'Je kunt er maden op loslaten.'
...

'Je kunt er maden op loslaten.' 'Of gewoon afkoken, lief.' 'Of het in een mierennest dumpen, die vreten dat wel schoon. Maar begraven blijft de makkelijkste manier.' Het is mijn fout. Had ik maar niet langs mijn neus weg moeten opmerken dat een aangereden vos simpelweg in de tuin onderspitten om de schedel te kunnen recupereren me een gemiste kans op experimentatie leek. We zitten in de Gentse rand ten huize Scheire-Volders, het amoureus collectief verantwoordelijk voor geslaagde producties als Lander, Gitte en Hazel Scheire. Achter ons strekt zich joviaal een bos uit, met onder meer een roeivijver, een schrijfhok en een verdwaalde caravan. Het gezin deelt de uit de kluiten gewassen tuin met de buren, Lievens neef Jonas Geirnaert en diens eega Julie Mahieu. De luim is goed, want er zijn kaneelbollen, koffie en complimentjes. Voor Lieven, de salonfähigste der Vlaamse nerds, die momenteel in Het lichaam van Coppens op VTM als wetenschappelijk panellid fungeert en de twee Coppi in die hoedanigheid buitengewoon onderwijst. En voor Sien, die als schrijfster met Noord een romandebuut afleverde om te vousvoyeren. Zo eentje dat je oneer aandoet door het even fluks samen te vatten als 'zilversmid Sarah trekt naar het weinig doordringbare noorden van Canada op zoek naar zichzelf en absolute vrijheid'. De kiem van Noord werd jaren geleden gelegd, vertelt Volders terwijl Lieven zich van de koffiemachine kwijt. Toen ze voor het eerst de Yukon bezocht. 'Ik zou met een Erasmusvriendin afspreken in New York. Twee weken voor mijn afreis liet ze me weten dat ze naar Dawson City, een klein goudzoekersdorpje in de Yukon, verhuisd was, maar dat ik nog altijd welkom was. Wat je mij geen twee keer moet zeggen: ik ben opgegroeid met de boeken van Jack London (White Fang en andere Klondike Tales, ndvr.). De goldrushtijden die hij schetste, het is er nog steeds zo: het ziet er nog altijd zo uit, er wordt nog steeds goud gezocht, er wonen meer honden dan mensen en je kunt niet verder van de bewoonde wereld zitten. Toen ik er aankwam, ging het sneeuwen en zat ik er meteen twee weken min of meer vast. Niet echt ingesneeuwd, maar laat ons zeggen dat het opportuun was om ter plekke te blijven. Toen is het verhaal beginnen te groeien. Dat stadje liet me niet meer los. Op het obsessieve af. Twee jaar later ben ik teruggekeerd, om te zien of ik er effectief een roman uit kon puren. Al heeft het nog vier jaar en gruwelijk veel versies geduurd voor het boek echt af was. Na veertien versies ben ik gestopt met tellen. Lieven Scheire: Ja, al hebben we wel andere noordens. Bij mij gaat het om Spitsbergen, Noorwegen en vooral IJsland, waar ik een AFS-jaar (internationaal uitwisselingsprogramma, nvdr.) spendeerde. Vooral omdat iedereen al naar Zuid-Amerika trok, én omdat ik een enorme Björkfan was. Helaas heb ik moeten vaststellen dat Björk een zeer atypische IJslandse is. (lacht)Sien Volders: Ik heb mijn Erasmusjaar in het Zweedse Uppsala doorgebracht. Maar het was pas toen ik voor het eerst naar Canada trok, richting Alberta en Saskatchewan, dat ik echt verkocht was. Hoe dichter je bij de poolcirkel komt, hoe meer diepmenselijke donkerte er in de bewoners sluipt. Geen wonder ook dat Noord behoorlijk gemarineerd is: het helpt ginds om in een constante roes te leven, om de uitbundige, korte zomers en de deprimerende, lange winters te verdragen. Volders: Lieven heeft dat minder, maar ik hou immens van westerns en dat 'einde-van-de-weggevoel'. In Dawson City is dat heel sterk: verder kun je bijna niet gaan. Ik hou van plekken waar je niet passeert: als je erheen trekt, is het omdat je daar wilt of moet zijn. Van Whitehorse, het laatste stadje waar je met het vliegtuig kunt landen, wilde ik in mijn eentje naar Dawson rijden, zo'n zeshonderd kilometer en één enkel tankstation verder. Mijn vriendin is me uiteindelijk komen ophalen. Goed dat ze dat gedaan heeft, want als Europeaan is die rit echt niet verantwoord: dat oneindige niets, wij kunnen dat niet bevatten. Je hoofd blijft je fata-morganagewijs maar vertellen dat er achter het volgende bosje wel een dorp zal liggen. Op de terugweg heb ik ook een hert aangereden. Was dat een eland geweest, dan zat hier nu allicht geen debutante voor je. Volders: Nieje. (schatert)Volders: Da's raar. (lacht) Sarah kan door haar immense gedrevenheid nogal koud zijn. Als zilversmid heeft ze iets gevonden waar ze zich in kan verliezen, en waar ze echt in uitblinkt. Dat is mij totaal vreemd. Ik ben eerder een woman of all trades, master of none. Ik ga eerder in de breedte: houtbewerking, interieurarchitectuur, huizen bouwen... Ik heb zowel een diploma kunstgeschiedenis als een diploma religiestudies. Het is niet mijn ambitie ergens de beste in te zijn, laat mij maar gewoon véél doen. In schril contrast met Lieven, die heel gericht voor één ding gaat en daar zeer straf in is. Scheire: Er is een zekere focus, maar ik heb net zo goed een butterfly mind dat overal projectjes nodig heeft. Weliswaar binnen een afgebakend domein. En dankzij Sien vlucht ik inderdaad minder in mijn werk dan ik zonder haar zou doen. In Noord schrijft ze hoe Sarah telkens 'weer meer werk, en minder mens' wordt. Laat ons zeggen dat ik het geluk heb dat ik organisch in het warme gezinsleven gesukkeld ben. Anders was ik gegarandeerd een kluizenaar geworden. Of minstens toch een halve. Ik heb een hyperfocus, heb veel rust nodig, genoeg tijd om de ruis uit mijn kop te laten waaien. Gelukkig organiseert Sien in die intensieve periodes 'sociale interventies', met tien vrienden, stoofpotjes, wijn en kampvuren. Volders:(lacht)Scheire: Ah, gaan we stoken!? Natuurlijk heeft Sien geen gebrek aan talenten. Ze zocht hooguit naar iets waar ze alles op wilde inzetten, iets dat de moeite was om voorbij 'goed genoeg' te gaan. Volders:Ik heb geen uitgesproken talent - tenzij dat nu schrijven blijkt te zijn - maar als je je leven met iemand als Lieven deelt, ga je daar wel naar op zoek. Ik zie hetzelfde bij gelijkaardige koppels: zo'n partner zorgt voor verwarring bij de ander. We zien vanop een afstand het negatieve aan die obsessie - hoe je kunt vergeten wat écht belangrijk is - maar tegelijk willen we ook net zo veel passie voelen voor één onderwerp. Want wie echt in zijn hoofd kan leven, zoals Lieven, maakt vaak de schoonste kunst. Volders:Ik ben heel gelukkig gesetteld, maar... Een kameraad omschreef me ooit als 'een wilde geest in een gelukkig getrouwd lichaam'. Volders: Een gelukkige getrouwde geest in een wild lichaam is? Scheire: Een doodbrave nerd in een jong lichaam, als tegengesteld aan een wildpoeper in een tjevenlichaam. (lacht) Het helpt dat wij geen last hebben van jaloezie. Er is genoeg vertrouwen. Als zij twee weken naar Canada wil, dan doet zij dat gewoon. En dat geldt ook omgekeerd. Volders: Wij scheppen samen chaos. Wij zijn gewoon twee chaoten die dat goed kunnen verbergen dankzij bepaalde structuren. Scheire: Sien bewaakt mijn dagritme en zorgt er af en toe voor dat ik onder de mensen kom, terwijl ik bepaalde gezinstechnische systemen geïmplementeerd heb. (peinzend) Ik moet dat dringend op mijn businesscard zetten. Sinds we kinderen hebben, heb ik ook een onstuitbare drang tot opruimen. Laat mij een dag alleen thuis, en alles ligt er weer gelikt, geordend en desnoods gelabeld bij. Maar wanneer er iemand binnenkomt, ga ik meteen weer in stand-bymodus. Heel bizar. Geen idee welke psychologische aandoening dat precies is. Volders: De perfecte eenzaat. Gelukkig socialiseer ik jou, mijn lief. Scheire: Perfecte eenzaat, gesocialiseerd door debuterende schrijfster. Dat komt ook op mijn businesscard. Scheire: We hadden elkaar daarvoor nog maar twee keer gezien. Zeer slechte timing dus. Anderzijds hebben we op die manier de coup de foudre heel lang kunnen rekken. Volders: Het is de meest ideale manier van samenzijn: je kiest zelf wat je deelt, in de bewoordingen die je zelf kiest, en je schrijft in de juiste gemoedstoestand. Zonder dat het dagelijks leven in de weg staat: je krijgt een heel integer beeld van de ander, een beeld waar alle dagelijkse banaliteit van afgeschraapt is. Het is waarschijnlijk ook de reden waarom wij vandaag nog altijd zo goed bij elkaar passen: we zijn met veel vrijheid samen opgegroeid en gevormd, we zagen elkaar heel weinig, maar wat we deelden, was heel intens en heel integer. Volders: Ik was zestien en zag hem op een afstudeerfeestje van een vriendin. Zij had over heel België vrienden en gooide die tijdens dat weekend allemaal samen - die groep vormt tot vandaag de kern van onze vriendenkring. Daar zagen we elkaar voor het eerst. (liefjes) En dat was meteen heel heftig. Vuurwerkjes. Scheire: Hoewel wij toen amper met elkaar hebben gepraat. Ik wist dat ik met nogal wat vuurwerkjes zat, maar wat het andere geslacht dacht, daar snapte ik echt niks van. Volders: Een vriendin merkte op dat hij op een of andere manier op mijn broer leek. Waarop ik antwoordde: 'Ik heb mijn broer nog nooit zo onnozel op Manu Chao zien dansen.' Maar ik heb mij die avond in de grote zaal toch maar mooi strategisch naast hem te slapen gelegd. Volders:(droog) Ik werk erg bevrijdend. Scheire:(even droog) Ik was wel achttien toen wij wat begonnen. Volders: Ik heb altijd veel minder schaamte gehad dan Lieven, ook puur qua lichaamsbeleving. Ik ben opgegroeid in een piepklein huis met zes man en één toilet in de badkamer, waar om de een of andere reden ook de diepvriezer stond. Iedereen liep er binnen en buiten, iedereen zag elkaar constant naakt. En dat doen wij hier met onze kinderen nu ook heel hard. Er is weinig gêne ten huize Volders-Scheire. Scheire: Om maar te zeggen: we hebben speciaal voor jou kleren aangetrokken. Ik ben nu eenmaal het product van een katholieke opvoeding in een jongensschool, met het beeld van de man die zijn perverse driften moet leren te bedwingen omdat hij daar de vrouw van alles mee aandoet. Het heeft jaren geduurd om dat conservatieve idee uit mijn kop te wringen. Ik had op mijn dertiende een liefje met wie ik o zo voorzichtig was, tot zij ooit zelf mijn hand greep en me de grote rondleiding gaf. (lachje) Al wat ik verbouwereerd kon denken, was: 'Man, die gaat kwaad zijn morgen.' Het zat niet helemaal goed in mijn hoofd. Het is beter nu, hoor. Scheire: 'En jullie reeds daarván de wonde.' Ik schreef dan wel bombastisch, maar had wel gevoel voor metrum. Tja, dat was in mijn Leiden des jungen Werthers-periode. Het is allemaal fuzzy logics. Zelf heb ik jaren in een cocon geleefd, vanuit de overtuiging dat élke toenadering tot het andere geslacht bruuskerend kon zijn. Vandaag kom je in het nieuws nogal wat mannen tegen die de tegenovergestelde state of mind hadden. De waarheid ligt hier in het midden, maar aangezien ik een risicovermijder ben, kroop ik zelf weg aan de veilige kant. We hebben de impliciete spelregels nooit meegekregen in Wachtebeke. Gelukkig ben ik ooit vakkundig aan de haak geslagen. Scheire: Nee. Ik heb daar geen antennes voor. Ik lees dat hele spel niet en kan daar moeilijk over oordelen. Maar als een persoon zich door jouw gedrag geschoffeerd heeft gevoeld, dan neem je dat serieus, ook als je het er eventueel niet mee eens bent. In een omgeving waar mensen bang zijn om dat uit te spreken gaat het sowieso mis. (denkt na) Dit is een erg lastig verhaal voor mij. Ik zie ook een vriend die in één klap alles kwijt is. Zijn carrière, zijn reputatie, zijn productiehuis waar zijn vermogen in zat... En het publieke debat is als vanouds gepolariseerd. Bart moet ofwel een monster zijn, ofwel een heilige. Zolang dat zo blijft, is er weinig loutering in zicht. Voor alle betrokken partijen. Volders: We zitten op een kantelpunt, zo blijkt. Het einddoel is wat we eigenlijk al bereikt dachten te hebben: een absolute gelijkwaardigheid qua seksualiteitsbeleving. Die blijkt er nog lang niet te zijn. En waar het al vroeg misloopt, is schaamte. Dat zit overal, in kleine dingen: grappen dat je, wanneer je als vader een dochter krijgt, 'met de riek achter de deur moet gaan staan als de vrijers komen'. In die zin geef je mee dat het meisje niet mag, en de zoon wel. Dat is subtiel en onderhuids, maar wel een toonbeeld van hoe er nog steeds een heel groot verschil in seksualiteitsbeleving is. De oplossing ligt in een zo groot mogelijke vrijheid aan beide kanten. Volders: Ik ben zelfs van Vleugt. Van 't Roth eigenlijk, een buitenwijk van Vleugt. Volders: En Schaffen is ook maar een deelgemeente van het provinciestadje Diest. Alweer het einde van de wereld dus. Het is een constante: een Volders uit het nest waar ik uit kom, zal een huis kopen en dan meteen gaan kijken van wie de wei ernaast is en hoeveel die moet kosten. We hebben een heel grote drang naar lebensraum. Ver van alles en iedereen, dat is het goede leven. Volders: Het is een ander einde-van-de-weggevoel. Schaffen is een metropool in vergelijking met de Yukon. Scheire: We komen allebei uit hechte grote struiken. Volders: Er werd duchtig onderling getrouwd in Wachtebeke. Scheire: We zaten wel nooit in dezelfde struik, hé! Scheire: Ik wilde die voorstelling al zeven jaar maken. Er zijn een paar urgente thema's, zoals robotisering en artificiële intelligentie, maar genetica is veruit het belangrijkste. Het gaat allemaal enorm snel. Een DNA-test kost nu nog duizend euro, en wordt bij hoge uitzondering uitgevoerd, maar het is zeer realistisch dat ze over vijf jaar nog vijftig euro kost en we allemaal zo'n test in ons medisch dossier stoppen. Op dat moment maken we een gigantische wetenschappelijke sprong, waarmee we kunnen dataminen op de profielen van de hele bevolking. Scheire: Een geneticus zei me onlangs: 'We kunnen al gigantisch veel, over vijf jaar kunnen we dubbel zoveel, en er zijn géén wetten over.' Universiteiten reguleren zichzelf, maar stilaan ontstaan er privébedrijven zonder ethische commissie. Ik neem aan dat we tot een consensus zullen komen dat we zware ziekten mogen corrigeren met de CRISPR-techniek (waarmee je het genoom kunt bewerken, nvdr.) en esthetische kwesties niet, maar wat met alles daartussen? In hoeverre is autisme bijvoorbeeld een beperking of een eigenschap? Asperger bijvoorbeeld levert ook zeer uitzonderlijke talenten op. Scheire:(met Pinokkio-falset) I'm a real boy! Maar ik heb echt geen bekeringsdrang. Ik weet dat ik bij Sien niet moet komen aanzetten met de FACTS-beurs, met games, fysica, programmeren... Volders: Ik ga mee in The Hitchhiker's Guide to the Galaxy, en zal meekijken als hij Doctor Who opzet, maar daar houdt het zowat op. Volders: Maar dat is niet nerdy, dat is doorgedreven monofocus en ongemeen boeiend. Er zijn altijd wolken en insecten te zien, of stadsfossielen in dorpels en vensterbanken, met allemaal hun eigen verhaal. Zo is het leven echt nooit meer saai. Hooguit kan hij daar tot op het ziekelijke af in opgaan. Dan gaat hij op familieweekend 'nog even wandelen' om een specifieke wolk te spotten... Scheire:(verbouwereerd) Een mistboog! Volders:(onverstoorbaar)... en staan wij allemaal vertrekkensklaar, terwijl Lieven al uren verdwenen is, jagend op zijn wolk. Maar zolang het binnen de grenzen van de normaliteit blijft, ben ik heel dankbaar voor zijn obsessies. Obsessie is altijd interessant. Sinds ik research heb gedaan voor een jukeboxmuseum en een tentoonstelling over sierteelt in Lochristi weet ik ook alles van muziekkasten en bommabloemen zoals begonia's. We zoeken gewoon allebei in alles naar de grote verhalen.