Probeer vandaag maar eens een avonturenroman te schrijven: er is gewoon niet genoeg plaats! Het probleem ligt niet zozeer bij de volgebouwde dorpskernen en het verkavelde achterland, wel bij al die mensen die erin rondlopen. Met bijna zeven miljard exemplaren op aarde, van wie de helft je gegarandeerd iets probeert te verkopen, kom je zelfs in het sowieso al voor een groot deel gekapte Amazonewoud constant breed glimlachende soortgenoten tegen. 'Taxi, señor?' Ga toch weg!
...

Probeer vandaag maar eens een avonturenroman te schrijven: er is gewoon niet genoeg plaats! Het probleem ligt niet zozeer bij de volgebouwde dorpskernen en het verkavelde achterland, wel bij al die mensen die erin rondlopen. Met bijna zeven miljard exemplaren op aarde, van wie de helft je gegarandeerd iets probeert te verkopen, kom je zelfs in het sowieso al voor een groot deel gekapte Amazonewoud constant breed glimlachende soortgenoten tegen. 'Taxi, señor?' Ga toch weg! Eten: koop je in de supermarkt. Wilde dieren: lopen aan de leiband. Vrouwen: bij de vleet. Nee, wie vandaag op zoek moet naar isolement om zijn personages het beste uit zichzelf te laten halen, heeft ons inziens maar twee keuzes. De eerste is een trip naar de middeleeuwen, maar dat is een oplossing die alleen maar nieuwe problemen met zich meebrengt. Ze behelst niet alleen een doorgedreven research en volledige onderdompeling in een wereld die helemaal de jouwe niet is (eetgewoontes, drieslagstelsel, feodaliteit, kuisheidsgordels), maar berooft je bovendien van een aantal basisgemakken zoals elektriciteit, telefonie, de pil en het integrale oeuvre van the Beatles. De tweede oplossing verdient dan ook onze voorkeur: decimeer de wereldbevolking. Er wordt weleens gezegd dat de hausse van de postapocalyptische fictie na de Tweede Wereldoorlog het gevolg was van de Koude Oorlog, paranoia en het besef dat enkele goedgemikte atoombommen in een enkele dag het menselijke ras konden uitroeien, maar dat is onzin: het ging gewoon om plaatsgebrek. De babyboom en, daarmee samenhangend, de opkomst van de vrijetijdsindustrie. Want hoe kun je nog rustig door een veld sluipen als er om de haverklap een wielertoerist passeert? De middelen die een auteur of scenarist tot zijn beschikking heeft om de straten schoon te vegen, zijn eindeloos: zombies (van Night of the Living Dead tot The Walking Dead en World War Z), een nucleaire holocaust (Threads), aliens (War of the Worlds), epidemies (12 Monkeys), technologie (The Matrix), natuurrampen (The Day after Tomorrow) en Kevin Costner (Waterworld, The Postman). In The Day of the Triffids (1951) van John Wyndham, een van de oerboeken van de moderne postapocalyptische fictie, maakt een meteorenregen de mensen eerst blind, waarna ze door moorddadige planten bij bosjes worden afgeslacht. En daarna kan de fun pas écht beginnen. In The Rain komt het gevaar ook van boven. In het adembenemende eerste kwartier worden Simone en haar broertje Rasmus door hun ouders in een hoogtechnologische bunker ondergebracht, luttele seconden voor de eerste druppels van een dodelijke regen naar beneden komen. Hun vader, een wetenschapper, vertrekt meteen weer omdat hij de wereld moet gaan redden, de moeder komt nog dezelfde dag om als ze een indringer uit de bunker probeert te houden. We zien hoe ze al na een paar regendruppels luid schreeuwend crepeert. Simone en Rasmus wachten vijf jaar op de terugkeer van hun vader, tot hun voedselvoorraden uitgeput zijn en ze noodgedwongen naar buiten moeten. Ze sluiten zich aan bij een groepje van vijf jonge overlevers en proberen samen met hen hun vader te vinden. Tsjak, tsjak, tsjak: in één volgestouwde aflevering, waarin geen seconde wordt verspild, hakken de makers het decor uit waartegen The Rain zich afspeelt. Het land ligt na vijf jaar bezaaid met autowrakken en lijken. De mensen die de zeven op hun tocht tegenkomen, zijn ofwel besmet, ofwel tot een dierlijke staat vervallen. Ze doden om te eten. In de onmetelijke leegte van het postapocalyptische Denemarken komen de hoofdrolspelers echter vooral zichzelf tegen, want met zeven jonge protagonisten is The Rain ook een tocht naar volwassenheid. Rasmus, die volgens zijn vader de sleutel tot de redding van de wereld vormt, heeft de zwaarste reis voor de boeg: na vijf jaar in de bunker is hij au fond een elfjarige jongen is een mannenlijf. Niet dat aan de psychologie van de personages al te veel woorden worden verspild. The Rain oogt duur en gesofisticeerd, maar in het hart ervan schuilt een beduimelde paperback, die met het oog op uw gehavende aandachtsboog in hoofdstukjes van nauwelijks veertig minuten gehakt werd. Het tempo ligt hoog, de actie is fel, het geweld gemeen. Er zijn ook flashbacks, maar de personages krijgen, zoals het bij dit soort fictie hoort, vooral vorm door hun daden. En door de acteurs. Centraal in de goeddeels onbekende maar voortreffelijke cast staat Alba August, dochter van regisseur Bille August (Pelle de veroveraar) en actrice Pernilla August. Haar Simone is de moederfiguur van The Rain: nadat ze eerst vijf jaar voor Rasmus gezorgd heeft - een belofte aan haar vader - waakt ze vervolgens over de hele groep en, alsof het geen moeite kost, het voortbestaan van de wereld. Op grond van de eerste drie afleveringen is The Rain het spannendste stukje genrefictie van het lopende televisiejaar. Nog vijf te gaan.