'Waarom Europese reeksen vandaag zo tot de verbeelding spreken? What the fuck weet ik daar nu van?' We spreken scenarist Ward Hulselmans ergens in een rustig uithoekje van Bozar, tijdens het Are You Series?-festival vorige maand, waar hij de dag nadien aan een panelgesprek met andere scenaristen zal deelnemen. Met klamme handen.
...

'Waarom Europese reeksen vandaag zo tot de verbeelding spreken? What the fuck weet ik daar nu van?' We spreken scenarist Ward Hulselmans ergens in een rustig uithoekje van Bozar, tijdens het Are You Series?-festival vorige maand, waar hij de dag nadien aan een panelgesprek met andere scenaristen zal deelnemen. Met klamme handen. 'Ik moet daar gaan vertellen wat mijn truc is, maar ik heb helemaal geen truc. Tenzij je 'barstende koppijn krijgen van naar dat witte blad te staren' een truc kunt noemen? Bovendien, wanneer ik schrijf, ben ik echt niet bezig met een eventuele internationale doorstart van een reeks. Daar doe je het toch niet voor? Wanneer je een nieuw verhaal aansnijdt, graaf je als scenarist gewoon een diepe put waar je vervolgens een jaar lang moeizaam uit probeert te klauteren.' De 67-jarige voormalige misdaadjournalist excelleert in zelfrelativering: ons hele gesprek laat zich eigenlijk samenvatten als 'ik doe ook maar wat'. Opmerkelijk toch voor de man uit wiens koker de luimige Witse ooit is ontstaan, en wiens scenario's sinds de jaren negentig de zondagavonden op Eén duchtig gekleurd hebben, van Heterdaad over Stille waters tot Salamander. Laatstgenoemde, een samenzweringsthriller over het zestig jaar oude kabaal Salamander, was in 2013 goed voor zo'n 1,4 miljoen kijkers per aflevering, schopte het als eerste Vlaamse reeks tot in Netflix en werd aan meer dan dertig landen verkocht. En vanaf 7 januari is er dus Salamander 2. 'Ik dacht evenwel dat ik klaar was met Salamander en hoofdinspecteur Paul Gerardi, maar kijk, plots diende dat verhaal rond de bloeddiamanten zich aan.' Dit keer draait het namelijk om de diamantmijnen van Kitangi, een Afrikaans staatje waar generaal Bombé een coup plant, met de hulp van de Belgische banken. Op wat letters na een heldere verwijzing naar het verhaal van Katanga, dat zich onder leiding van president Moïse Tshombe in 1960 tijdelijk afscheurde van Congo, met de hulp van Belgische industriëlen. Ward Hulselmans: De vieze rol die Union Minière en de Generale Maatschappij in Katanga gespeeld hebben, zal altijd een stevige kiezel in onze schoen blijven. Huurlingenlegers oprichten om vrijelijk te kunnen delven? Banken die even een eigen staatje oprichten ter zelfverrijking? Laten we zeggen dat ik niet lang getwijfeld heb om met dat verhaal aan de slag te gaan. Een reeks als Salamander werkt ook alleen maar bij de gratie van een héél sterk onderwerp. Zo eentje dat in ons collectief geheugen gegrift staat en waarvan je als kijker kunt denken: ik durf er mijn hand niet voor in het vuur te steken dat dat vandaag niet meer zou kunnen gebeuren. En ik kan maar drie onderwerpen bedenken die zich tot een Belgische samenzweringsthriller lenen. Ons oorlogsverleden, dat in de eerste reeks verwerkt zat, onze rol in de koloniën en het eeuwige schimmenspel van de grootbanken - de banken hebben bij mij altijd de boter gevreten. (lacht) Het uitgangspunt van Salamander is in wezen in beide seizoenen hetzelfde: we weten niet wie er écht achter de knoppen zit in dit land. Continu worden er beslissingen genomen die wij niet begrijpen. In het beste geval krijgen we jaren later via een omweg of een schandaal zicht op de besluitvorming. Ik had de Bende van Nijvel ook in het lijstje verwacht. Voor wie vandaag samenzweringen aan de kijker wil slijten, is de hernieuwde interesse voor de Bende toch een marketingtechnisch godsgeschenk? Hulselmans:(grijnst) Zolang de mist om de Bende van Nijvel niet optrekt, heb ik een soort vrijgeleide om eender wat te bedenken. Als de Bende wordt opgerold, stopt het voor mij als scenarist eigenlijk. Een recensent van de eerste reeks zag een duidelijk onverwerkt Bende van Nijvel-trauma in u laaien. Zeker toen je daarin plots ook de Bende van de Tweede Mei opvoerde. Hulselmans:(lacht) De Bende is, net zoals het Fortisschandaal of de zaak-Arco, louter een vehikel voor het scenario. Het is natuurlijk ook een verhaal dat tot de verbeelding blijft spreken: even mysterieus als de diefstal van de Rechtvaardige Rechters, maar dan met mensen van vlees en bloed eraan verbonden. Maar uiteraard ben ik daar als misdaadjournalist in de jaren tachtig willens nillens in meegezogen. Dat schud je niet zomaar van je af. Je hebt toch geen achterkamertje met vergeelde krantenknipsels en robotfoto's van de Reus? Hulselmans: Dergelijke paranoia bewaar ik voor mijn personages. Ik vraag het maar omdat men bij BBC 4 na het aankopen van Salamander luidop dacht dat de Belgen nog paranoïder waren dan de hofleveranciers van Scandinavische krimi's. Hulselmans: Mag ik daar eens goed om lachen? Ik zal beleefd blijven, maar het minste dat je van de Scandinaviërs kunt zeggen, is dat het in de grond een godvrezend volkje is, met een ongelooflijk ontzag voor de staat in al zijn geledingen. Het zijn gezagsgetrouwe mensen die zich onze schandalen niet eens kunnen voorstellen. Ginds staat er altijd wel een klikspaan met een opspelend rechtvaardigheidsgevoel klaar om met het vingertje te wijzen. Hier zie ik dat niet meteen gebeuren. Denk maar aan de Fortiszaak. Het geheim van het onderzoek wordt geschonden, iemand gaat bij de Raad van State brieven halen en leest ze gewoon voor in het parlement: hier kan dat. In Scandinavië is dat onmogelijk. Net zoals je daar de Bende van Nijvel nooit uitgelegd krijgt. Om maar te zeggen, ik hoef helemaal niet paranoïde te zijn: gewoon un bon Belge zijn volstaat. Wij knikken gewoon en halen de schouders op als er weer een nieuw schandaal losbarst: 'Ach ja, wat had je nu gedacht?' Wie het zo bekijkt, heeft maar twee opties: cynisch worden, of apolitiek en lethargisch. Hulselmans: Er is een derde optie: je kunt het in een scenario gieten, wat meteen ook de meest therapeutische en de lucratiefste keuze is. Het wéégt ook niet op mij, maar je moet gewoon elke keer weer vaststellen dat België met spuug en paktouw aan elkaar hangt, waardoor schandalen schering en inslag zijn. Tragisch genoeg maakt dat van ons land wel een heel dankbare setting voor samenzweringsthrillers. Salamander hield op de BBC gelijke tred met de Scandinavische topreeksen. In hoeverre put je inspiratie uit die series? Hulselmans: Ik volg ze hoegenaamd niet en kan ze niet eens uit elkaar houden. Ik verkies lichtheid boven die zwaarmoedigheid en vreselijke ernst van The Bridge, Borgen en aanverwanten. (haalt de schouders op) Het ligt aan mij, hoor: ik ben gewoon te loemp voor Canvas. Ik schrijf series voor mijn buurman en mijn kapper: behapbare zondagavondfictie voor Eén, geen moeilijke thrillers voor een relatief nichepubliek. Dertig jaar geleden, als beginnend scenarist, had ik daar complexen over, maar vandaag zal het me worst wezen. Ik doe mijn uiterste best, maar ik kan niet beter. En dat is oké: Georges Simenon, mijn grote voorbeeld, namen ze ook niet ersntig, hij heeft nooit een Nobelprijs voor de Literatuur ontvangen, maar is wel een van de bestverkopende schrijvers aller tijden. Dus wat zou het? Heb je je nooit aan een 'Canvasreeks' gewaagd? Hulselmans: Ik wéét dat ik het niet kan, het heeft geen zin. Net zoals ik geen romcom kan schrijven. Helaas heb ik daar eens maanden aan verspild, om die halfbakken poging uiteindelijk toch weer weg te gooien. Mag ik je ook een moralist noemen? De Phil Bosmans van het scenaristengild, die de kijker zijn eigen waarheden opsolfert? Hulselmans: Moralist is toch geen scheldwoord? Iets wordt pas de moeite om neer te schrijven als je er zelf achter kunt staan. En de kijker mag gerust iets overhouden aan een serie. Zo sluipt er wel eens een tegeltjeswijsheid in. Het is bij momenten zeer één op één. Hulselmans:(lacht) 'Macht vindt altijd zijn instrument!' Of 'denk aan uw gezin', wat ik iemand Gerardi letterlijk laat inpeperen. Je kunt dat een tikje pathetisch vinden, maar ik stel vast dat zulke zinnen telkens het scherm halen, en meestal zelfs de trailers. Het moet dus zijn dat mijn tegeltjeswijsheden resoneren. 'Ward, het hoeft niet zo letterlijk', krijg ik soms te horen van producenten. Toch wel. Soms moet je schaamteloos durven samen te vatten, het de kijker net niet inlepelen. Ook dat is een verschil tussen Eén en Canvas, neem ik aan: ik moet niet met subtiele hints en vergezochte metaforen komen aandraven, want dan ben ik mijn buurman en mijn kapper kwijt. Al wil ik het publiek nu ook niet krampachtig behagen: de eerste twintig minuten van Salamander 2 zijn in het Frans, en mijn hoofdpersonage is nergens te bespeuren. Daar schrokken ze zich toch lam van bij Eén. En kom, ik mag dan wel te loemp zijn voor Canvas, maar blijkbaar niet voor BBC 4. Hoe verklaar je het internationale succes van Salamander? Hulselmans: Door gewoon authentiek te schrijven wordt het plots universeel. Ik heb geprobeerd zo eerlijk mogelijk, en binnen de grenzen van mijn talent, te vertellen wat ik kwijt wilde, zonder dat ik ooit bezig was met een tweede, internationaal leven voor Salamander. Het leek me al leuk mocht een Nederlandse zender het achteraf willen kopen. Dat Salamander toch internationaal ging, is volgens mij ook eerder stoemelings verlopen. Er zat alvast geen masterplan achter zoals vandaag wel vaak het geval lijkt. Jij zette met Heterdaad in de jaren negentig de policier op de kaart in Vlaanderen. De nieuwe generatie scenaristen zet zich daar vandaag enigszins tegen af. Hulselmans: Tant mieux. Hoe meer diversiteit in de Vlaamse fictie, hoe beter. Zolang het maar niet te highbrow wordt voor de gemiddelde kijker. En ik vrees eerlijk gezegd dat we daar vandaag toch voor moeten opletten. Tegelijk moet ik toegeven dat ik niet bijster veel zondagavondfictie kijk: het interesseert me niet zo hard. 'En sorry: met Heterdaad is de misère inderdaad begonnen. (lachje) Er zijn nu eenmaal drie genres die altijd scoren: reeksen over agenten, reeksen over dokters en reeksen over advocaten, omdat dat kruispuntberoepen zijn waar je veel kanten mee uit kunt. 'Zet er een kepie op en het scoort', bedacht Kaat Beels, regisseur van Beau Séjour en Tabularasa zich recent nog in dit blad. Ze zag daar een verklaring in voor de koudwatervrees van zenders om te experimenteren met andere soorten fictie. Hulselmans: Koudwatervrees is van alle tijden. Stille waters is meermaals afgeblokt, omdat het een doorlopend verhaal was, en er 'te veel natuur' in zat. Ik heb destijds moeten vechten om dat verhaal over een bootje langs de Schelde verkocht te krijgen. Net zoals er aanvankelijk ook getwijfeld werd over Heterdaad, én over Salamander. Je kijkt amper Vlaamse fictie, zeg je. Moet een beetje scenarist dan niet weten wat er speelt? Hulselmans: Salamander is mijn zesde reeks: ik hoef naar niemand nog te kijken, ik hoef geen grote voorbeelden te zoeken. Daarenboven, als het écht goed is, ben ik stikjaloers. En als het rotslecht is, heb ik mijn tijd verspild. Bovendien ga ik andere reeksen ook uit de weg uit angst om mijn authenticiteit te verliezen. Voor je het weet, ben je aan het kopiëren. Ik kijk dus heel weinig tv. Als ik het doe, dan vooral Franse documentaires en goede films. Je verhuisde een paar jaar geleden naar een Waals gehucht. Hulselmans: Een heel klein dorpje, met de dichtstbijzijnde winkel op zo'n zeven kilometer. Dat staat me aan. Wie lang genoeg onder de taalgrens woont, leert ook makkelijker te relativeren: kritiek raakt me tegenwoordig echt niet meer. Een opmerkelijke verhuis, voor een rabiate Vlaams-nationalist. Hulselmans: Ik ben altijd zeer Vlaams-nationalistisch geweest, maar vandaag weet ik niet meer wat ik ben. Er is mij altijd ingelepeld dat ons land zo niet kon blijven bestaan, met zijn twee verschillende bevolkingsgroepen met een heel andere mentaliteit. Maar hoe langer ik er woon, hoe meer ik inzie dat het veeleer een sterkte is dan een probleem. Het is een verrijking, geen verarming. (grinnikt) Wallonië is een interessant, deugddoend bad gebleken. Je bent nu 67. Blijf je voortschrijven ? Hulselmans: We zien wel. Ik heb bijvoorbeeld net geprobeerd om een boek te schrijven, maar dat manuscript leek nergens naar. Ik heb het maar weggegooid. Ik heb er een jaar aan verloren, maar goed, ik weet nu wel dat er geen romancier in mij schuilt, en dat is ook veel waard. Als ik een goed verhaaltje vind, schrijf ik misschien nog wel een nieuwe policier, maar geen idee of ik me nog eens uit die put wil graven. Het is echt een rotberoep. (lacht) Als het enigszins leuk zou zijn, dan zou iedereen wel scenarist worden.