Vol compassie kijken we toe hoe Louise Bergez als Hendrik de Vijfde staat te verkleumen in het leeggelopen peuterbad van het voormalige stedelijk zwembad van Oostende. Vol compassie kijken we toe hoe de technische ploeg een halve marathon loopt in hun (uiteindelijk succesvolle) poging om de dode geluidsboxen terug tot leven te wekken. Vol compassie kijken we toe hoe Flor Van Severen net niet op het beton van de zwembadbodem tottert.
...

Vol compassie kijken we toe hoe Louise Bergez als Hendrik de Vijfde staat te verkleumen in het leeggelopen peuterbad van het voormalige stedelijk zwembad van Oostende. Vol compassie kijken we toe hoe de technische ploeg een halve marathon loopt in hun (uiteindelijk succesvolle) poging om de dode geluidsboxen terug tot leven te wekken. Vol compassie kijken we toe hoe Flor Van Severen net niet op het beton van de zwembadbodem tottert.Vol compassie én vol bewondering. Deze bende toneelspelende koppigaards heeft branie, talent, lef en zoveel doorzettingsvermogen dat we het haast jammer vinden dat ze voor een theatercarrière en niet voor een carrière als milieuwetenschappers gaan. We zouden nogal wat meemaken. Gelukkig maak je ook 't een en 't ander mee als publiek van hun voorstellingen. In dit geval: een trilogie die ze op het einde van de zomer als marathon zullen presenteren tijdens Het Theaterfestival. Basismateriaal is de mastodont van een klassieker die Tom Lanoye eind jaren negentig uit zijn majestueuze pen joeg, zich daarbij inspirerend op de koningsdrama's van William Shakespeare. De première van Ten Oorlog op 7 januari 1998 deed het gezelschap Blauwe Maandag Compagnie barsten maar lanceerde tegelijkertijd definitief de carrières van onder meer regisseur Luk Perceval en van acteurs Els Dottermans, Wim Opbrouck en - in zoverre een lancering nog nodig was - Jan Decleir.Wij hopen van harte dat het opvoeren van dit marathonstuk allerminst leidt tot het einde van dit sprankelende collectief vol jonge theaterhelden en -heldinnen. Maar we zien wél dat Lanoyes tekst ook in hen het beste naar boven peutert. En het beste is geen synoniem voor het meest perfecte. In Ten Oorlog I overklaste de goesting om over de scène te draven als bronstige koninklijke paarden soms de schoonheid van de tekst. Of, correctie, de helderheid van het verhaal. De koningen volgden elkaar aan een pittige technotempo op terwijl per monarchie de kostuums van kleur verschoten. Het was een feest voor het oog en het oor. Al bleven literaire fijnproevers wat op hun honger zitten.'Wacht maar', dachten de Sunsetkampeerders. Ze trokken zich twee weken terug in het voormalige Stedelijk Zwembad van Oostende, een troosteloze betonnen bunker. Ze promoveerden er lelijke balkons tot weelderige Franse terrassen en rode metalen kinderglijbanen tot vurige hengsten. De weidse zeezichten en de weidse zwembadsite verleidden hen tot imposante scènebeelden én geklungel. Maar ze geven niet op en die gedrevenheid is aanstekelijk. Ook als toeschouwer haak je niet af.Tijdens Ten Oorlog II voeren ze Hendrik V en Hendrik VI op. Het eerste stuk wordt gedomineerd door een indrukwekkende vertolking van Bergez als Hendrik V die de hele tijd in het water - Engeland - staat en almaar krommer en depressiever oogt.Op een prachtige, verstilde manier. Betorverend spel dat ook haar medespelers aansteekt. Zoals Flor Van Severen als de Franse koning, een toprol waarin hij James Dean en Buster Keaton fluks mixt tot een intrigerende speelstijl. En ook de energieke en met slapstick gekruide vertolking van Mitch Van Landeghem als kroonprins Louis is om van te smullen. Het tweede deel, dat tijdens de première pas na een XL-pauze startte omdat de geluidsboxen humeurig waren, had meer moeite om voortdurend te beklijven. Niettegenstaande de bende er alles aan doet - rennen, roepen, rollebollen, ... - om de schwung erin te houden. Vooral Lucie Plasschaert imponeert als Margaretha. Op het einde doet Jesse Vandamme je als Richard van York grote ogen opzetten.O neen, dit was een verre van perfecte première. Hoeft ook niet want de Sunsetvoorstellingen worden op twee weken tijd in mekaar geramd en en krijgen dan twee speelweken om te groeien. Dat is in dit geval een wel erg indrukwekkende prestatie want de scènebeelden intrigeren, de weelderige kostuums zijn inventief, grappig (dankzij ballonnen en zwembandjes) én prachtig en Kato Van Ermens soundscape is doortimmerd, pittig en ontwapenend. Het verschil tussen Ten Oorlog I en Ten Oorlog II is veelbetekenend: ook als team van makers zetten deze jonkies hun verovering van de podiumkunstenwereld verder en groeien in het hen toeëigenen van de personages, verhalen en taal zonder er een knieval voor te maken.