Twee sterren is de score die we geven aan KVS' wondermooie project Vita Siyo Muchezo Ya Watoto . En eerlijk, dat doen we al vloekend. Moet niet elke poging om de bewoners uit Afrika - in dit geval uit de Congolese stad Goma - een hart onder de riem te steken en een stem te geven op gejubel onthaald worden? Zonder twijfel. Maar deze poging levert helaas een wankele voorstelling op.

Nochtans is de begeestering en het engagement van de Brusselse theatermaakster Frédérique Lecomte minstens vijf sterren waard. Lecomte is een vrouw met een groot gouden hart op de juiste plaats. Al meer dan vijftien jaar werkt ze in de conflictzone tussen Congo, Rwanda en Burundi met de lokale bevolking. Met haar muziektheater beroert én verzacht ze de gemoederen.

In opdracht van KVS trok ze deze zomer met negen acteurs naar Goma om er een stuk met en over gewezen kindsoldaten te maken. Ze hield over iedereen een dagboek bij, ondertussen zong en speelde iedereen met iedereen. Het resultaat bestond uit een vijftiental scènes waarin kindsoldaten hun 'opleiding' naspelen, moeders aangeven hoelang ze hun kind niet zagen en een meisje twijfelt of ze zal uitbeelden wat kolonialisme is - namelijk: een ander slaan met een dik touw. In een van de meest rake scènes legt een jongen uit waarom hij zijn wapen liever niet laat vallen: 'Want wie gaat me anders voeden?'

Zo'n zin stompt in je maag en doet je zogezegd loepzuivere mening over kindsoldaten danig barsten. Die visie gaat nog meer aan het wankelen wanneer Valentijn Dhaenens vertelt dat de Duitse ngo RET International, waarmee KVS samenwerkte voor dit stuk, jaarlijks zestig kindsoldaten moet redden. Als men dit cijfer niet haalt met 'echte' kindsoldaten, wordt er voor 'nepkindsoldaten' gezorgd. Want elke kindsoldaat levert geld op, aan de ngo én aan de rebellen.

In een van de meest rakende scènes speelt een acteur een kindsoldaat die weigert zijn wapen te laten vallen. 'Want wie gaat me dan voeden?'

De onmiskenbare verdienste van Vita Siyo Muchezo Ya Watoto, Swahili voor 'oorlog is geen kinderspel', is dat ze de hallucinante 'handel' in kindsoldaten op een onomwonden, oprechte manier aankaart. De keerzijde is dat je naar een schamel gemonteerde voorstelling kijkt die te zeer uit haar biotoop, Congo dus, is gerukt.

De voorstelling in de statige KVS-bol, waar de voorstelling opnieuw gemaakt werd met negen Belgische acteurs, een muzikant uit Congo, een muzikant uit Burundi en tien asielzoekers, is slechts een wat stroeve herinnering aan die 'Gomaversie' in de openlucht. Alle spelers wachten achteraan op de kale scène hun beurt af, zittend op een stoel. Dat levert een nogal statisch scènebeeld op, dat gelukkig tegenwicht krijgt van een druk gesticulerende regisseur. Lecomte 'mixt' de voorstelling live en laat de inspiratie van het moment bepalen welke scène wanneer komt. Het is een begeesterend beeld, maar in de zaal komt dit gedirigeer onbedoeld dwingend over. Dat is niet zo in de openluchtversie, waarvoor iedereen in een cirkel staat.

In de theaterzaal valt ook de kwetsbaarheid van de niet-professionele spelers op. Hun povere dictie verzuipt in de grote schouwburg en hun oprechtheid maakt hen tot broze performers die niet genoeg omhuld en gesterkt worden door de regie. Lecomte zet Dhaenens geregeld in als versterkende en vaak grappige tegenspeler-vertaler, maar dat is niet genoeg. Idem voor de ontroerende livemuziek die de Burundese muzikant Jean-Claude Minani al zingend en spelend op zijn ikembe, een instrument verwant aan de duimpiano, brengt.

De prestigieuze KVS lijkt voor dit stuk eerder een vloek dan een zegen. De zaal zit de voorstelling als een krappe jas. Vita Siyo Muchezo Yo Watoto speelt de komende weken in zalen én op andere plekken zoals Het Klein Kasteeltje en tijdens de zaterdagmarkt in La Louvière. Wedden dat de voorstelling op die locaties wél zal floreren?

Vita Siyo Muchezo Ya Watoto reist nog tot 16 december door België. Alle info: www.kvs.be