Je staart naar elf paar weerloze handen die tijdens het eerste deel vanWe Go Places onder flikkerende, witte TL-lampen weinig meer doen dan langs het lichaam van hun eigenaar bungelen. Heel even worden ze ingezet door een van de jongens die een soort 'gebroken breakdance' op de grond brengt. Hij eindigt die solo door zijn handen in een afwerende, beschermende houding boven zichzelf te houden. Je ziet er meteen een jongen in die zich verweert tegen gepest of mishandelingen. Je ziet er evengoed een jongvolwassene in die zichzelf beschermt tegen een toekomst die zwanger lijkt van rampen.
...

Je staart naar elf paar weerloze handen die tijdens het eerste deel vanWe Go Places onder flikkerende, witte TL-lampen weinig meer doen dan langs het lichaam van hun eigenaar bungelen. Heel even worden ze ingezet door een van de jongens die een soort 'gebroken breakdance' op de grond brengt. Hij eindigt die solo door zijn handen in een afwerende, beschermende houding boven zichzelf te houden. Je ziet er meteen een jongen in die zich verweert tegen gepest of mishandelingen. Je ziet er evengoed een jongvolwassene in die zichzelf beschermt tegen een toekomst die zwanger lijkt van rampen. Eindelijk is er iets te zien. De voorstelling is dan al een poosje aan de gang en choreografe Carli Gellings neemt heel veel tijd om van We Go Places méér te maken dan een vrij afstandelijk en 'sportief' aandoend gebeuren waarbij ze haar elf dansers - allemaal in een elegante broek, een kleurige top en stoere sneakers of lederen laarsjes - vooral doet rennen. De elf jongeren spurten bij aanvang een voor een de scène op. Er worden cirkels gelopen, er worden kleine draaibewegingen gemaakt. En er wordt heel cool gekeken. Niemand raakt elkaar aan. Dat is jong zijn. Zo lijkt het. Onzeker snakken naar volgers en likes. Dus Hollywoodiaans onbereikbaar ogen. Dat 'portret' van de zeer individualistische jongere wordt te lang aangehouden. Bovendien is Gellings een kei in het maar bezit zij nog geen rijke choreografische woordenschat waardoor het eerste deel van de voorstelling matig boeit en een vrij eentonige choreografie toont. Geeuw.'Waar zijn die handjes?', vroegen we ons af. In de tweede helft van de voorstelling pakken die handjes het heft eindelijk in handen. Dan zorgen elf paar handen voor een revival van We Go Places. Die handen vangen vallende lijven op. Ze helpen zweven en verleiden. Ineens staat er een sprankelende groep op de scène die de uitdaging die het leven is met schwung én kwetsbaarheid danst. De gezichten ontdooien en tonen eindelijk expressie. Je ziet geluk, schaamte, twijfel, moed, tederheid, afgunst, vriendschap, plezier, angst. Je ziet elf paar, niet langer weerloze handen die klaar zijn om alle kansen in het leven te grijpen. Samen sterk. Met die handen ontpopt scenograaf Michiel Van Cauwelaert zich (ook eindelijk) tot 'schilder' en pimpt de scène met vegen goudgeel en felrood licht. Glans!We Go Places is een knipoog naar 'to go places' oftewel 'op weg zijn naar'. Daar is deze voorstelling een puike en uiteindelijk overweldigende en ontroerende dansante vertaling van. Al mochten de eerste kilometers gerust met meer inventiviteit ingevuld worden.