'"Nee, niet naar mij kijken. Niet! Kijken!" Tijdens de fotoshoot voor De Warmste Week heb ik Eva en Joris gevraagd om zich even om te draaien als het mijn beurt was', vertelt Fien Germijns. 'Ik word daar nogal zelfbewust van. Dat belooft niet veel goeds voor straks, zeker?'
...

'"Nee, niet naar mij kijken. Niet! Kijken!" Tijdens de fotoshoot voor De Warmste Week heb ik Eva en Joris gevraagd om zich even om te draaien als het mijn beurt was', vertelt Fien Germijns. 'Ik word daar nogal zelfbewust van. Dat belooft niet veel goeds voor straks, zeker?' Er zijn meerdere redenen waarom de 24-jarige Antwerpse destijds voor radio koos. Liefde voor het medium, vooral. Het besef dat haar angst voor dieren die eerder beoogde carrière als veearts misschien toch zou bemoeilijken, dat ook - 'Zelfs vlinders zijn mij te impulsief!' Maar in zekere zin ook omdat ze bij StuBru platen aaneen mocht rijgen zonder dat een stel camera's haar constant op de vingers keken. 'Nu, ik plan alles deze week gedwee te ondergaan, maar eigenlijk wil ik dus gewoon radio maken. En noem me gerust naïef, maar ik geloof dat je dat nog altijd in relatieve anonimiteit kunt doen.' Germijns, die al op Studio Brussel meedraait sinds 2016, heeft het voetlicht inderdaad lang kunnen vermijden. Tot februari althans, toen ze een van de stemmen van de hertimmerde zender werd en Team Germijns mocht hosten. Communityradio, zoals dat heet, waarin ze luisteraars met problemen uit de nood hielp. 'Daar kon ik mijn innerlijk Chiromeisje de vrije loop laten: gekke plannen maken en mensen helpen. Zoals die keer toen we een week gezocht hebben op een obscure songtekst die al jaren vastzat in het hoofd van opa Emiel. Zelfs Radio Minerva had hem niet kunnen helpen. Team Germijns wel.' Sinds september presenteert ze vier dagen per week Het programma van de eeuw, met de beste muziek van de laatste twintig jaar. 'In de eerste show heb ik er wel meteen Kevin van Hormonia doorgejaagd. Sorry, maar ook dat is Vlaamse canon.' Drieënhalf jaar geleden belandde ze via de talentenjacht Studio Dada in de nachtrotatie van de zender. 'Vandaag kijk ik daar best tevreden op terug, maar ik heb die nachten regelmatig vervloekt. Je zit radio te maken in het holst van de nacht, en dan vraag je je weleens af wie er in godsnaam nog aan het luisteren is. "Ben je nu niet gewoon tegen jezelf aan het praten, Fien?" Het heeft lang geduurd voor ik begreep wat voor een cadeau dat eigenlijk was.' Het blijft een goeie leerschool voor prille radiomakers. Vooral omdat niemand het merkt als je om drie uur 's nachts fouten maakt. Fien Germijns: En ik heb ze allemaal gemaakt. De schtoemste eerst. Het maakt op zo'n moment ook niet uit wat je precies doet: je kunt voluit experimenteren. Ik weet niet of ik dat mag vertellen, maar zo belde ik toen ook naar Tom De Cock die op hetzelfde moment Marathonradio maakte op MNM. (heimelijk) En dan spraken we af om op beide zenders op hetzelfde moment dezelfde plaat te draaien. Ik begin te vermoeden dat wij een ander idee hebben over gewaagde verhalen. Germijns: Sorry. Wilder wordt het echt niet. Ik vond dat toen al het toppunt van rebellie. Jij hebt werkelijk élk hoekje van de zender mogen verkennen. Later volgden Fok de blok, De afrekening, De maxx, Happy Sunday, Happy Friday, redactiewerk voor Zender, Michèle Cuvelier en Siska Schoeters en de spitsblokken in de vakantieperiodes. Ben ik iets vergeten? Germijns: Enkel nog een zalige periode bij Gunther D. Misschien was dat nog het allergrootste cadeau. Beginners die zich afvragen hoe los je precies mag gaan op de radio, moeten vooral eens een paar maanden naast Gunther plaatsnemen. (denkt na) Als ik vandaag uit alle StuBru-archetypes moet kiezen, dan zou ik graag eindigen als een mix tussen Gunther D en Siska Schoeters. De grootste gemene deler lijkt daar een talent voor sympathiek gejen. Is het dat? Joris Brys vertelde me hoe straf hij het vond dat jij je werkelijk uit elke situatie lijkt te lullen. Germijns: Dat is een talentje dat ik gerust wil claimen. Je kunt maar weinig in mijn richting gooien dat ik niet meteen kan terugkaatsen. Taal is een heel sterk wapen voor mij. En ik vind mezelf ook best grappig, als ik dat mag zeggen. Langs moeders kant zijn we allemaal een beetje mollig, en ik had al snel door dat ik niet per se bij de knapste meisjes hoorde, dus ben ik dat blijkbaar gaan compenseren met een overontwikkeld innerlijk. Alleen kom ik vreemd genoeg niet heel goed binnen bij de meeste mensen. Joris is er inderdaad maanden van overtuigd geweest dat je hem niet mocht. Germijns: Ik heb blijkbaar een ongelooflijke resting bitch face. Nog een geluk dat ik radio maak. (lacht) Van elke nieuwe vriend die ik maak krijg ik later te horen dat ze dachten dat ik hen aanvankelijk niet leuk vond. Nu goed, ondertussen zijn Joris en ik goede vrienden, carpoolen we regelmatig en vertellen we elkaar nagenoeg alles. Hij is zeer open, en aangezien ik de neiging heb om het karakter van anderen te spiegelen, ben ik dat bij hem ook. Dus wanneer jij in de buurt van Eva De Roo komt, dan stuiteren jullie allebei vrolijk in het rond? Germijns:(knikt) Als StuBru een klas was, dan zouden Eva en ik die twee leerlingen zijn die ze altijd zo ver mogelijk uit elkaar zetten. Ook De Warmste Week heeft nog weinig geheimen voor jou. De laatste jaren was je er reporter op het terrein of zorgde je in de Actietent voor dat wie niet op tv kon verschijnen toch nog een filmpje voor de achterban kon maken. Germijns: Toen ik nog studeerde, ging ik er ook al loggen - in shiften alle beelden bekijken en zaken noteren zoals '13.42 uur, schattig kind met wafel'. Eigenlijk heb ik perfect mogen opbouwen naar deze week. (lacht) Dat gezegd zijnde, ik hoop dat er af en toe eens iemand komt bevestigen dat ik het zo slecht nog niet doe. Ik ben nogal vatbaar voor doemdenkerij - 'Slechtste radioblok ooit, Germijns!' - maar ik laat me gelukkig vrij makkelijk door anderen van het tegendeel overtuigen. Je bent ad rem en staat stevig in je schoenen, maar hoe hard zul je moeten tegen een trillende onderlip na het zoveelste hartverscheurende verhaal dat passeert? Germijns: Uiteraard wordt dit een emotionele week, al denk ik dat de lastigste momenten die zijn waarin je een tragedie uit je eigen omgeving herkent. En ik heb echt nog geen noemenswaardige blutsen of builen opgelopen in mijn leven. Op de dood van Christophe Lambrecht na misschien, maar dat is een gedeelde buil. We hebben ons daar allemaal samen doorheen gesleurd. Mogen politici deze week nog langskomen met grote kartonnen cheques met belastinggeld? Germijns: Van mij? Of van de VRT? (lacht) Of anders: verwacht je van politici niet eerder structurele oplossingen in plaats van een fotogenieke aalmoes voor symptoombestrijding zoals De Warmste Week of Rode Neuzen Dag? Germijns: Mag ik passen bij die vraag? Ik heb daar eerlijk gezegd nog niet over nagedacht, en zal dat waarschijnlijk ook niet doen. Ik ben niet op dat niveau met politiek bezig. Zelfs de optocht van VRT-personeel tegen de besparingen begin december heb ik aan mij laten voorbijgaan. Je geeft de indruk behoorlijk onbekommerd en relaxed door het leven te fietsen. Germijns: Dat klopt, grotendeels. Vandaag althans. Ik ben zeer chill, maar niet van nature. Ik ben het moeten worden. Vorig jaar ben ik een viertal maanden thuisgebleven en in therapie gegaan. Want er ging geen dag voorbij zonder minstens één huilbui. Een burn-out? Germijns: Er is nooit echt een naam op gekleefd, maar een burn-out was het zeker niet. Ik ben altijd behoorlijk bezorgd geweest om mensen in mijn omgeving, maar toen mijn lief zes maanden naar China trok, is in mijn hoofd het een en ander geëscaleerd. Het idee dat hij daar in dat raar, gevaarlijk land zat, en ik door het tijdsverschil en die Great Firewall amper met hem kon communiceren, werd me blijkbaar even te veel. (droog) Krakske gekregen, hè. Toen hij terug in België was, liet ik hem echt niet meer los. Ik functioneerde gewoon even niet meer, zeker niet op werkvlak. Als je jezelf elke ochtend bijeen moet schrapen, kun je een uur later echt niet de vrolijke uithangen op de radio. Aangezien je jezelf op zo'n moment voelt ontsporen, zonder dat je weliswaar kunt ingrijpen, werd ik aanvankelijk vooral kwaad op mezelf. 'Doe nu toch eens normaal, Fien!' Maar ik ben blij dat ik me uiteindelijk heb laten begeleiden. En dat Stubru me die tijd gegund heeft. Anders had dat krakske later ongetwijfeld weer de kop opgestoken. Misschien wel dubbel zo hevig. Ik blijf waakzaam, maar ondertussen lijkt er toch echt iets veranderd in mijn hoofd. En als het toch even wat minder gaat, zoek ik wel de natuur op. Juist, jij bent een vogelaar. Germijns: Occasioneel vogelaar. Mijn tante is er harder mee bezig. Ze schreef zelfs een boek - Fluitend door het leven - over de weldaad van vogelspotten als meditatievorm. En aan het RITCS draaide ik een documentaire over De Duifkes, een exclusief vrouwelijke groep vogelaars. Maar ik woon in de stad, dus veel valt hier niet te spotten. Ik moet dan al naar ons familiehuisje in Putte trekken, aan de Nederlandse grens: een krakkemikkig ding, maar gelegen in een heel groot bos met boomhutten en deathrides in de buurt. Deathrides waar mijn grootmoeder en haar zussen trouwens ook nog altijd gezwind afglijden, met heel veel lawaai. (denkt na) Lawaai is echt wel een familietrekje. Ik roep heel graag, ook op de radio - roepen is altijd grappig. Ik heb ondertussen gelukkig wel geleerd om verder van de microfoon te gaan zitten.