Lees ook:
...

Scheten, pis- en kakgrappen, een brede waaier aan slechte manieren en tomeloos geweld, vaak met een braadpan of ander huishoudelijk tuig als doorslaggevend argument: ziedaar de beknopte samenvatting van Bottom, de BBC-comedyserie die op 17 september 1991 de Britse tv-kijker voor het eerst schokte met zijn rauwe, nihilistische en puberale slapstick en de jaren daarna haar weg vond naar een klein maar hondstrouw publiek. Aan het roer van de Bottom - goed voor drie seizoenen, achttien afleveringen, enkele zaaltournees en de overbodige speelfilm Guest House Paradiso - stonden de in 2014 gestorven Rik Mayall en Adrian 'Ade' Edmondson, die in de jaren tachtig met de baanbrekende anarchistische sitcom The Young Ones protest aantekenden tegen het rücksichtsloze sociale beleid van de Britse premier Margaret Thatcher. Het leverde hen een bescheiden MTV-hit op, én een knotsgekke cover van Cliff Richards Living Doll, die zelfs onze hitparade wekenlang gijzelde - wie zong destijds het onbeholpen fies my soul van de gesjeesde punker Vyvyan (Edmondson) níét mee? Met Bottom wilde het tweetal dat succes verzilveren, maar dat draaide enigszins anders uit.De pitch van Bottom krijg je zelfs aan een tweejarige uitgelegd. Richard 'Richie' Richard, een irritante dramaqueen die in zijn veertigjarige bestaan nog niet van de grond is geraakt en dat probeert goed te maken door ongezond vaak aan zijn jongeheer te snokken, deelt tegen wil en dank een appartement met Eddie Hitler (Any relation? - Yes!), een half-mongoloïde zuipschuit die niets omhanden heeft en dan maar zijn heil zoekt in volstrekt zinloze geweldorgieën, waarbij vooral Richies glockenspiel het moet ontgelden. Het duo, dat met nauwelijks verholen tegenzin lief en vooral leed deelt, zit zowel financieel als emotioneel aan de grond - de bottom, zeg maar - en doet niet al te veel moeite om daar verandering in te brengen. Elkaar de hersenen inkloppen is hun lust en hun leven, en verder blijft het behelpen. En wachten, veel wachten. Op die erfenis van een oude tante die maar niet wil sterven, op de vrouw die Richie eindelijk zal ontmaagden, en op echte, warme vriendschap. Want zo eenzaam is Richie, dat hij op zijn verjaardag zichzelf wenskaarten stuurt.Het is dan ook geen toeval dat het idee voor Bottom rijpte toen het tweetal het podium deelde voor een uitvoering van Waiting for Godot, de klassieke tweeakter van Samuel Beckett uit 1952 over twee mannen die bij een boom vruchteloos wachten op de heer uit de titel. Net zoals de heren Estragon en Vladimir in het theaterstuk, blijven Richie en Eddie door hun gelatenheid en gebrek aan initiatief ter plaatse trappelen, en drukken ze zich vaak uit in baarlijke nonsens. Als ze al iets ondernemen om hun bestaan een andere richting uit te sturen, dan kiezen ze de verkeerde kant van de wet (valsemunterij), draait alles in de soep (wanneer de gasmeterman ontdekt dat ze gas van de buurman aftappen) of slaat de verveling en dus ook de rampspoed toe (die keer dat ze op de winkel van de huisbaas moeten letten). Net zoals de wachtenden in Waiting for Godot zijn de losers in Bottom niet louter Onslow-achtige couch potatoes met marcelleke zoals die vaak in Britse comedyseries worden opgevoerd. Richie en Eddie geven zichzelf steeds een air van chic, zelfs al gaat onder het maatpak van Eddie een vuile onderbroek en een misselijk makende walm schuil en al blijkt Richie, de das en bretellen dragende diva, in werkelijkheid een gefrustreerde perverseling . Ondanks de miserabele omstandigheden waarin ze leven, willen de twee vooral op en top Brits blijven. Als in: cricket spelen, thee drinken en zich verliezen in pseudofilosofische beschouwingen. Dingen waarvoor ze noch het geld, noch het intellect hebben.Mayall en Edmondson waren satiristen die de voorhamer hanteerden, en nooit gingen ze zo tekeer als in Bottom. De twee protagonisten, eigenlijk twee levende cartoonfiguren, schopten elkaar constant in de noten, wrongen elkaars ledematen in de meest onnatuurlijke posities en verminkten zowat iedereen die in hun buurt kwam. Soms vielen er zelfs gewonden op de set. Na de dood van Mayall verklapte Edmondson dat zijn kompaan tijdens de opnames van Bottom vijf keer in allerijl naar de spoedafdeling moest worden gebracht. Die gewelddadige, kinderachtige slapstick was tegelijk de attractiepool en de achilleshiel van de serie: uiteindelijk staarde iedereen zich blind op het geweld, en ging de onderliggende boodschap - een aanklacht tegen het miserabele leven van jonge alleenstaanden in het verpauperde Groot-Brittannië van de post-Thatcherjaren - compleet verloren. Dat merkte de BBC ook, en de openbare omroep gaf Bottom, na nauwelijks drie korte seizoenen, het fatale nekschot. Met wat meer tact van de kant van Mayall en Edmondson hadden dat er wellicht meer kunnen zijn.Als je naar Bottom kijkt, is het moeilijk om je níét af te vragen hoe Richie en Eddie vandaag hun oervervelende bestaan zouden invullen. Zeker is dat het internet hen heel wat nieuwe mogelijkheden zou bieden - als de wifiverbinding van de buren tenminste niet met een wachtwoord beveiligd is. Wellicht zouden ze de tijd doden met online scheldpartijen, en iedereen die het niet met hen eens is niet met argumenten, maar met spitse, van de pot gerukte oneliners in de pan hakken. Zoals het echte asocialen past, in maatpak of niet.