The Play = 1095
...

'Ik heb gehoord dat je vooraan moet gaan zitten', horen we een toeschouwer voor aanvang fluisteren. Deze luistervink neemt het gestolen advies ter harte en zet zich op de eerste rij. Zeker geen slecht idee, maar gevoelige zielen of mensen met smetvrees raden we aan wat meer naar achter plaats te nemen. Er kan namelijk wel eens een vlok speeksel op je kraag belanden of een bezwete bil langs je heen strijken. Zeg niet dat we je niet gewaarschuwd hebben. De voorstelling neemt ons mee naar 1095. De elfde eeuw, those were the days. Niet dus: het was een tijd waarin godsdienstoorlogen en godsdienstwaanzin de wereld lieten sidderen. Maar peis en vree zouden lang niet zo'n explosief theater opgeleverd hebben. Waarom tekstschrijver Victor Lauwers gekozen heeft voor de middeleeuwen wordt meteen duidelijk. Niet alleen schept het de ideale achtergrond voor groteske personages, het is ook een periode in de geschiedenis die de problematiek rond het Midden-Oosten en vluchtelingen van vandaag weerspiegelt. We volgen Benny, een jonge benedictijnermonnik van de Sint-Baafsabdij in Gent. Hij moet noodgedwongen vluchten en volgt een route die hem van Frankrijk naar Cordoba leidt. Zijn reisgezelschap bestaat uit een behulpzame broeder, een gevluchte slavin Num en Bertha, een boerin wiens man op kruistocht is vertrokken. Terwijl ze op de hielen worden gezeten, bloeit er iets tussen Num en Benny. Maar ook Bertha en Num durven wel eens elkaars lichaam verkennen. De mannen zijn - bijna -allemaal naar Jeruzalem vertrokken, dus kunnen ze hun lusten rustig botvieren. Tot Benny dus ook zijn oog op Num laat vallen. Met muziek, projecties, fantastische kostuums (pluimen voor kostuumontwerpster Sietske Van Aerde), maar vooral tonnen spelplezier vormt 1095 een stuk dat je moet gezien hebben. Dat de makers leven voor het theater wordt al duidelijk na de eerste scène, waarin de twee actrices het beste van zichzelf geven. Doorheen gans de voorstelling wordt er gespuwd, geschreeuwd, gevochten, geklauwd en bemind alsof het een lieve lust is. Het publiek krijgt schoonheid in al haar lelijkheid en lelijkheid in al haar schoonheid voorgeschoteld. Hoe mooi de kostuums ook zijn, vaak liggen ze in hoopjes op de grond naast een oververhit naakt, bezweet lichaam. Dat zorgt soms voor ongemakkelijke momenten - serieus, boek geen tickets samen met je schoonmoeder - maar komt niet gratuit over. De uitvergrote gevoelens en dierlijke driften verbeelden de wreedheid van de tijd, het fanatisme van de elfde eeuw en de rauwe emoties die onder het oppervlak van de mens schuilen. Zijn het naakt en de zinnelijke liefde een manier van de vrouwelijke regisseur en twee actrices om te zeggen, 'Hier zijn we, zonder schroom'? In het kader van de recente discussies rond vrouwen in het theater kunnen we niet om deze vraag heen. 1095 is een voorstelling waar vrouwen de touwtjes in handen hebben. Letterlijk in de vorm van de regie en op het podium in de vorm van licht ontvlambare vrouwelijke energie. Het is het ultieme bewijs dat er een mooie toekomst is weggelegd voor vrouwen in de theaterwereld en dat over enkele jaren projecten zoals P.U.L.S. ongetwijfeld ook zullen beschikken over vrouwelijke oefenmeesters.