'Als ze je tegenwoordig vragen om een vinger in An Millers mond te steken, denk je toch twee keer na. Ik ben het hele jaar voorzichtig geweest, maar ik mag er niet aan denken dat ik toch iemand ziek zou maken.'
...

'Als ze je tegenwoordig vragen om een vinger in An Millers mond te steken, denk je toch twee keer na. Ik ben het hele jaar voorzichtig geweest, maar ik mag er niet aan denken dat ik toch iemand ziek zou maken.' Ook op sets was het vorig jaar even wennen aan het nieuwe normaal. Niet het minst voor Joke Emmers, de protagoniste van Leef, een van de vier coronabestendige minireeksen die Eén deze maand op u loslaat. In die tragikomedie, geregisseerd door Lenny Van Wesemael en Anthony Schatteman, ambieert Anja (Emmers) een carrière als schoonheidsspecialiste, maar ze moet vooralsnog vrede nemen met het poederen van de overledenen in het funerarium van Michaël Pas. De reeks, pas in juni besteld, werd in een rotvaart gedraaid, met een kleine, virusveilige bezetting en zoveel mogelijk afstand. 'Enige probleem: ik móét mensen kunnen aanraken. Vaak. En intens. Als ik in een reeks speel, wil ik zo snel mogelijk mijn medespelers en de regisseur eens goed vastnemen, om een connectie te maken. Helaas lag dat nu wat moeilijk. En mensen aaien met mijn ellebogen is toch niet helemaal hetzelfde. (lacht)'Anja twijfelt aan haar job bij de begrafenisondernemer en overweegt alles om te gooien. Ik kan me indenken dat sommigen in de cultuursector dat in 2020 op zijn minst ook even hebben overwogen, al dan niet uit financiële noodzaak. Heb jij eigenlijk een plan B? Joke Emmers:Ik heb nooit getwijfeld. Als ik niet kon spelen, was ik wel nieuwe projecten aan het bedenken. Tegelijk kan ik me perfect voorstellen dat het op een zeker moment wel klaar is. Dat ik alles uit mijn carrière heb gehaald wat ik eruit wou halen. Dan word ik wel sommelier of volg ik eindelijk die cursus gebarentaal waar ik al even aan denk. In tegenstelling tot Anja heb ik passies genoeg om nog uit te diepen. Ik ben ook niet bang om me later om te scholen. Mijn meter heeft dat ook gedaan: na twintig jaar als schooldirectrice gooide die het roer volledig om. Vandaag werkt ze in Schotland als massagetherapeut en acupuncturist voor mensen met kanker. 'Acteurs mogen niet zeuren', zei Michaël Pas, jouw tegenspeler en woordvoerder van De Acteursgilde onlangs. Mensen hebben het blijkbaar niet graag als de bevoorrechte godenkinderen klagen omdat ze 'even' niet mogen spelen. Emmers: Onze stiel wordt nog steeds makkelijk weggezet als een linkse hobby. Ik begrijp de verwarring, want hey, dit is een geweldig leuke job. Maar het blijft hard werken. Het is zwaar om helemaal in een stuk te kruipen, om een personage vorm te geven en er een deel van jezelf in te leggen. Bovendien zijn we zonder cultuur ook weinig meer dan een eencellige schimmel. We hebben cultuur nodig. Helaas merk ik dat dat in Vlaanderen door bepaalde mensen nog steeds ontkend wordt. Hebben we het over een staatsman die onlangs houterig en met angst in de ogen een kerstboodschap van een pancarte las? Emmers:(lacht) Dat zijn jouw woorden. Ik zou nooit iemand viseren, zo zit ik gewoon niet in elkaar. Onlangs heb ik in De ideale wereld per ongeluk toch iets onaardigs gezegd over een nummer van Niels Destadsbader en daar heb ik nog steeds spijt van. En toen een van de sketches in Influencers vorig jaar als beledigend werd ervaren door de transgemeenschap, ben ik daar een week fysiek slecht van geweest. Ik wou dat ik op dat vlak weerbaarder was, maar helaas, ik ben gewoon in bed blijven liggen. Drie kekke influencers - Louise De Bisschop, Eva Binon en jij - hadden in die sketch het idee opgevat om een Trandsy-transgenderkledingzaak te beginnen. Met een mannen- en een vrouwenafdeling, maar dan omgekeerd. Emmers: Wij dachten dat we mensen zo konden confronteren met hun eigen bekrompenheid rond transpersonen, maar activisten wezen er op social media op dat zoiets - op die manier - vandaag echt niet meer geschreven kan worden, en al zeker niet door uitsluitend witte hetero's. Ik snap hun redenering wel. Dit is een gevoelige en woelige tijd, waar paaltjes verzet worden en noden worden aangegeven. Ik geloof bovendien dat dat de weg vooruit is, anders ga je ook maar de Hongaarse toer op. Maar ik heb me na die kritiek dus wel dagen miserabel gevoeld. Ik durfde zelfs de straat niet meer op, uit schrik om een blik tegen mijn kop te krijgen. Veel inspraak heb jij als uitvoerend actrice toch niet in die sketches? Emmers: Je mag je daar ook niet helemaal achter verstoppen: als actrice heb je ook een verantwoordelijkheid. Ik heb me vooraf even afgevraagd of die sketch wel oké was, maar verder gewoon mijn mond dichtgehouden. Mijn fout. Eind december speelde je nog in Mekbet. Macbeth dus, maar dan in een Instagramjasje. Emmers: Theater heeft zich in 2020 nu eenmaal wat moeten heruitvinden, en met projecten als Mekbet kun je het publiek op een zeer laagdrempelige manier bereiken. Is dat dé perfecte manier, of de toekomst van theater? Nee. Maar we hebben er misschien wel een paar zieltjes mee gewonnen die ook in de zaal zullen zitten zodra dat weer mag. 2020 was een cultureel rampjaar, maar eigenlijk heb jij best veel kunnen spelen. Emmers:(knikt)Paling van Antigone. Lubricant for Life van mijn eigen gezelschap Woodman. En van de Arenberg kreeg ik een podium en een budget om liefde-in-tijden-van-coronafilmpjes te maken. Ik had het zelf best moeilijk met single zijn in een coronajaar. Je mocht niks, je kon niemand leren kennen, seks was ook niet zo makkelijk te fiksen en het woord knuffelcontact bestond nog niet eens. Dus lazen wij ter vervanging maar erotische literaire fragmenten en gedichten voor, samen met muzikanten die hun favoriete seksplaat coverden. Je moet roeien met de riemen die je hebt. (lacht)Lubricant for Life, over geluk in al zijn vormen, wordt begin 2022 hernomen, aangezien jullie dat stuk nog maar beperkt konden opvoeren. Emmers:Jammer dat dat niet eerder lukt, want het lijkt me een voorstelling waar iedereen vandaag iets kan aan hebben. Normaal gesproken ga je na een uur Lubricant for Life veel gelukkiger terug naar huis. Op welke manier? Emmers: We beweren niet dat we de handleiding hebben, maar we schotelen je onder meer wel fragmenten van echte geluksworkshops en goeroes voor. De cursus 'Hoe doe ik mezelf lachen?' is ook wel handig. Op een of andere manier is geluk toch maakbaar. Het toeval wil dat jouw Callboys- en Beau Séjour-collega Katrin Lohmann elders in dit blad net het omgekeerde beweert. Het idee dat geluk maakbaar is, en het veelal onsuccesvol streven ernaar, maken volgens haar net ongelukkiger. Emmers:Lubricant for Life zit ook tussen die twee uitersten. We hebben de discussie binnen Woodman meermaals gevoerd. Ik geloof dat je sommige dingen kunt forceren, maar misschien heb ik gewoon te makkelijk praten. Ik ben nu eenmaal een stuiterbal die als kind in een ketel serotonine is gevallen. Maar er zijn ook studies die zeggen dat je geluksniveau voor veertig procent bepaald wordt door genetica, twintig procent door omgevingsfactoren en veertig procent door jezelf. Als dat klopt, heb je zelf echt wel een stevige hand in je eigen geluk. (denkt na) Tegelijk zou ik het best snappen als mensen nu denken: och, gij naïeve trut. Is het naïviteit? Emmers: Ik kies ervoor om te geloven in de goedheid van de mens. Zo kreeg ik onlangs een bericht van een Sri Lankaanse restaurantuitbater die ik vorig jaar op reis leerde kennen. 'Joke, de toeristen blijven weg. Mijn geld is op. Kun je me helpen?' Ik heb - superstom - koekjes gebakken en kaarsen gemaakt, die verkocht aan mijn vrienden en zo kon ik hem uiteindelijk driehonderd euro sturen. Is er een kans dat ik opgelicht ben en hij me momenteel zit uit te lachen in Sri Lanka? Ja. Maar het kan ook zijn dat ik hem echt uit de shit heb geholpen en hij met dat geld weer vier maanden kan overleven. Ik heb ervoor gekozen om in dat tweede scenario te geloven, en daar slaap ik zeer goed door. Liever aanvaarden dat je er al eens naast kan zitten, eerder dan riskeren dat je iemand niet helpt die het echt nodig heeft? Emmers: Ja. Joke, ik heb tweeduizend euro nodig. Emmers: Oké dan. Ik begin alvast koekjes te bakken. (lacht) Ik ben gewoon opgevoed met die liefdadigheidsgedachte. Mijn moeder gaat daar zelfs nog veel verder in: ik denk niet dat er één goed doel is waar ze nog geen geld of kleren voor heeft ingezameld. Tijd en moeite besteden aan anderen maakt ook gewoon gelukkig. Heb jij eigenlijk een donkere kant? Emmers: Natuurlijk. Enfin, ik denk het toch. Om de paar maanden huil ik bijvoorbeeld in de wagen om een of ander nummer, niet goed wetend waarom. (denkt na) Al ben ik ooit wel uit een project gezet omdat de regisseur me niet interessant genoeg vond. Hij wou uitsluitend acteurs met trauma's en gapende emotionele wonden. Sorry, maar ik lijd inderdaad niet aan het leven. Ik had een zalige jeugd en heb amper iets dramatisch meegemaakt. Dat was ook de reden waarom men je aan het KASK in Gent wandelen stuurde na het ingangsexamen, nee? Te groen achter de oren. Emmers: Ze vroegen me: 'Joke, wat betekent perversiteit voor jou?' 'Eh, alles wat jakkes is.' (lacht) Stom, en ik snap perfect waarom ze mij niet hebben toegelaten. Sterker nog, ik snap niet hoe ze mij daarna in Antwerpen wél hebben toegelaten. Ik was achttien, kwam aangehuppeld vanuit Neerpelt en had werkelijk nog niks gezien. (giechelt demonstratief) Gelukkig moet daar toch iemand gedacht hebben: Het zit er waarschijnlijk wel in, we zullen alleen eens goed moeten peuteren. Je had nog niet geleefd op je achttiende, concludeerde men in Gent. Ondertussen ben je er dertig, dus laten we nog eens proberen. Joke, wat betekent perversiteit voor jou? Emmers: Perversiteit is het genot van je duistere kant die zich manifesteert in edele creaties van onnatuurlijkheid. Het is een product van de geest. Niet mijn woorden, hoor, wel die van Dora van der Groen. Maar dat neemt niet weg dat ik sindsdien ook duchtig geleefd heb.