Wie zich een veertigtal jaar geleden elke week vergaapte aan series als Dallas en Dynasty en de avonturen van JR Ewing, Blake Carrington en andere Alexis Colby's, deed dat niet zomaar. In tijden van nucleaire dreiging, internationaal terrorisme en stijgende werkloosheidcijfers bood het namelijk troost om, zeker vanuit een versleten sofa achter de muren van een kaduke rijwoning, vast te stellen dat het ook in de kasten van villa's van oliebaronnen en grootindustriëlen niet al peis en vree is. In een tijdperk dat vrijwel even woelig is, hoopt HBO dat kunstje over te doen met het kwaliteitsdrama Succession. Zij het met pakken meer cynisme, oncomfortabele scènes en visuele verfijning.
...

Wie zich een veertigtal jaar geleden elke week vergaapte aan series als Dallas en Dynasty en de avonturen van JR Ewing, Blake Carrington en andere Alexis Colby's, deed dat niet zomaar. In tijden van nucleaire dreiging, internationaal terrorisme en stijgende werkloosheidcijfers bood het namelijk troost om, zeker vanuit een versleten sofa achter de muren van een kaduke rijwoning, vast te stellen dat het ook in de kasten van villa's van oliebaronnen en grootindustriëlen niet al peis en vree is. In een tijdperk dat vrijwel even woelig is, hoopt HBO dat kunstje over te doen met het kwaliteitsdrama Succession. Zij het met pakken meer cynisme, oncomfortabele scènes en visuele verfijning. Wanneer mediamagnaat Logan Roy, de bejaarde afstammeling van Schotse immigranten (vertolkt door de al even Schotse Brian Cox) groot nieuws aankondigt, denken zijn vier kinderen dat hij een stap opzij zal zetten en zijn weinig weerbare maar ambitieuze zoon Kendall (Jeremy Strong) als zijn troonopvolger aanduiden. Hun ontnuchtering is groot wanneer Logan droogweg meldt dat hij op post blijft en bovendien zijn exotische derde echtgenote (Hiam Abbass) meer macht wil geven in het familiebedrijf. Terwijl zijn kroost twijfelt of ze zich tegen de beslissing van de oude ijzervreter zullen verzetten, krijgt die een hersenbloeding. Al in de wachtkamer van de spoeddienst begint een intrigerend en vaak hilarisch machtsspel. De tirannieke pater familias, de bekvechtende, al dan niet aan drugs, macht of prestige verslaafde nakomelingen, de zoveelste echtgenote die als een indringster wordt beschouwd, de sociaal incapabele verre neef die zijn deel van de koek probeert op te eisen en de geheel incapabele schoonzoon: de personages die de Britse showrunner Jesse Armstrong (The Thick of It) voor Succession creëerde, verschillen op het eerste gezicht weinig van de schimmige, manipulatieve rijkelui die in de jaren 80 tal van soapseries bevolkten en massaal met de sympathie en de ergernis van de kijker gingen lopen. En toch. De sterkste troef van Succession is dat het de ambiguïteit van zijn personages behoorlijk op de spits drijft. Logan is dan wel een bruut met een neiging tot antisemitisme en fysieke agressie - zelfs tegenover kinderen -, hij wekt bewondering omdat hij te trots is om zijn levenswerk verloren te zien gaan. Zijn jongste zoon Roman (Kieran Culkin) wil je tegelijk een klap verkopen voor zijn schaamteloze arrogantie en een schouderklopje geven om zijn bijtende cynisme. De goedhartige erfopvolger Kendall is dan weer zo'n klunzige zakenman dat je zit te duimen dat hij niet de nieuwe CEO van het familiebedrijf wordt. Op die manier dolt Succession met de kijker, die voortdurend zijn morele oordeel over de personages moet bijstellen. Een en ander doet vermoeden dat coproducent Adam McKay, die tevens de eerste aflevering regisseerde, een dikke vinger in de pap had. Hij werd immers in 2015 met een Oscar beloond voor het scenario van The Big Short, een film die hij zelf regisseerde en waarin hij een stel aardige gozers maakte van enkele sluwe investeerders die in 2005 hopen geld verdienden aan de instorting van de Amerikaanse huizenmarkt. Nochtans hadden ze met hun manoeuvre niet alleen de grootbanken naar de afgrond gedreven, maar ook honderdduizenden gewone Amerikanen in de armoede gestort. Niemand maalde om die dubbele moraal, en met Succession raakt McKay daar een tweede keer mee weg. Stilistisch gooit McKay het wel over een heel andere boeg dan met The Big Short, dat met zijn beeldenrush, hectische montage en eindeloze gekwebbel vooral voor ergernis zorgt. Hij en zijn collega-regisseurs kozen voor een bedaarde beeldvoering en afwisselend warme en kille interieurs, vinnige dialogen waarbij de onderhuidse spanning van de gezichten af te lezen valt en een pak uiterst oncomfortabele situaties - in elke aflevering zit wel een schokkende scène die je liever niet had gezien. De grootste ruiker is echter voor Brian Cox als de Boer Speeltie van de internationale media. De notoire bijrolacteur (en de meest angstaanjagende Hannibal Lecter-vertolker tot op heden) zorgt constant voor doem en dreiging, zelfs als hij half bewusteloos op zijn ziekbed ligt. Succession bewijst dat de sores en de kuiperijen van de één-procent nog altijd garant staan voor leedvermaak en ongenoegen, en is intelligent, gelaagd en verrassend genoeg om de liefhebber van kwaliteitsdrama op zijn wenken te bedienen.