Je wordt op een hartverwarmend applaus getrakteerd wanneer je de zaal betreedt waar Kristien De Proost en Bwanga Pilipili hun Simon, Garfunkel, My Sister and Me spelen. Het stuk is een re-enactment van het legendarische concert dat Simon & Garfunkel op 19 september 1981 in Central Park in New York gaven. Het benefietconcert was bedoeld om geld in het laatje te brengen waarmee het verloederde Central Park een opfrisbeurt kon krijgen. Het concert was een succes. Een overdonderend aantal mensen - vijfhonderdduizend - woont het concert bij.
...

Je wordt op een hartverwarmend applaus getrakteerd wanneer je de zaal betreedt waar Kristien De Proost en Bwanga Pilipili hun Simon, Garfunkel, My Sister and Me spelen. Het stuk is een re-enactment van het legendarische concert dat Simon & Garfunkel op 19 september 1981 in Central Park in New York gaven. Het benefietconcert was bedoeld om geld in het laatje te brengen waarmee het verloederde Central Park een opfrisbeurt kon krijgen. Het concert was een succes. Een overdonderend aantal mensen - vijfhonderdduizend - woont het concert bij. Het applaus en gejubel van die massa muziekliefhebbers verwelkomt je. Na de soundcheck door een roadie in metalshirt duiken De Proost en Pilipili glunderend en vermomd als Art Garfunkel en Paul Simon als twee duiveltjes op uit het oudroze 'zuilendecor' - dat gek genoeg als een snoeproze parodie van de skyline van New York oogt - en ontpoppen zich tot majestueuze 'playbackqueens'. Mrs. Robinson, Homeward Bound en America: het gaat er bij het publiek in als koek. Simon en Garfunkel konden elkaar tijdens dat concert al niet meer luchten. Dit spelen de twee actrices geweldig uit. Pilipili kijkt geregeld ijskoud - of vaak gewoonweg niet - naar De Proost. De Proost - die met pruik sprekend op de jonge Paul Simon lijkt - gaat helemaal uit de bol met haar niet-ingeplugde gitaar en in een te groot krijtstreepjespak. Tijdens Wake Up Little Susie speelt ze de grappigste scène die we dit jaar al mochten aanschouwen. Héérlijk!Heerlijk vrijblijvend, zo lijkt het. Tot op het videoscherm boven het podium informatie verschijnt over wat er allemaal fout liep in de wereld van1981. Tot het decor zich als een Salvador Dalí-schilderij begint te gedragen (meer verklappen, is zonde). Tot de twee dames hun kleren uit gooien. Gefopt! Dit is geen re-enactment maar een eerst jolige en vervolgens van woede zinderende reanimatie van de gelijkwaardigheid en een groteske poging tot analyse van het monster 'rivaliteit'. De rivaliteit tussen Simon & Garfunkel bleek een ziekte van hun tijd waarin ook de rivaliteit tussen landen, geslachten, mens en dier én tussen rassen in alle hevigheid brandde, en brandt. Woedend valt Pilipili uit tegen De Proost en haalt alle argumenten aan die het cement zijn van de Black Lives Matter-beweging. De Proost kijkt bedremmeld toe. 'Moet ik alles afgeven? Moet ik zwijgen?', stamelt ze terwijl ze halfnaakt over de scène ijsbeert. De radeloosheid van de zwarte mens en van de witte mens werd zelden zo eerlijk, zo 'naakt' en tegelijk zo geestig op de scène gebracht: in spel, in 'kostuum' (of wat er nog van rest) én in de structuur van de voorstelling. Die structuur implodeert. Net zoals het hele maatschappijmodel momenteel op ontploffen lijkt te staan. De Proost en Pilipili belanden zo in een scène die klinkt, oogt en voelt als de schaamte en het ongemak van de witte mens en de terechte woede van de zwarte mens. Bam. Van de lach waarmee je naar de playbackqueens keek, rest enkel nog een groene grijns... Toch blijven we ietwat op onze honger zitten bij deze zoveelste oprecht geëngageerde voorstelling vol woede en radeloosheid. Uiteraard moet die ruimte voor het ventileren er zijn, maar waarom is er amper ruimte voor, bijvoorbeeld, de liefde van Pilipili voor hiphopmuziek? Waarom trapt dit stuk - weliswaar héél bewust - in dezelfde val als waarin de hele westerse beschaving al enkele eeuwen trapt en krijgen we haast uitsluitend een verhaal vanuit en vervolgens tegen een 'wit perspectief'? Waarom dooft het licht als net het deel van het verhaal voorbij de rivalitit zou kunnen beginnen? Zoveel vragen wakkert de voorstelling aan. Je verveelt je geen minuut. Eerst waan je je op een concert - zalig! - en vervolgens op een heet maatschappelijk debat - heftig! Dat is goed. En het past het binnen de structuur van deze zo secuur en slim geconstrueerde voorstelling om bovenal die rivaliteit te laten voelen en je naar huis te sturen vol vragen en goesting om vanaf nu anders in het leven te staan. De verandering moet zich buiten het theater voltrekken. Dat is een treffende, weloverwogen, schrandere boodschap. Maar is het geen ietwat gemiste kans om in het theater niet méér te tonen dan de radeloosheid en de woede? Waarom niet de levensverhalen vertellen waar we beschamend weinig van af weten? Net wanneer Pilipili op het punt lijkt te staan om naast haar woede ook haar verhaal te delen, is het alweer tijd voor applaus. Weliswaar luid en live, dit keer.