'WA IS DA LAWIJT?!', flapt Johan Petit er zowat meteen uit nadat hij het podium op wandelde tijdens de première van Nu het nog kan. Iedereen, inclusief pianist Tom Pintens en basgitariste Dora Brams, kijkt naar het plafond. Het zoemende geluid is wellicht afkomstig van een overijverig ventilatiesysteem en zal zowat de hele voorstelling de vierde stem 'zoemen', na Petit en de twee muzikanten. Het is een vervelende stem maar gek genoeg past ze perfect bij dit stuk.
...

'WA IS DA LAWIJT?!', flapt Johan Petit er zowat meteen uit nadat hij het podium op wandelde tijdens de première van Nu het nog kan. Iedereen, inclusief pianist Tom Pintens en basgitariste Dora Brams, kijkt naar het plafond. Het zoemende geluid is wellicht afkomstig van een overijverig ventilatiesysteem en zal zowat de hele voorstelling de vierde stem 'zoemen', na Petit en de twee muzikanten. Het is een vervelende stem maar gek genoeg past ze perfect bij dit stuk. De ventilatiesystemen ronken pronter en pittiger dan ooit in de strijd tegen het coronavirus. Over die strijd vertelt Petit in Nu het nog kan. Of beter: hij vertelt over alle strijden die hij streed terwijl de pandemie woedde. Wie de trailer bekijkt, ziet een relaxte Johan Petit die, bij zonsondergang gezeten op wat betonbrokken langs de Schelde, vertelt over zijn fietsrit naar 'den bureau' en hoe hij ineens besefte dat het al te lang geleden is dat hij zijn moeder belde. Wat hij in die trailer vertelt, is exact hetzelfde als wat hij tijdens de eerste minuten van Nu het nog kan vertelt. Maar hij doet dat minder ontspannen en daardoor minder rakend en grappig. Petit heeft sowieso een snel spreektempo maar tijdens de première blijkt dat tempo opgedreven tot razendsnel ratelen. Dat is het gevolg van dekselse premièrestress en helaas tast die stress de volledige voorstelling aan. Vanop het dak van 't Stad - dat suggereert het sobere maar schone decor: een schuine houten wand die de zijkant van een schuin dak suggereert waarop tal van kleine vogeltjes zitten - brengt hij nochtans een prachtige ode aan zijn moeder. In 'thuiskostuum' - simpele broek, sneakers en t-shirt - vertelt hij hoe zijn moeder in volle coronacrisis in het ziekenhuis belandt, er een zeer slechte prognose krijgt en hoe dit haar familie aanzet tot heroïsche, urenlange autoritten, tot Sherlock Holmes-tochten door het ziekenhuis, therapeutisch zetelhangen en 'televisietrash' kijken, tot kamerjasdagen-zonder-seks, valse familiekoorzang en turbulente kampeeravonturen met, gelukkig, ook een deugddoend zwemvijvermomentje.Petit vertolkt elk mens die een geliefde aan de hemelpoorten van de dood ziet staan: hij doet meer dan alles wat mogelijk is om die geliefde van bij die poorten weg te rukken, stuitert van emotie en schuurt zichzelf aan tegen zalvende muziek. Het is louterend om te zien. Het scènebeeld is bovendien een plaatje. Petit stort zijn hart uit terwijl Pintens en Brams een intieme soundscape om hem heen schilderen, daarbij geholpen door letterlijk stralend licht van Tim Clement. Zo lijkt het alsof Petit de hemel aanraakt waar zijn moeder - wij allemaal - ooit zal verzeilen. Maar nu nog niet. Vanop dit dak van de hemel vertelt hij aan ons en aan de hemel waarom zijn moeder nog in de volle potgrond van het leven hoort te staan. Petit blijft voortdurend dicht bij de muzikanten, alsof hij steunt op de muziek om het verhaal te vertellen.Hij is bijna vijftig maar blijft de vinnigheid van een jonkie bezitten. Al zijgt hij nu soms neer naast de hemelsblauwe schoenen van de muzikanten. Het besef dat ook moeders niet eindeloos leven, krijgt ook deze spring-in-'t-veld klein. Tussen die hemelsblauwe schoenen tankt hij muziek en moed om dan weer door te gaan. Heel even spreekt hij het publiek aan en zoekt een look-a-like van zijn oma in de zaal. Met dat momentje deed hij tijdens de première veel te weinig. 'Vertrek altijd bij zonsopgang' weten de Afrikaanse Yoruba, zo vertelde Nobelprijswinnaar Wole Soyinka onlangs aan The New York Times. Dat is exact wat Petit in Nu het nog kan doet: hij vertrekt bij zonsopgang met een verhaal over hoe de zon bijna onderging in het leven van zijn moeder. Nog even de dekselse stress 'oproemmelen' - dat is Petits lievelingswoord, het betekent 'dingen verleggen' en het is zijn lievelingsactiviteit - en Nu het nog kan wordt een even geestig als rakend moeder-zoonverhaal dat, ondanks de Antwaarpse klanken, voor iedereen even herkenbaar is. 'Iedere mens die sterft is een museum dat in brand staat.' Dat is een prachtzin uit de afscheidsrede die Petit in 2016 tijdens de uitvaart voor actrice Irène Vervliet uitsprak. Het museum dat zijn moeder is, brandt nog niet. Al zal Nu het nog kan in het museum wél vlammetjes van trots doen opflakkeren...