'Heb ik alles goed aangepakt de laatste tien jaar, of heb ik kansen verkwanseld?'
...

'Heb ik alles goed aangepakt de laatste tien jaar, of heb ik kansen verkwanseld?' 'Wil ik kinderen?' 'En moet ik nu echt volwassen worden? Toen William Boeva vorig jaar de dertig zag naderen, passeerden alle klassieke dilemma's de revue. Vragen waarmee hij aan de slag wilde gaan voor B30VA, zijn derde zaalshow. Alleen bleef het zoeken naar de juiste vorm, zo bleek ook tijdens de vroege try-out die wij zagen. De grappen deden wat ze moesten doen, maar het geheel miste bevlogenheid. En dat kleine wrange randje dat doorgaans in zijn shows sluipt. Boeva knikt als we het hem voorleggen. 'Ik was er na die eerste try-outs zeker van dat het op was. Blijkbaar had ik maar twee goede shows in mij.' In december gooide hij het roer dan maar helemaal om. 'Het is nu eerder een uitvaart voor de oude Boeva geworden. Ik heb er lang over nagedacht, maar ik ben wel klaar met vrijblijvende comedy. Er zijn genoeg collega's die dat kunnen. Ik wil eerlijker zijn op het podium, en niet meer uitsluitend op de grap mikken.' Waarom zou je daar zelfs over twijfelen? William Boeva: Dat vroeg Michael Van Peel zich dus ook af toen ik het er met hem over had. 'De verhalen die jij tussen pot en pint vertelt, William, dat zijn de verhalen die andere comedians moeten verzinnen. Waarom zou je dat arsenaal niet op het podium gebruiken?' Dus ging ik de volgende try-out - met een gigantisch ei in mijn broek - trager spelen, met veel meer persoonlijke verhalen erdoorheen, en tot mijn grote verbazing hing iedereen aan mijn lippen. Dat was een openbaring. 'Dit is dus ook oké voor jullie?' Vroeger werd ik al nerveus als ik een halve minuut niemand had doen lachen. Dat heb ik nu losgelaten. Het mag schuren, het moet geen anderhalf uur gezellig zijn. Je kunt ook humor putten uit iets zieligs, kwetsbaars of heel verwarrends. (denkt na) En ik word zelfs een beetje kwaad als ik denk hoe ik mezelf in mijn vorige twee shows eigenlijk tekort heb gedaan. Het zijn ook zelden de grappen die bijblijven. Al wat ik me bijvoorbeeld nog herinner uit jouw tweede show Reset is een zeer plastisch verhaal over het gehannes in een mindervalidentoilet op een snelwegparking. Boeva:Jij, en iedereen met jou. Er zat ook humor in dat verhaal, maar tegelijk heeft dat velen de ogen geopend. Een aannemer vertelde me een tijdje later hoe hij door die anekdote zijn klanten nu adviseert om Japanse toiletten met een waterstraal te plaatsen in mindervalidentoiletten. Zo kan ik als comedian het verschil maken. Ik ben gewoon een beetje meer Canvas geworden. (lacht) Niks mis met mensen eerst even ineen te laten krimpen en ze daarna aan het lachen te brengen. Die louterende lach achteraf is bovendien vijf maal sterker. Ik merk ook dat die nieuwe aanpak aangenamer is voor mezelf. Plots hoef ik niet meer te wroeten op materiaal, maar komt het haast als vanzelf. Omdat ik het zo dicht bij mezelf houd. Het gaat over mijn demonen, niet over de demonen die mij misschien wel grappig leken voor anderen. Heb je het gevoel dat je de laatste tien jaar dan vooral hebt gedaan wat anderen van jou verwachtten? Boeva:(knikt) Simpel voorbeeldje: ik heb al twintig jaar een rolstoel. Maar amper iemand die dat wist. Ik vond dat te beschamend, denk ik. Dat hoorde niet bij het zelfredzame personage dat ik gecreëerd had. En toegeven dat ik sommige dingen niet kan, viel me al helemaal lastig. Vandaag moet niemand mij nog vertellen wat ik kan of mag. Ik doe gewoon mijn zin. Zo wil ik het in B30VA ook over videogames hebben. Omdat ik dat belangrijk vind, en het beu ben dat gaming nog altijd met verslaving geassocieerd wordt. Toen ik een journalist vertelde dat ik soms vijf uur per dag speelde, vroeg die 'of ik mezelf verslaafd zou noemen?' Dat is toch een ongelooflijke kutvraag? Als ik vijf uur per dag met een boek op de bank zit, ben ik dan 'verslaafd' aan lezen? Nee, dan ben ik een erudiete mens. Boeken zijn blijkbaar geniaal, maar games zijn verslavende onzin die agressiviteit in de hand werken. Terwijl ik net zo goed boeken heb gelezen die me met duistere gedachten opzadelden en games heb gespeeld die mij net empathie hebben bijgebracht. Jouw vader, zo meld je op het podium, is vorig najaar overleden aan de gevolgen van nierkanker. Boeva: Zijn dood heeft veel veranderd. En heeft me ook perspectief gegeven. Die banale vragen die ik me stelde over mijn leeftijd, bleken plots nogal irrelevant. De enige die overbleef, was: wat wil ik met de rest van mijn leven aanvangen? Blijf ik gewoon moppen maken tot ik sterf, of probeer ik ook iets voor anderen te betekenen? Je hebt vorig jaar ook een zware heupoperatie ondergaan. De revalidatie verliep eerder moeizaam. Boeva: Dat is een understatement. Ik was er zeker van dat ik nooit meer zou stappen, laat staan ooit nog op een podium kruipen. Nochtans was het logisch dat alles zo lang duurde want ze hebben ook het verschil in lengte tussen mijn benen gecorrigeerd. Meestal gaat dat over een paar millimeter, en dan moet je een maand aan die nieuwe situatie wennen. Bij mij ging het om drie centimeter. Reken maar uit. Maar maandenlang in de gang gepasseerd worden door tachtigjarigen die sneller revalideren dan jij doet iets raars met je hoofd. En ik heb gewoon een talent voor doemdenken, dat ook. In mijn hoofd is mijn leven al ettelijke keren voorbij geweest. Zoals ik de dingen in een show kan uitvergroten, kan ik dat ook heel goed met persoonlijke rampscenario's. Dat is kut, maar ik neem aan dat het ook een deel van mijn talent is? Leer je dat met de jaren niet te herkennen, en enigszins te ontmijnen? Boeva: Herkennen wel. Maar daarom kun je het nog niet vermijden. Het enige voordeel is dat ik ondertussen weet dat ik al meermaals uit zo'n diepe put gekropen ben. Dus zal het me de volgende keer waarschijnlijk ook wel weer lukken. Trouwens, zo uitzonderlijk is dat niet: ik ken geen enkele comedian die niet met zichzelf worstelt. Xander De Rycke twitterde onlangs nog dat hij sinds vorig jaar in therapie is. Boeva: Ik heb er ook baat bij. Minstens eenmaal per maand, meer als het nodig is. We hebben toch allemaal een fitnessabonnement om ons lichaam een beetje in vorm te houden? Waarom zouden we niet hetzelfde doen voor ons hoofd? Gelukkig brokkelt het stigma omtrent therapie stilaan af, want ik kan het iedereen aanraden. Die heupoperatie verklaart wel waarom je er tijdens de try-out geen punt van maakte toen de organisator geen stoel maar een veel te hoge en dus onbruikbare barkruk voor jou op het podium plaatste. Vroeger moest je rustmomenten inlassen wanneer de pijn in je benen te erg werd. Boeva: Ik snap de inschattingsfout wel: mensen zien mij blijkbaar niet als gehandicapt. Als ik mezelf bijvoorbeeld zo benoem tijdens een show, stijgt er uit de zaal een soort relativerend gemompel op: 'Jij toch niet, William. Jij bent gewoon wat kleiner.' Prachtige gedachte, maar tegelijk is het ook zeer frustrerend, want daarmee zijn mijn dagelijkse problemen nog niet van de baan. Omdat ik mensen entertain, voldoe ik blijkbaar niet aan het geijkte beeld van de gehandicapte. Mensen met een beperking moeten sukkelaars zijn, dan klopt het plaatje in de hoofden pas. Als ik in mijn rolstoel zit, kijkt iedereen ook vreemd op, en komen ze vragen 'wat er gebeurd is'. Niks jongens, dit is het leven voor mij. Misschien is het zinnig om ter illustratie gewoon even jouw ochtend te overlopen? Boeva: Ik ben nogal lang in bed blijven liggen, maar ik wilde toch nog even naar de kapper. Eerste probleem: ik kan mijn sokken niet zelf aantrekken. Mijn velcroschoenen schop ik desnoods zelf dicht tegen een zetel, maar die sokken lukt me niet alleen. Vaak steek ik ze in mijn jaszak, in de hoop op straat een kennis tegen te komen die ze kan aantrekken. Vandaag kon ik gelukkig naar mijn broer bellen, die in de buurt woont. Maar uiteindelijk zit je wel een kwartier te wachten tot iemand je met zoiets triviaals uit de nood kan helpen. Net zoals ik daarna twintig minuten moest blijven rondrijden, omdat er in de buurt van de kapper geen parkeerplaats was. Meer dan vijfhonderd meter wandelen is nog steeds te pijnlijk voor mij, en de rolstoel uit de koffer halen heeft in Antwerpen geen zin. Elke stoep ligt hier scheef, te hoog of half opengebroken. En niemand die dat opmerkt, tot ze mij eens tien minuten vloekend en zwetend proberen rond te rijden door de stad. Voor alle duidelijkheid: ik verdenk niemand van slechte wil - het is gewoon onwetendheid - maar het gaat het wel frustreren. Zo willen we allemaal autovrije steden. Akkoord, maar in essentie betekent dat voor mij een levenslange gevangenisstraf. Met mijn rolstoel kan ik niks in de straten van Antwerpen, ik kan niet fietsen en met zo'n deelstep val ik elke keer. Dan word je wereld wel heel klein. De trein is ook geen optie, neem ik aan? Boeva: Ik reis nooit met de trein. Want ik raak niet eens op die trein. Vandaag niet, en blijkbaar de komende dertig jaar ook niet (de NMBS bestelde onlangs weer treinstellen die niet matchen met de perronhoogte, nvdr.). Ik bespreek het ook in de show. Dat is geen nieuw probleem, maar ik heb geen zin meer om dat weg te wuiven zoals ik dat vroeger wel deed. 'Ik sta op het podium voor mezelf', klonk het drie jaar geleden. Niet om iemand anders te vertegenwoordigen. Boeva: Ik was er nog niet klaar voor. Uit een soort rare angst om me met 'die groep' te vereenzelvigen. Nu denk ik: als er iemand voor hen kan spreken, dan ben ik het waarschijnlijk. Het is nu ook niet zo dat je in de media over de mensen met een beperking struikelt, hè. Volgens Handicap International heeft 19 procent van de wereldbevolking een mentale of fysieke beperking. Hoeveel van hen zie je ooit op tv? En hoeveel rolstoelen zie je in het weekend zelfs maar op de Meir? We zijn vandaag meer dan ooit op zoek naar een vorm van perfectie, en wie buiten die mal valt, wordt naar de rand geduwd. Zo worden die mensen heel vaak naar het buitengewoon onderwijs gestuurd, zonder dat ze een mentale beperking hebben. Hadden mijn ouders blind het advies van het PMS gevolgd, dan was ik nu een schoenmaker. 'Zou dat niks zijn voor William? Dan kan hij op een bankje zitten werken en valt dat amper op.' Ik wil niet weten hoeveel talent er al verloren is gegaan door mensen met een beperking niet naar waarde te schatten.