We beginnen met een klein verzoek. Spreid de armen en draai je handen tot een groots, uitnodigend gebaar. Voilà. Zo start Birds. De voorstelling zou eigenlijk op straat in première gaan. 'Zodat mensen tussen het dansen door even naar de nachtwinkel kunnen rennen om een frisdrankje', aldus Seppe Baeyens. Sinds 2011 timmert hij bij dansgezelschap Ultima Vez aan een parcours dat focust op voorstellingen waarin zoveel mogelijk leeftijden en culturen op én naast de scène staan om er samen de tijd van hun leven te beleven.
...

We beginnen met een klein verzoek. Spreid de armen en draai je handen tot een groots, uitnodigend gebaar. Voilà. Zo start Birds. De voorstelling zou eigenlijk op straat in première gaan. 'Zodat mensen tussen het dansen door even naar de nachtwinkel kunnen rennen om een frisdrankje', aldus Seppe Baeyens. Sinds 2011 timmert hij bij dansgezelschap Ultima Vez aan een parcours dat focust op voorstellingen waarin zoveel mogelijk leeftijden en culturen op én naast de scène staan om er samen de tijd van hun leven te beleven. Dat is in Birds niet anders. Baeyens en coregisseurs Martha Balthazar en Yassin Mrabtifi zochten een privéplein vlakbij de publieke ruimte. De plek - gelegen op de voormalige Delhaize-site in Molenbeek - is omgeven door grauwe flatgebouwen. Uit de ramen van de appartementen steken tijdens de voorstelling veel hoofdjes die almaar meer meebewegen op het ritme van de aanstekelijke muziek van Stef Heeren, Saif Al-Qaissy, Gaspard Herblot en Kyria Tsara. Die muziek is een heerlijke mix van techno, rap, Arabische percussie en zang. Die sound begeleidt de volledige vlucht van de stadsvogels. De groep vogels bestaat uit vijftien performers - van alle kleuren, maten en leeftijden - en tachtig toeschouwers. Net voor de start weet je amper wie een toeschouwer is en wie een performer. De performers maken zich kenbaar door bij de start van het stuk de armen te spreiden en zo een groepje toeschouwers uit te nodigen hen te volgen. Eerst zwerm je met z'n allen verkennend over het terrein. Met de muziek wordt ook het tempo en de variatie aan bewegingen zachtjesaan opgedreven. Wie zich liever niet tot dancing queen ontpopt, mag gewoon genietend toezien hoe de medetoeschouwers transformeren tot tachtig albatrossen die met gespreide armen over de plek crossen of net heel chill over het plein wandelen, olijk op de maat van de muziek. De tachtig onbekenden worden ineens tachtig bekenden die tonen wie ze zijn door de manier waarop ze samen en apart bewegen. Het allermooiste moment? Dat zijn niet de geweldige solo's die Baeyens en co hun performers laten uitvoeren tussen alle gezamenlijke momenten door. Het is ook niet het fantastische moment waarop een van de jongste performers op de schouders van een volwassen danser klautert en het publiek dirigeert als een orkest. Tijdens de opvoering die wij meemaakten, werden de meest hartveroverende scènes gedanst door een ouder koppel. Gewone toeschouwers. Behoedzaam op de been. Ze namen aanvankelijk veilig plaats aan een van de picknicktafels op het plein. Tot een van de performers hen met gespreide armen uitnodigde. De twee dansten de hele voorstelling dapper mee. Ze spreidden de armen als alwetende albatrossen. Ze klapte mee op de beats. Ze zwierven zigzaggend over het plein tussen jonkies met Afrikaanse roots, kronkelende dertigers en dollende veertigers. Toen iedereen op de grond ging liggen, deden ze dat ook. Ietwat aarzelend. Iemand van de crew zag de aarzeling en snelde naar hen toe met een stoel. De stoel werd vriendelijk geweigerd. Want dansvibes geven ook een ouder lichaam vleugels.Birds ontroert omdat deze productie - die elke avond anders is, dankzij het publiek - net het omgekeerde doet van de meeste dansvoorstellingen: het maakt niet de dansers maar de toeschouwers tot sterren op de dansvloer. En het maakt van elk pleintje een podium waarop kan geoefend worden in zwierig samenleven. Na de voorstelling nam een groepje buurtkinderen hun fietsjes. Ze zwaaiden glunderend naar Seppe Baeyens: 'Tot morgen!' Elke avond komen ze meedansen. Met gespreide armen.