Je opent de deur en staat oog in lampjesoog met de kleine, witte robot NAO. Hij 'danst' de slotscène van Alain Platels voorstelling Out of Context - for pina (2010) en vraagt om je hand op te steken. Daar sta je dan, wuivend naar een robot. De robot opent de expo, samen met de suppoosten die uitgedost zijn als fanfaremuzikanten. Hun kostuums zijn een olijke knipoog naar En avant, marche! , de productie die Alain Platel - oprichter en huisregisseur van het gezelschap - in 2015 maakte met Frank Van Laecke.
...

Je opent de deur en staat oog in lampjesoog met de kleine, witte robot NAO. Hij 'danst' de slotscène van Alain Platels voorstelling Out of Context - for pina (2010) en vraagt om je hand op te steken. Daar sta je dan, wuivend naar een robot. De robot opent de expo, samen met de suppoosten die uitgedost zijn als fanfaremuzikanten. Hun kostuums zijn een olijke knipoog naar En avant, marche! , de productie die Alain Platel - oprichter en huisregisseur van het gezelschap - in 2015 maakte met Frank Van Laecke.'En avant, marche!', is het gevoel waaruit deze expo ontstond. Op 20 maart 2020 zou de compagnie met Opera Ballet Vlaanderen in première gaan met de grootse koor- en dansvoorstelling Choeurs 2020. Op 13 maart 2020 zet de ploeg de laatste sprint naar de première. Die dag gooit de Belgische regering het land dicht. De lijven vol adrenaline bleven verweesd achter.Vanuit die wanhoop groeide de goesting om 'iets' te doen. Dat iets werd een rijke tentoonstelling die een bijzondere inkijk geeft in de ziel van deze compagnie in stilstand. Platel schakelde curator Pierre Muylle in. De twee leerden elkaar in 2014 kennen. Toen vroeg Muylle aan Platel om zijn blik op de collectie van MADmusée in Luik te werpen, een museum met een ruime collectie werken van artiesten met een geestesstoornis.Anno 2021 geeft Muylle de tentoonstelling in en over Les Ballets C de la B vorm door archiefstukken van de compagnie te combineren met kunstwerken. Na de robot volgt op de trap een passionele tête-à-tête met het vurige schilderij van Tatjana Gerhard. Het werk toont een lichaam dat uit vele lichamen lijkt te bestaan, net zoals een danscompagnie. Via die trap beland je in een kamertje waarin gedanst wordt door een belletje en een veertje terwijl een poppetje met punkkapsel doodstil toekijkt, een werk van Henk Visch. De tederheid van het tafereel treft je als een intiem duet.Vervolgens word je uitgenodigd om alle bureeltjes langs de gang (én de gang zelf) te bezoeken. Je reist langs twee wereldkaarten vol kopspelden - een speld per land op de ene kaart, een speld per danser op de andere kaart -, je belandt in een door Terri Bowden tot kleurig kunstwerk omgevormde kamer die wel een ode aan de LGBTQ+-gemeenschap lijkt. Je dwaalt langs tafels vol cd's, fotoboeken, programmaboekjes en persoonlijke brieven - waaronder eentje in het prachtige, dansante handschrift van Anne Teresa De Keersmaeker -, je wandelt langs een deur waaraan een werk van Berlinde De Bruyckere zich vastklampt, je passeert een van de pluimpjes die Platel opstuurt naar mensen die wat lichtheid of vleugels nodig hebben in het leven en - wij vertellen lang niet alles - je belandt in het kantoor van Platel zélf. Daar hangt een adembenemend mooi werk van Philippe Vandenberg. Het lijkt een danseres in trance. Het werk ademt de levendige, kleurige en rakende danstaal van Platel uit. Via een brandtrap zet het parcours zich verder naar de studio waar de voorstellingen geboren worden en waar tijdens de expo elke week het decor van een andere voorstelling opgebouwd wordt. Wij kwamen terecht in de met kleren bedolven scène van Tauberbach (2014), een prachtstuk waarin Elsie De Brauw een dame vertolkt die op een vuilnisbelt leeft. De muzikale ruggengraat van deze voorstelling was het gezang van een dovenkoor dat liederen van Bach zingt. Zo onwerkelijk de zang zonder de voorstelling klinkt, zo ontroerend klinkt die zang wanneer je tegelijk het scènebeeld ziet. Ook al is het dan zonder dansers. Sommige dansers zijn wél aanwezig als 'gezel', zo meldt het etiketje op hun jas. Je herkent hen ook aan de fonkelende ogen waarmee ze de toeschouwers verwelkomen in de studio en hen de dikke knipselboeken tonen. Met even fonkelende ogen verlaat je even later de tentoonstelling. Mis je videofragmenten van de voorstellingen? Ja. Maar het is net dit gemis dat centraal staat in én de motor is van deze bijzondere expo. Who wants to dance with me draait niet rond dansen, maar rond de kwetsbare harten en zielen achter de dansers.