De eerste minuten van Counterpart waan je je in een klassieke spionagefilm: Howard Silk is een brave bureaucraat die al dertig jaar netjes inklokt voor een VN-organisatie in Berlijn, te laag in de pikorde om te weten wat die nu precies doet. 's Nachts staat hij met bloemen aan het ziekbed van zijn comateuze vrouw. En dan komt Howard in een verhoorkamer tegenover een exacte kopie van zichzelf te zitten. Fysiek althans. Qua persoonlijkheid is de andere Howard zijn tegenpool: een vuilgebekte machospion. Hij komt uit een parallelle wereld, die tijdens de Koude Oorlog in het grootste geheim ontwikkeld werd door Oostblokgeleerden en waar de wereldgeschiedenis sindsdien net iets anders gelopen is - zo hebben ze er niet zo'n geavanceerde smartphones.
...

De eerste minuten van Counterpart waan je je in een klassieke spionagefilm: Howard Silk is een brave bureaucraat die al dertig jaar netjes inklokt voor een VN-organisatie in Berlijn, te laag in de pikorde om te weten wat die nu precies doet. 's Nachts staat hij met bloemen aan het ziekbed van zijn comateuze vrouw. En dan komt Howard in een verhoorkamer tegenover een exacte kopie van zichzelf te zitten. Fysiek althans. Qua persoonlijkheid is de andere Howard zijn tegenpool: een vuilgebekte machospion. Hij komt uit een parallelle wereld, die tijdens de Koude Oorlog in het grootste geheim ontwikkeld werd door Oostblokgeleerden en waar de wereldgeschiedenis sindsdien net iets anders gelopen is - zo hebben ze er niet zo'n geavanceerde smartphones. Dat doet geen klein beetje denken aan Fringe van J.J. Abrams, maar Counterpart is niet dát soort reeks. In plaats van voluit de scifikaart te trekken, ligt de focus veel meer op de knappe spionage-intrige, de psychologische dilemma's én het uitmuntende acteerspel, in de eerste plaats van J.K. Simmons (63), die overgetelijke drumleraar uit Whiplash. 'Het portaal naar die andere dimensie vond ik minder interessant dan hoe de personages daarop reageren', legt bedenker Justin Marks uit. 'Ik wilde ook teruggrijpen naar de Britse spionageromans waarmee ik ben opgegroeid. In de verhalen van John Le Carré en Graham Greene zijn spionnen feilbare mensen die elkaar manipuleren. Dat is nóg interessanter als er twee versies van eenzelfde personage opduiken. Omdat de twee werelden van Counterpart in conflict zijn en elkaar voortdurend informatie ontfutselen, wordt het ook een allegorie voor de Koude Oorlog. Ik noem de reeks een Berlijnse Muurthriller, in het heden. Alleen hebben we de Muur vervangen door een metafysische constructie.' En er is nog een reden om Counterpart nu al tot de beste reeksen van 2018 te rekenen: Karakterkop J.K. Simmons (63) is ronduit magnifiek als de brave Howard én diens cynische tegenhanger. Justin Marks: Hij was de eerste met wie Morten Tyldum(de Noorse regisseur van The Imitation Game , die Counterpart produceerde en de pilot regisseerde, nvdr.) en ik samenzaten. Dat was net nadat hij een Oscar had gewonnen voor Whiplash. Het eerste wat hij tegen ons zei, was: 'Ik kan dit niet doen. Ik ben hier te oud voor.' Hij beweerde niets van sciencefiction te kennen, maar wij hadden net een karakteracteur nodig, iemand met baggage, met een theaterachtergrond, die twee kanten van zichzelf kan spelen, zonder protheses. In Counterpart is hij zowel de tirannieke leraar uit Whiplash als de liefhebbende vader uit Juno. (lacht)Goed om op je oude dag nog een fikse schizofrenie te ontwikkelen. Marks: Ik heb geen idee hoe hij zijn verstand erbij hield. We draaiden nooit chronologisch, en op sommige momenten - als de ene Howard het leven van de andere overneemt - moest hij zelfs víér personages spelen. Aartsmoeilijk, maar Simmons behield zijn cool. Telkens hij van Howard wisselde, ging hij zich volledig douchen en omkleden in zijn trailer. En als hij weer verscheen, wisten we meteen wélke Howard hij speelde, door hoe stapte en sprak. Was het niet intimiderend om als jonge showrunner met zo'n acteerklepper samen te werken? Marks: Beangstigend zelfs. (lacht) In het begin toch. Hij laat zich niet in de maling nemen en leest elk script op voorhand. Niets ontgaat hem. Gaandeweg hebben we een vertrouwensband opgebouwd, door goede communicatie. Spanningen ontstaan pas wanneer je werkt met acteurs die niet hetzelfde willen als jou. Dat was bij ons gelukkig niet het geval. Je hebt onder meer de scenario's van The Jungle Book en het op stapel staande Top Gun: Maverick geschreven. Waarom nu televisie? Marks: Dat heeft te maken met mijn Belgische achtergrond! Ik ben opgegroeid in een familie van advocaten en heb altijd geworsteld met mijn artistieke kant. Mijn opa was een Amerikaan die voor het Amerikaanse ministerie van Financiën werkte in Brussel, waar hij mijn grootmoeder leerde kennen. Hij was een bescheiden man die elke dag dezelfde schoenen droeg naar het werk, net als Howard. Toen hij stierf vonden we zijn memoires over zijn reizen doorheen Europa. Door die te lezen raakte ik ervan overtuigd dat hij óók artistieke impulsen had. En ik vroeg me af: wat als mijn vader door omstandigheden geen advocaat maar een schrijver was geworden? Dat soort vragen intrigeert mij mateloos. Wie zou ik zijn als ik andere keuzes had gemaakt? Zou ik gelukkiger zijn of niet? Meer voldaan? Minder? En als ik die andere persoon kon ontmoeten, zouden we elkaar leuk vinden? Of zouden we in competitie gaan? Ten slotte: wat mogen we al weten over de nieuwe Top Gun? Marks: Het heeft iets te maken met straaljagers en Tom Cruise doet mee. (lacht) Veel meer kan ik er niet over zeggen. Producer Jerry Bruckheimer en Tom geven niet graag dingen op voorhand prijs. Tom is zelf piloot en had hoge eisen. Dus heb ik massa's research gedaan over luchtvaart en gevechtspiloten. Héél vreemd: ik ben zelf doodsbang van vliegen.