De naam 'Ophelia' doet twee belletjes rinkelen. Het is de naam van de grote liefde van Hamlet, de twijfelheld uit Shakespeares stuk Hamlet en het is de naam van het schilderij dat John Everett Millias in 1851 maakte, geïnspireerd door dit personage uit Shakespeares stuk. Op dat schilderij zie je een meisje languit liggen in een beekje, omringd door weelderig groen. Haar handen, die net voor haar val een bloemenkrans maakten, steken weerloos boven het water uit.
...

De naam 'Ophelia' doet twee belletjes rinkelen. Het is de naam van de grote liefde van Hamlet, de twijfelheld uit Shakespeares stuk Hamlet en het is de naam van het schilderij dat John Everett Millias in 1851 maakte, geïnspireerd door dit personage uit Shakespeares stuk. Op dat schilderij zie je een meisje languit liggen in een beekje, omringd door weelderig groen. Haar handen, die net voor haar val een bloemenkrans maakten, steken weerloos boven het water uit. Voilà. Dat is het vertrekbeeld van Inne Goris' Ophelia. Het eerst shot toont weerloze, haast biddende handen die kromtrekken van twijfel en verlangen. Je zit, samen met een tachtigtal andere toeschouwers, omheen een hoge flatscreentoren die uit een kluitje aarde oprijst. Het lijk de tot liefdestotem gestolde herinnering aan Ophelia. Goris ontketende haar theatercarrière met een installatievoorstelling - de wonderlijke sprookjesinstallatie Zeven (2001) - en keert de laatste jaren steeds vaker terug naar installaties zoals het indrukwekkend donkere Huis (2018). Met Ophelia levert ze een van haar meest kleurrijke - in woord en beeld - creaties af, met dank aan het arendsoog voor detail en schoonheid van partner-in-crime en fotograaf Koen Broos. De twaalf meisjes vertolken Ophelia op de meest ingetogen manier: elk in hun eentje voor de cameralens, gehuld in kleurrijke kostuums met veel fleurige print, zijde-accenten en kant. We zien haar weerloze wringende handen. We glijden langsheen haar lichaam waarop liefdeswoorden 'zot', 'blind', 'ik hou van je' als tattoos van verlangen prijken. Je ziet haar woelend wachten. Je schuilt achter een rug die snakt naar de eerste keer. Je zit aan de voeten van een Ophelia die oprijst tijdens het rouwen om de liefde.Intussen verweeft Thomas Smetryns een ranke compositie, gedomineerd door strijkers en elegante percussie doorheen die frisfleurige beelden en pende Dounia Mahammed een sierlijk libretto dat vooral bloesemt als Mahammad voor sobere, speelse poëzie kiest. 'Ze schuift voorbij als een luchtballon op water / ze schuift voorbij als van nu naar later.' De liederen worden gezongen door twaalf stemmen waarin breekbaarheid en levenslust om voorrang vechten. Het tovermiddel van deze Ophelia zijn de 'zwarte gaten' die Goris tussen de beelden monteert. Dan wordt het scherm zwart en laat ze de meisjes aan het woord - op band - over verlangen, verliefdheid, de ware, liefdesverdriet, trouwen,... Alle spontane vragen, twijfels, giechels en soms verrassend traditionele of grappige bedenkingen - ''Ik hou van je' is iets dat oude mensen tegen elkaar zeggen' - katapulteren je in het pikkedonker terug naar je eigen vragen, twijfels, bedenkingen en herinneringen aan liefdes. Ophelia wordt fonkelend bekroond door een ontwapenend, live gezongen troostlied aan elk gebroken hart. Intussen blijft het scherm zwart maar de zaallichten floepen aan. Daardoor herken je tijdens dat lied op ieders gezicht ineens de herinneringen aan al dan niet stukgeslagen liefdesdromen. Iedereen blijkt (een) Ophelia te zijn.Het maakt deze Ophelia tot een ontwapenend mooie installatie die je tussen droom, herinnering en fabelachtige fantasiereis doet zwalpen. Maar de overrompelende impact van het live gezongen lied en de beelden waar de meisjes ten voeten uit gefilmd worden, wakkeren ook een ontembaar verlangen naar 'de voorstelling die Ophelia had kunnen zijn' aan. Corona be damned.