'Ach, wat goed dat je er bent!' Meestal krijg je die opmerking te horen van een andere toeschouwer die met jou wacht tot de deuren van de theaterzaal openen. Dat is niet zo bij de 'coronapremière' van In Topform, de muziektheatervoorstelling die Warre Borgmans met muzikanten Bo Spaenc en Gwen Cresens speelt.
...

'Ach, wat goed dat je er bent!' Meestal krijg je die opmerking te horen van een andere toeschouwer die met jou wacht tot de deuren van de theaterzaal openen. Dat is niet zo bij de 'coronapremière' van In Topform, de muziektheatervoorstelling die Warre Borgmans met muzikanten Bo Spaenc en Gwen Cresens speelt.Hun stuk ging afgelopen vrijdag, op 19 februari 2021, in première. Het publiek - acht mensen plus de crew - wordt aan de artiesteningang verwelkomd door niemand minder dan Borgmans zelf. In een fonkelend strikje en met fonkelende ogen. Dolblij dat hij dan toch in première kan gaan. Dolblij dat hij zichzelf een bijzonder cadeau voor zijn 65ste verjaardag mag schenken.Ondanks die 65 lentes zal deze lente nog specialer zijn dan de andere. Neen, we doelen niet (enkel) op de impact van het virus. We doelen op het parcours van Borgmans. Deze zeldzaam veelzijdige theater-en filmacteur blinkt uit in het publiek ontroeren terwijl hij het laat (glim)lachen. De combinatie van pretogen, een onberispelijke dictie, een aangeboren goesting om over de scène te dansen én een zacht, integer hart zijn daar de reden van. Hij gebruikt die combi ook in In Topform. Wat deze productie zo bijzonder maakt, is dat Borgmans de solo zelf schreef en er een swingend zelfportret van maakte.Dat zelfportret bulkt van de ondeugende odes aan liefdesgodin en -planeet Venus en bekentenissen over spetterdiarree-ongelukjes die de schaamte tot ongewilde hoeksteen in het leven van Borgmans maakten. Hij vertelt ook, met een ferme scheut zelfrelativering en fantasie, over steeds meer ouderdomskwaaltjes én serveert een geweldig 'Borgmansiaanse' vertelling van de Odyssee. De première miste wat schwung. De verschillende scènes vloeiden nog niet voldoende in elkaar over, ook al kon Borgmans dankzij zijn musicerende partners in crime steeds moeiteloos van de ene in de andere scène swingen. Dat fragmentarische kantje verjaagt Borgmans met gemak van zodra de theaters terug publiek mogen ontvangen en hij energie kan tanken in de zaal.Borgmans speelt dit zelfportret op een scène die oogt als een berglandschap bij sterrenlicht. De 'bergen' zijn met tapijten overdekte staketsels waarop de muziekinstrumenten - van drum via harmonica tot indisch handharmonium - staan. De sterren worden vertolkt door vijftien sierlijke kroonluchters. Te midden dat landschap staan een houten tafel en stoel. Borgmans hangt er zijn jasje over (de voering oogt als een staalblauwe hemel met enkele wolken) en zet de platenhoes van Pablo Casals Song of the Birds tegen de tafelpoot. Neen, die plaat draait hij niet. Maar de melancholische sfeer van Casals' muziek en platenhoes (een oudere man die blootvoets langs de zee wandelt) stemt perfect overeen met het gevoel waarmee Borgmans In Topform start. Hij sluit de pretogen, bidt tot de godin Venus, reist naar zijn kindertijd en nadert zo, kwinkslag na danspas, lach na traan, de Warre Borgmans die hij met graagte geworden is: de man voor wie er geen andere business is dan showbizz. Als hij maar af en toe kan thuiskomen in een bende bergen of een zoute zee die in al hun stilte altijd hetzelfde lijken te zeggen: 'Ach, wat goed dat je er bent!'In Topform is een voorstelling waarin je als theaterliefhebber kan thuiskomen. De gastheer draagt het hart op de tong, de muzikanten dragen de gastheer op hun melodieën doorheen de tijd en de verbeelding. Die tijdsreis doet lachen, slikken en met verkwikt gemoed huiswaarts keren.