'Again a story about a black man eating chicken...', verzucht Andie Dushime. Zij dingt in Who's Tupac? als Serpentina naar de titel van de nieuwe 'Makaveli'. Zo herdoopte de te jong overleden Tupac Shakur zichzelf op zijn laatste album Don Killuminati: 7 Day Theory (DKSDT) , geïnspireerd door de geschriften van Machiavelli.
...

'Again a story about a black man eating chicken...', verzucht Andie Dushime. Zij dingt in Who's Tupac? als Serpentina naar de titel van de nieuwe 'Makaveli'. Zo herdoopte de te jong overleden Tupac Shakur zichzelf op zijn laatste album Don Killuminati: 7 Day Theory (DKSDT) , geïnspireerd door de geschriften van Machiavelli.Samen met Gloria Boateng ('Blindspot'), Junior Akwety ('Suicide') en Alex Akuete ('A-Dogg Mobutu') gaat Dushime de titelstrijd aan. De vier dingen onder het fucking streng oog van MC Zediam. Hij speelt die rol vanuit een gouden elektrische rolstoel, een slimme verwijzing naar Tupac Shakurs Walk in my shoes. Fuck!Valt er iets op aan ons fucking taalgebruik? Dat is de schuld van het taalgebruik in Who's Tupac?. Het meest gebruikte woord bestaat, helaas uit, vier letters. Fuck. Dat was meteen de grootste ergernis van deze broeierige avond. We beseffen dat de krachtterm het geliefkoosde stopwoord is van de hiphoppende stage. Maar het almaar uitbraken van dat woord, daarbij voortdurend grijpend naar het kruis - iets waar Alex Akuete a.k.a. Suicide nogal in uitblinkt - is een wat makkelijk wentelen in coolness. Jullie kunnen beter dan dat, mothafuckers.Gelukkig doet de stomende pen en de hiphopresearch van auteur Fikry El Azzouzi meer dan fucks produceren. Hij legt elke performer enkele songs en een 'sad story' in de mond. De beste vertolker wint deze zogeheten talentenjacht. Wanneer de gniffellekker cynisch aangekondigde sad stories - 'want witte mensen houden daarvan' - verteld worden, is er gelukkig wél ruimte om meer te doen met de teksten dan er om de vijf woorden een fuck tussen te keilen en intussen je handen tusen je benen te gooien. De vier ventileren dan, geheel terecht, al blaffend, kakelend (echt waar), met witte chrysanten gooiend en al rappend hun ongenoegen over de minachting tegenover de zwarte medemensen en het al te graag meelijwekkend staren naar die gekrenkte en o zo lijdende zwarte medemens. Toch is de show op z'n best wanneer de vier zich aan de interpretatie van enkele Tupac- en andere hiphopklassiekers wagen. Zoals het speelse Insane in the Brain van Cypress Hill, het zalige No Diggity van Blackstreet of Tupacs innemende Thug Life. Top of the bill? Dat is Dushime die veel meer kan dan cool rappen. Ze etaleert haar imponerende zangstem en in een bevlogen regie van Mthombeni speelt/rapt zij op waarlijk sprakeloos makende wijze de laatste levensmomenten van George Floyd. Dan spat niet alleen flakkerende woede maar ook vlammende virtuositeit van de scène. Bam! Regisseur Junior Mthombeni poot zijn cast neer op een scène die als een soort altaar voor Tupac Shakur oogt. Dat altaar (starring: scenograaf Stef Stessel) is opgebouwd uit geluidsboxen en opgefleurd met bloemen, zwart-witfoto's én een bijzondere geluidsinstallatie van Cesar Janssens die de bassen zo diep doet trillen dat er een collectieve siddering door de theaterzaal sluipt. Dat de muziek haast fysiek voelbaar wordt, vuurt de 'vibes' aan. In geen tijd hangt er een clubsfeertje in de zaal. Mthombeni - theatermaker én muzikant in hart en nieren - is hier een krak in. Dat bleek ook uit zijn Malcolm X (2016) en Dear Winnie (2019). In vergelijking met deze twee creaties isWho's Tupac? nog meer concert dan theater. Het is eigenlijk een teleurstelling dat er nadien geen plaat of op z'n minst een Sportify-link wordt aangeboden met de machtige muziek van de productie. Er kleeft een nadeel aan dat concertante kantje. Er wordt nogal rommelig omgegaan met de biografie van Tupac. Da's niet erg, zolang er maar iets tegenover geplaatst wordt. Dat 'iets' is wat mager en rafelig: Mthombeni mept de woede om de fucking minachting van de witte mens voor de zwarte mens in een bataljon scènes die pas gloriëren als de woede in muziek wordt ingekapseld. Of in dans die de hiphop als inspiratie vertaalt naar iets nieuws. Pas op het einde ontroert Alex Akuete door net dat te doen: zijn rechterhand eindelijk losmaken van zijn kruis en een innemende danssolo brengen waar al het door racisme veroorzaakte leed in vertaald wordt. Er kan werkelijk niet genoeg uiting gegeven worden aan die woede en dat verdriet. Maar, Mthombeni heeft dit in de eerder vermelde voorstellingen gebalder gedaan, met meer inventiviteit in choreografie, regie én tekst. Is Who's Tupac? saai? Allerminst. Mthombeni is een meesterlijke monteur. Hij smeedt een show samen die geen seconde verveelt, die voorbijraast en razernij toont in flarden felle tekst en explosieve doch weinig verrassende dans. De bassen beroeren je hart, de lyrics beroeren je (te) witte ziel. Er worden taboes noch heilige huisjes gemeden. Je wordt met je neus in de witte schmink en een hoopje n-woorden gesmeerd, de gouden glitterkontjes draaien geil in het rond en Dushime ontpopt zich tot een zingende zilveren engel. Je kijkt ernaar, je geniet, je fronst, je zucht, je slikt, je schaamt je als witte mens en voor je witte medemensen. Je denkt ook: wat een fucking fijn foeterfeestje maar wat een rafelig theater.