Ook deze zomer ontspon zich voor onze fiscaal aftrekbare breedbeeldtelevisie gemiddeld één keer per week de volgende miniconversatie:
...

Ook deze zomer ontspon zich voor onze fiscaal aftrekbare breedbeeldtelevisie gemiddeld één keer per week de volgende miniconversatie: - Zeg, die bouwvakker uit Ruddervoorde, ik ken die precies ergens van. - Ja, hoor. Van de aflevering van gisteren. Het zegt niet alleen heel wat over de aanhoudende goede luim in ons huishouden, maar ook over het programma waar de bouwvakker in optrad. Switch, de zomerquiz zonder punten op Eén, zit in de laatste week van jaargang vijf en voelt inmiddels zo vertrouwd dat het op de wekelijks wisselende kandidaten afstraalt. De kleinschalige Panenka-productie is in geen tijd tot een bescheiden instituut uitgegroeid, met een abonnement op de bovenste regionen van de kijkcijfertop 20. De deelnemers werden dit jaar voor de gelegenheid door wanden van plexiglas van elkaar gescheiden. Het deed niks af van de gezelligheid, en verder bleef alles bij het oude. De vijf kandidaten krijgen per ronde één of twee woordpuzzels en een reeks niet al te moeilijke vragen voorgeschoteld. Wie het snelst afdrukt en een juist antwoord geeft, schuift een plaatsje naar rechts op (naar links voor de kijker). Degene die op het einde van een ronde laatste staat, valt af, tot er één finalist overblijft, die 1000 euro kan winnen. Waarna er een nieuwe opname begint en ze met z'n allen doen alsof het een andere dag is. 'Heb je gisterenavond je overwinning gevierd, Jolien?' Switch is zo retestrak geformatteerd dat de bedenkers (hallo, Bart Cannaerts!) nauwelijks aan de formule moesten sleutelen om er ook een populaire app van te maken. Maar waarin zit dan precies het genoegen voor de kijker? Wij tellen twee troeven, te beginnen met de deelnemers. Je leert niet alleen wekelijks een bouwvakker, een soldaat, een indiaan, een politieman en een cowboy kennen, maar er zijn ook altijd één kandidaat om je aan te ergeren, twee om voor te supporteren en twee naar wiens familieleden je achter de rug van de presentator op zoek gaat. Het kleurrijke deelnemersveld is een element dat alle quizzen van Panenka-oprichter Tom Lenaerts, van De pappenheimers tot Switch, met elkaar verbindt. En het heeft naar verluidt iets te maken met de mensenkennis van zijn vrouw. Troef twee heet Adriaan Van den Hoof, die van elke aflevering een razendsnelle onemanshow vol grappen, anekdotes en imitaties maakt - soms flauw, vaak grappig, maar altijd onnozel. Van den Hoofs drukte gedijt uitstekend bij zomerse lethargie, en zijn omgang met de kandidaten is nog beter. Hij daagt uit, troost, knoopt tooggesprekken aan en spreekt minstens één keer per week met een kandidaat af om na de opnames iets te gaan doen - bij de ene gaat hij eten, met een andere op de Vespa rondtoeren. Het is zijn grote kracht dat je geen seconde gelooft dat al die dingen niet gaan gebeuren. En het is de kracht van de makers van Switch dat ze het absolute niets aanschouwelijk, aanstekelijk en entertaining as hell hebben gemaakt.