'Aaah, onze acteurs zijn daar!', roept stagemanager Henk Vandecaveye vrolijk terwijl hij, een halfuurtje voor aanvang van The Sheep Song, vanuit de inkomhal van de Bourlaschouwburg naar de straat kijkt. Wie zijn blik volgt, ziet een jeep voorbijrijden met een forse aanhangwagen waaruit nieuwsgierig snuffelende schapenneuzen steken...
...

'Aaah, onze acteurs zijn daar!', roept stagemanager Henk Vandecaveye vrolijk terwijl hij, een halfuurtje voor aanvang van The Sheep Song, vanuit de inkomhal van de Bourlaschouwburg naar de straat kijkt. Wie zijn blik volgt, ziet een jeep voorbijrijden met een forse aanhangwagen waaruit nieuwsgierig snuffelende schapenneuzen steken...Misschien was zo'n aanhangwagen vol beweeglijke neuzen ook het eerste beeld dat de bizar bruisende breinen van de FC Bergmanlieden verleidde om een schaap tot hoofdpersonage te maken van dit stuk? Dat zou kunnen. Sinds 2008 bekwaamt FC Bergman zich erin om van de droefheid, zwaarte, lelijkheid, absurditeit en tristesse, maar evengoed de deugden des levens het meest prachtige theater te maken. Theater waarin niet zozeer het woord maar het onvergetelijke beeld heerst.Na, onder meer, het temmen van een industrieterrein in Terminator Trilogie, het tot zwembad vertimmeren van de Bourlaschouwburg in Van den vos, het geniaal dollen met plotten en huizenhoge decors in JR en het fantastisch flirten met opera in Les Pêcheurs de perles toont de bende zich gepokt en gemazeld in het bemeesteren van een groots podium, het vertellen van een groots verhaal - wortelend in de de Westerse kunstgeschiedenis - en het ontwerpen van grootse, gelaagde scènebeelden die elk op zich een adembenemend maar nooit overdadig tableau vivant zijn. Het betoverende resultaat heet The Sheep Song en het is wellicht de allermooiste voorstelling van 2021.Acteur en muzikant Jonas Vermeulen ontpopt zich - vanuit een bijzonder realistisch schapenkostuum - tot een avontuurlijk schaap te midden de schapenkudde. Die kudde dartelt tijdens het schemerige openingsbeeld pront over de kale scène. 'Schaap' Vermeulen, wiens gelaatstrekken verdacht veel op het Lam Gods lijken, trekt met een voorzichtige huppelpas de wijde wereld in. Tot die pas ruw onderbroken wordt door een stel gezichtloze bruten in kleurige, nette stadskledij, ogenschijnlijk weggelopen uit een schilderij van Edward Hopper. 'Misschien moet ik me aanpassen?', zie je het schaap denken. Aiaiai...Op twee loopbanden - lopend over de breedte van het podium - trekt het avontuur van Schaap langs, onder meer, een irritante poppenkast van een sloddergod en zijn vies poppetje, een operatietafel, een florissant liefdesparadijs, Michael Jackson en een gebroken toreador. Ondanks het schapenkostuum slaagt Vermeulen erin om de kleinste en de grootste emoties te vertolken. En te laten voelen. The Sheep Song drukt op zowat alle knopjes die het orgel van de ziel heeft.Je voelt enthousiasme, vrolijkheid, doodsangst, verwarring, wanhoop, eenzaamheid, het diepste verdriet, liefdesverdriet, mededogen, gelukzaligheid, teleurstelling, bewondering. En dat allemaal in zijn meest pure en heftige vorm. Aangejaagd door de briljante banjo van Frederik Leroux en door de magistraal accurate scènebeelden die geschilderd lijken door Michaël Borremans himself. Warm goud, hard rood, zacht bruin, fris groen, felblauw. Dat zijn de hoofdtonen van het licht, de achterdoeken en de kostuums die sober lijken maar bestaan uit subtiele verwijzingen naar kunst- en religieuze iconen.Jonas 'Schaap' Vermeulen speelt op tot schapenpoten vertimmerde sneakers een van de strafste rollen uit zijn carrière, dankzij de met chirurgische precisie opgebouwde scènebeelden en het aan magie grenzende, stille samenspel met zijn gezichtloze tegenspelers zijnde Stef Aerts, Matteo Simoni, Marie Vinck, Thomas Verstraeten en Yorrith De Backer.Deze tragedie heeft geen happy end, maar wel het mooist denkbare eind. Dankzij de blatende acteurs. Die wollige toppers sturen je met een krop in de keel en een groot vraagteken in de ogen huiswaarts. Hét vraagteken waarmee deze wereld, elke mens, al eeuwenlang, worstelt: hoe passen we ons aan de ander - mens, dier, plant, klimaat - aan zonder onszelf te verliezen en zonder ziek van eenzaamheid te worden?