zei in het begin van onze relatie tegen haar - ze gaat me haten dat ik dit weer vertel, maar ik blijf het een goede anekdote vinden - dat ik ook heel wat schlagers ken uit mijn jeugd, 'dus wie is er nu cultureel het meest onderlegd?' Toen werd ze helemaal gek. (lacht) Terwijl ik nog altijd denk dat er wel een kern van waarheid in die uitspraak zit. En om haar te versieren heb je geen kaartje voor de opera gekocht, maar gewoon haar hele voortuin opgegraven.Lammers: Dat was pure bluf. Ik heb toen ook nog luxaflexen proberen op te hangen: er zaten zestien gaten in het plafond, ik had blaren op mijn handen en ze hingen er nog niet aan. In die zin ben ik zelf ook niet het prototype van de stoere, blanke man die met een boormachine in de hand door het leven gaat. Nog even terug naar Tony Soprano. Uiteindelijk ging die rol zwaar op James Gandolfini wegen. Hij bleef ook na de opnames drinken en schelden, werd overal nageroepen en vond nog maar moeilijk rust. Heb jij bij jezelf al een 'Ferry-effect' gemerkt?Lammers: Ik zeg van niet, maar ook hierover zou je mijn vrouw moeten raadplegen. Ik ben waarschijnlijk iets grover in de mond dan wanneer ik niet aan het draaien ben. Ik praat plat Brabants in de serie, mijn moedertaal. Dat moet ik altijd weer even afleren als ik thuiskom. En ik denk dat de roem van Gandolfini op een ander level zat dan de mijne, godzijdank, maar ik word toch ook gemakkelijk twintig keer per dag nageroepen als ik ergens loop. Maar zolang mensen blij zijn om me te zien, hoef ik er niet van te gaan drinken. Donkere reeksen en films - zie ook Rundskop, waarin jij een foute veearts vertolkte - slaan in Nederland moeilijker aan. Hoe komt dat volgens jou?Lammers: Ze doen het niet per se minder goed. Undercover was een enorme hit in Nederland - laten we wel wezen, de mensen snakken ernaar. Alleen is het klimaat in Nederland zo dat er geen geld voor vrijgemaakt wordt. Rundskop had in Nederland nooit gemaakt kunnen worden, het Filmfonds had er nooit geld in durven te steken. 'Dat jongetje, met zijn ballen: moet dat nou?' zouden die mannetjes gevraagd hebben, en dan moet je je als maker gaan verdedigen en is het eigenlijk al om zeep. Met elk idee moet je gaan leuren bij een comité van mensen die dramaturgisch heel ouderwets zijn, en daardoor krijg je in the end alleen maar brave romcoms. Het hele systeem moet om - ik hoop dat ik dat nog mag meemaken. En intussen ben ik heel blij dat ik artistiek asiel heb mogen ontvangen in België. Als ik mijn vrouw ooit meekrijg, ga ik gewoon in België wonen. Op een camping.Lammers: Mja, dat weet ik nog zo niet. Gelukkig is er, behalve België, ook nog Netflix als uitwijkmogelijkheid.Lammers: Ik dank God op mijn blote knieën voor Netflix. Zeker in Nederland maken zij, en al die andere streamingdiensten, nog dingen mogelijk die wat afwijken van de norm. Ze moeien zich niet met de inhoud en ze beslissen snel: het duurt geen drie jaar voor je een antwoord krijgt. Een zegen voor acteurs als ik. Voor alle duidelijkheid: ik ben ook tegen al dat overgesubsidieerde en ik vind sommige collega's ook lui op dat vlak: 'O, ik ben zielig, geef me geld.' Je moet altijd creatief blijven en altijd hard blijven werken. Dat doe ik zelf ook. Tijdens de coronamaanden was ik een van de eersten met een livestream van een theatervoorstelling (Marx , van Stefaan Van Brabant, nvdr) en heb ik met mijn eigen centen een film gemaakt: Groeten van Gerri, over een alleenstaande onderwijzer die via Zoom en in zijn slip lesgeeft. Intussen heb ik die aan Netflix kunnen verkopen, wat geweldig is, maar dat we na de Tweede Wereldoorlog - met Goebbels en zijn hele propagandamachine - nog altijd het belang van cultuur moeten verdedigen vind ik wraakroepend. Maar ja, wij stellen de vragen die de politici niet willen horen. Daar komt het denk ik wel op neer. Waarom acteer je?Lammers: Ze zeiden dat ik dat goed kon, vroeger. Daarom ben ik er ooit aan begonnen. En dan knipper je met je ogen en ineens ben je dertig jaar verder. (denkt na) Je kunt af en toe eens naar het buitenland, op de set schuiven ze een dikke auto onder je gat en je mag nog wat schieten met pistolen ook: het is zandbakspelen. Met doorgaans een enorm gemotiveerde crew rond je met wie je samen iets moois maakt. Ik hou van teamsporten, en film of theater maken is teamsport. Je bent een voetbalfan. Stel: je wordt morgen hoofdcoach van PSV, wat is het eerste dat je verandert?Lammers: Een leider op het middenveld, die kunnen ze wel gebruiken. Ik zou Kevin De Bruyne halen. (lacht) Voor Ferry heb ik stevig moeten trainen en omdat er geen enkele fitness open was, kon ik in de gym op de club terecht. Op een dag kwam de coach naar mij: 'Frank, jij staat morgen in de basis.' Bleek dat ik de dag erna mocht meetrainen met de grote jongens! Een echt jongensboekmoment. Het filmpje staat op YouTube. Je bent eindelijk van je bijnaam 'Lepra Lammers' af?Lammers: (lacht) Die heb ik nooit erg gevonden, hoor. Als kind heb ik gevoetbald en toen ik op een dag alleen voor doel een sierlijke dribbel wilde inzetten, struikelde ik knullig over de bal. Ik heb twee minuten languit liggen lachen in het gras. Dat is het mooie aan voetbal, maar ook aan kunst: het kan mislukken. En als het mislukt, is het helemaal niet erg. Ik ben een grote fan van Dirk De Wachter: durf ongelukkig te zijn. Alleen maar dingen doen waarvan je op voorhand weet dat ze gaan lukken, dat is toch niets? Zoals Picasso al zei: 'Streef niet naar perfectie, die bereik je toch niet.'