Volgens de perstekst komt De containercup uit de koker van Erik Watté, Woestijnvis-ceo en een soort urban legend binnen jullie bedrijf. Is hij echt de bedenker?

Carl Dircksens (interviewer): De aanzet kwam van hem, ja. Maar de uitwerking was toch vooral een teamprestatie, om met een suf cliché uit de sportwereld te antwoorden. Bij het begin van de eerste lockdown zaten plots veel mensen thuis zonder werk. Project na project werd uitgesteld of afgevoerd. Erik heeft dan geopperd dat we misschien een coronaproof sportcompetitie konden organiseren: alle sporters zaten thuis en er was verder geen sport op tv. Daarop is dan verder gewerkt, ergens onderweg is er een container bij gekomen. Het ging ook allemaal razendsnel: tussen de eerste mails en de laatste opnames zaten vijf weken.

Bij de start leek De containercup de zoveelste coronacontent, maar al snel groeide het programma uit tot verrassend amusante televisie. Wanneer hadden jullie door dat het meer was dan een snel ideetje?

Dircksens: Tijdens de opnames al. Ik merkte dat bijvoorbeeld bij de berichten die ik naar collega's stuurde. 'Oliver Naesen heeft net de beste looptijd neergezet.' 'Echt? Oliver Naesen?' 'En Hans Van Aken heeft de hele lockdown zitten puzzelen.' 'Wat? Puzzelen?' Je voelde dat het hier al leefde.

Ik zie daar verschillende verklaringen voor. Het is een competitie. Net zoals het EK voetbal of de Olympische Spelen is De containercup iets dat een sporter kan winnen. Als iets een stand heeft, willen mensen weten wie er bovenaan staat. En ook: voor sportliefhebbers was het interessant om atleten op deze manier aan het werk te zien. Dat Nina Sterckx wel onze beste gewichtheffer is, maar daarom nog niet goed moet kunnen benchpressen. Dat roeiers goed kunnen fietsen omdat het een inspanning is die ze gewoon zijn. Of dat de Borlées wel wereldtop zijn in de 400 meter, maar nooit een 1500 meter lopen.

Het format werd al snel internationaal opgemerkt en verkocht aan de VS en Frankrijk. Hoe staat het daarmee?

Dircksens: Dat is nog steeds zo. Dat soort dingen gaan heel traag, blijkbaar. Vergeet ook niet dat dit geen evident format is. Atleten hebben zulke verschillende agenda's dat het zonder lockdown heel moeilijk is om een veldrijder, een voetballer en een spurter voor één programma te pakken te krijgen.

Wil deze tweede lockdown zeggen dat er ook een tweede seizoen komt?

Dircksens: We zijn bezig aan een nieuwe reeks, ja. Bedoeling is dat die in het voorjaar op antenne gaat. Eigenlijk is deze lockdown niet strikt genoeg - de professionele sportcompetities doen gewoon verder - maar dat eerste seizoen was zo plezant om te maken dat we door wilden gaan. En er zijn een paar sporttakken die nog moeten bewijzen wat ze kunnen.

Heb jij dan de voorbije maanden zitten hopen op een strikte lockdown?

Dircksens: Heel eerlijk? Ja. 't is te zeggen: als de cijfers omhoog gingen, was mijn eerste reactie: 'O nee, ik hoop dat het goed komt.' Gevolgd door: 'Maar het is wel niet slecht voor ons.' (lacht)

Volgens de perstekst komt De containercup uit de koker van Erik Watté, Woestijnvis-ceo en een soort urban legend binnen jullie bedrijf. Is hij echt de bedenker? Carl Dircksens (interviewer): De aanzet kwam van hem, ja. Maar de uitwerking was toch vooral een teamprestatie, om met een suf cliché uit de sportwereld te antwoorden. Bij het begin van de eerste lockdown zaten plots veel mensen thuis zonder werk. Project na project werd uitgesteld of afgevoerd. Erik heeft dan geopperd dat we misschien een coronaproof sportcompetitie konden organiseren: alle sporters zaten thuis en er was verder geen sport op tv. Daarop is dan verder gewerkt, ergens onderweg is er een container bij gekomen. Het ging ook allemaal razendsnel: tussen de eerste mails en de laatste opnames zaten vijf weken. Bij de start leek De containercup de zoveelste coronacontent, maar al snel groeide het programma uit tot verrassend amusante televisie. Wanneer hadden jullie door dat het meer was dan een snel ideetje? Dircksens: Tijdens de opnames al. Ik merkte dat bijvoorbeeld bij de berichten die ik naar collega's stuurde. 'Oliver Naesen heeft net de beste looptijd neergezet.' 'Echt? Oliver Naesen?' 'En Hans Van Aken heeft de hele lockdown zitten puzzelen.' 'Wat? Puzzelen?' Je voelde dat het hier al leefde. Ik zie daar verschillende verklaringen voor. Het is een competitie. Net zoals het EK voetbal of de Olympische Spelen is De containercup iets dat een sporter kan winnen. Als iets een stand heeft, willen mensen weten wie er bovenaan staat. En ook: voor sportliefhebbers was het interessant om atleten op deze manier aan het werk te zien. Dat Nina Sterckx wel onze beste gewichtheffer is, maar daarom nog niet goed moet kunnen benchpressen. Dat roeiers goed kunnen fietsen omdat het een inspanning is die ze gewoon zijn. Of dat de Borlées wel wereldtop zijn in de 400 meter, maar nooit een 1500 meter lopen. Het format werd al snel internationaal opgemerkt en verkocht aan de VS en Frankrijk. Hoe staat het daarmee? Dircksens: Dat is nog steeds zo. Dat soort dingen gaan heel traag, blijkbaar. Vergeet ook niet dat dit geen evident format is. Atleten hebben zulke verschillende agenda's dat het zonder lockdown heel moeilijk is om een veldrijder, een voetballer en een spurter voor één programma te pakken te krijgen. Wil deze tweede lockdown zeggen dat er ook een tweede seizoen komt? Dircksens: We zijn bezig aan een nieuwe reeks, ja. Bedoeling is dat die in het voorjaar op antenne gaat. Eigenlijk is deze lockdown niet strikt genoeg - de professionele sportcompetities doen gewoon verder - maar dat eerste seizoen was zo plezant om te maken dat we door wilden gaan. En er zijn een paar sporttakken die nog moeten bewijzen wat ze kunnen. Heb jij dan de voorbije maanden zitten hopen op een strikte lockdown? Dircksens: Heel eerlijk? Ja. 't is te zeggen: als de cijfers omhoog gingen, was mijn eerste reactie: 'O nee, ik hoop dat het goed komt.' Gevolgd door: 'Maar het is wel niet slecht voor ons.' (lacht)