De tweeëntwintigjarige Pepijn Ronaldo - uitgedost in een bruin jasje en een grijze broek die uit de kleerkast van Charlie Chaplin lijken te komen - stapt stilletjes, met een oude, lederen koffer in de hand, in de tent van Circus Ronaldo. Daar zit zijn vader, de vijftigjarige Danny Ronaldo, in een badkuip op gouden pootjes. In het badschuim weekt Ronaldo met goud omrande porseleinen eetborden, zijn ondergoed en zijn door het avontuurlijke circusleven getekende lichaam. Naast de badkuip prijkt een gettoblaster waaruit applaus klinkt en geluiden van scènes waarin Danny Ronaldo schitterde. In een onbegrijpelijk maar met het hart te verstaan brabbeltaaltje 'vertelt' ...

De tweeëntwintigjarige Pepijn Ronaldo - uitgedost in een bruin jasje en een grijze broek die uit de kleerkast van Charlie Chaplin lijken te komen - stapt stilletjes, met een oude, lederen koffer in de hand, in de tent van Circus Ronaldo. Daar zit zijn vader, de vijftigjarige Danny Ronaldo, in een badkuip op gouden pootjes. In het badschuim weekt Ronaldo met goud omrande porseleinen eetborden, zijn ondergoed en zijn door het avontuurlijke circusleven getekende lichaam. Naast de badkuip prijkt een gettoblaster waaruit applaus klinkt en geluiden van scènes waarin Danny Ronaldo schitterde. In een onbegrijpelijk maar met het hart te verstaan brabbeltaaltje 'vertelt' Ronaldo over die momenten.De zoon kijkt, samen met het publiek, verwonderd naar het tafereel. Hij zet zijn koffer neer, helpt zijn vader uit bad en krijgt, als was hij nog een stuiterende kleuter, een lekkere karamel in een gouden wikkel toegestopt en wordt door zijn vader - opnieuw met enkele brabbelwoorden en veel gouden mimiek - trots voorgesteld aan het publiek. De jongen wil meteen zijn kunsten tonen, maar dat is buiten vaders podiumdrang gerekend.Tot dit moment volgt de voorstelling het (te) klassieke recept om een typische vader-zoonrelatie te ensceneren. Maar dan mislukt het trucje dat vader wil tonen steeds. Vader blijft onvermoeibaar proberen, zoals het een circusartiest betaamt. Ineens lukt de truc wel, dankzij een derde hand. De hand van de zoon die stiekem helpt. De vader beseft het niet. Dat moment breekt de voorstelling open tot een verrassend, geestig, rakend en bloedmooi portret van een vader-zoonrelatie. De twee trachten elkaar te overtreffen terwijl ze hun ziel laten zingen middels een trompet. De zoon pakt meteen een tuba. De vader overklast direct met een nog grotere tuba. Ze laten hun vingers zo virtuoos mogelijk over de pianotoetsen dartelen. Ze spelen ook met de piano zélf die op een bepaald moment, dankzij het samenwerken van vader en zoon, over de scène walst. De met de jaren voorzichtiger geworden vader kijkt soms zorgelijk naar de acrobatentoeren van zijn avontuurlijke zoon. De zoon kijkt soms zorgelijk naar zijn fragieler wordende vader. In die blikken dobbert ontroering, in de manier waarop de twee elkaar helpen, floreren geweldig grappige, verrassende scènes. Scènes waarin het duo al stoeiend met gloeilampen, touwen, pantoffels en de balken die de circustent stutten je soms doet schateren en soms de adem doet inhouden. Uiteindelijk maakt het elkaar willen overtreffen plaats voor het niet stiekem maar voluit en met veel zorg elkaar helpen in het excelleren, in het teder trompetteren van hun ziel. Hun beider blik evolueert van bezorgd tot ronduit bewonderend. Dat is ook exact de manier waarop je naar dit gouden tweetal, glunderend in een regen van gouden snoepwikkels, kijkt.