De making-of.

Een woonruimte op de eerste verdieping van een rijhuis in de Seefhoek, Antwerpen. Het avondlicht valt zachtjes binnen. In kasten leunen strips van Marvel tegen blu-rays en dvd's.
...

Een woonruimte op de eerste verdieping van een rijhuis in de Seefhoek, Antwerpen. Het avondlicht valt zachtjes binnen. In kasten leunen strips van Marvel tegen blu-rays en dvd's. Sidi Larbi Cherkaoui (41) is net terug uit Amsterdam. Hij sprak er met modeontwerper Iris van Herpen over de kostumering van een toekomstige voorstelling. De voorbije drie weken verbleef hij in Monte Carlo. Hij maakte er Memento Mori, het slot van een trilogie die in 2004 startte. 'Druk? Dat is het altijd. Mijn persoonlijke leven staat al jaren on hold voor mijn werk.' Cherkaoui is zeven. Op tv ziet hij een aflevering van Fame, de spin-off van de gelijknamige film. Het decor van de serie is de High School of Performing Arts, een middelbare school in New York. Naast de gangbare vakken krijgen de leerlingen er ook les in muziek, dans en toneel. Hij is stomverbaasd. Een school waar je mag dansen, bestaat dat? Van pure opwinding maakt hij een sprongetje. Vader Sidi Mohammed neemt een foto. Vierendertig jaar later zal die het boekenrek in de slaapkamer van zijn jongste zoon sieren. 'In die sprong zit veel vervat', zegt Cherkaoui terwijl hij de foto erbij neemt. 'Het is het zaadje van een identiteit dat zich in een hele carrière zou gaan vertalen.' 'Hoe was je als kind?' 'Stil. Gevoelig. Observerend. Empathisch.' 'Als identiteit een matroesjka is ...' '... dan is de jongen op deze foto het binnenste poppetje, ja.' De jonge Cherkaoui is een bolleboos. Hij heeft meer affiniteit met zijn leraars dan met zijn klasgenoten. Zijn cijfers liggen hoog. 'In alles wat ik deed, was ik op zoek naar bevestiging. Van mijn oudere broer, mijn moeder, mijn vader. "Kijk naar mij, ik besta": dat was mijn drijfveer. Ik stond in de schaduw van mijn broer, er zit vier jaar tussen ons. Mijn hele jeugd heb ik die kloof proberen te overbruggen. Een onmogelijke inhaaloefening die me heeft geleerd om snel te schakelen. Ik heb vroeg leren wandelen, kon snel met computers overweg. Tegelijk had ik voor alles wat ik deed een getuige nodig, iemand die me zag.' Tot Fame heeft Cherkaoui een klassiek beeld van school. Rekenen, taal, biologie en aardrijkskunde, meer is er volgens hem niet. Het zijn de vakken waar broer Sidi Redouan thuis over vertelt. Ze laten Cherkaoui koud. Kunstenaar wil hij worden. 'Kunst was non-competitief. Het was een vrije zone. Het draaide om samenzijn, niet om de beste te zijn. Zelfs nu, zoveel jaar later, overheerst dat gevoel nog altijd. Ik maak geen voorstellingen om anderen te verslaan, wel omdat ik iets te vertellen heb.' Hij danst op muziek van Michael Jackson en Madonna. Ziet moeder tekenen en vader keyboard spelen. Raakt betoverd door manga en anime. Op de Franse televisie ontdekt hij de Japanse tekenfilms over Jetto en Astroboy. Een nieuwe werkelijkheid ontvouwt zich. Het verzoeningselement trekt hem aan, de meesterlijke ambiguïteit. Astroboy is geen held zoals Superman, meer een antiapartheidsfiguur. Hij wil de vriendschap tussen robots en mensen herstellen, maar werkt zelf op nucleaire energie. 'In Japan is het een kunst om de twee zijden van de medaille te bekijken. Een groot deel van mijn normen en waarden heb ik uit die strips en tekenfilms.' Het gezin Cherkaoui woont op de grens tussen Hoboken en het Kiel. Vader Sidi Mohammed heeft roots in Tanger, Marokko. Midden jaren zestig kwam hij naar België. In een discotheek ontmoette hij Monique, een oerkatholiek meisje. Ze werd de moeder van zijn twee zonen. 'Mijn vader heeft veel verschillende jobs gedaan, telkens voor een korte periode. Zijn ritme was dat van de Middellandse Zee, een andere mentaliteit. Hij sprak drie talen: Frans, Spaans en Arabisch. Geen Nederlands. Ook dat gaf vaak problemen.' 1991. De Muur is gevallen. Operatie Desert Storm dringt als een bloederige videogame de huiskamers binnen. Monique en Sidi Mohammed gaan uit elkaar. Cherkaoui is vijftien. Hij gaat bij zijn moeder wonen, in een flat iets verderop in Hoboken. Meer nog dan treurnis voelt hij opluchting. Eindelijk. Eindelijk krijgt hij de ruimte om vol voor kunst te kiezen. 'Mijn vader had voor mij een duidelijk toekomstbeeld voor ogen: studeren en als advocaat, wetenschapper of dokter carrière maken.' Kunst was goed voor 's avonds, na het werk. 'Ik had helemaal geen zin om mijn intelligentie, hoe arrogant dit ook klinkt, in wetboeken te steken. Te gemakkelijk, vond ik. Kunst was moeilijker, fragieler. Dat trok me aan. De scheiding van mijn ouders was de opening die ik nodig had om mijn eigen weg te gaan.' Cherkaoui weet dan al dat hij op jongens valt. Van zijn tiende, misschien zelfs vroeger. 'Oei', denkt hij. 'Ik ben precies de enige in heel Hoboken.' 'In het begin had ik het moeilijk met mijn homoseksualiteit. Zoals ik het met zo goed als alles moeilijk had. Ik was half-Vlaming, half-Marokkaan. Werd aangetrokken tot jongens, niet tot meisjes. Wilde kunstenaar worden. Ik behoorde altijd tot een minderheid.' Onverwachte hulp komt er van de leraar Latijn, een rustige man met humor en een brilletje. Die laat zijn klas een van de oudste Griekse gedichten lezen: een liefdesbrief van een soldaat aan een andere man. 'Dat is mijn geluk geweest, dat ik in mijn jeugd leraren heb gehad die zich niet schaamden voor de werkelijkheid. Ze legden kennis op tafel, als een open boek, en daarmee kon ik aan de slag.' Ook Bruce Lee is een rolmodel. 'Een knappe man die sensueel bewoog. Een symbool van culturele overwinning bovendien, als Aziatische ster in Hollywood.' Cherkaoui gaat tekenles volgen. Hij danst thuis en met vrienden, neemt aan playbackwedstrijden deel. Moeder geeft hem alle vrijheid. Iemand zegt dat hij talent heeft. Met succes doet hij auditie bij het tv-ballet van VTM. Ook bij de openbare omroep danst hij op de achtergrond. Bij Margriet Hermans of Jo Vally, in de weekends als achtergronddanser in de plaatselijke discotheek. De Vooruit in Gent. Het is 1995 en in de jury van De beste danssolo van België zit naast initiatiefnemer Alain Platel ook Wim Vandekeybus. Het kruim van de Belgische dans. Over de winnaar zijn ze het snel eens. Die jongen met die choreografie op I Wanna Melt with U van Prince steekt er met kop en schouders bovenuit. Zijn mix van Afrikaanse dans, mime, klassiek ballet, hiphop en jazz smaakt naar meer. Sidi Larbi Cherkaoui, negentien, gaat met de bloemen lopen. 'Een cruciaal moment, heel aanmoedigend.' Na een jaar vertaler-tolk is hij zojuist naar de dansschool overgestapt. De mantra daar: pas na de opleiding van drie jaar zul je een 'echte' danser zijn. Hij wordt er kwaad van. 'Ik was al een danser, de beste van België bovendien. Ik zeg het: ik was ongelooflijk arrogant in die periode. Technisch moest ik nog leren, akkoord, maar ik voelde me al iemand. Met mijn werk voor televisie en in discotheken was ik al een soort van carrière aan het uitbouwen. De docenten mochten me dus niet als een beginnende student behandelen.' De overwinning in de Vooruit levert Cherkaoui een trip naar New York op. Op Broadway kan hij lessen volgen, vier of vijf per dag. Als een haas rent hij van het ene naar het andere theater. 'Dit wordt het', voelt hij. 'Hierin kan ik carrière maken.' Op een avond krijgt hij telefoon. Moeder, met slecht nieuws. 'Je vader is opgenomen in het ziekenhuis.' Cherkaoui staat als aan de grond genageld. In de verte hoort hij nog iets over een probleem in de nieren, een bloedklonter en dat zijn vader voor de helft is verlamd. Hij keert uit New York terug. Kracht om zijn vader te bezoeken, vindt hij niet. Twee weken later is Sidi Mohammed dood. 'Een enorme triestheid overviel me, al wist ik niet goed waarom. Omdat mijn vader er niet meer was of omdat ik voortaan wees zou zijn? In de vier jaar tussen de scheiding en zijn dood had ik hem niet meer gezien. Ik begon me af te vragen wat hij in die periode had gedaan en wat er zou zijn gebeurd als ik hem wel had bezocht. Christelijke vragen, vanuit een diep schuldgevoel.' Het schudt hem wakker. 'Het verlies van mijn vader heeft me veel zachter gemaakt. Ik zag in dat de wereld niet om mij draaide. Dat ik niet alleen naar mezelf moest kijken, ook naar de mensen om me heen.' Ondanks het afleggen van zijn zelfzucht blijft Cherkaoui als een laserstraal op zijn doel afgaan. In P.A.R.T.S., de dansschool van Anne Teresa De Keersmaeker, gaat een nieuwe wereld voor hem open. Voor het eerst maakt hij kennis met hedendaagse dans, ervoor kwam alles van de straat en de tv. Hij wordt zich bewust van culturele verschillen. Bij P.A.R.T.S. werkt hij met dansers van over de hele wereld. In de hedendaagse dans ontdekt hij een sociaal bewustzijn en een wiskundige opbouw. Het werk van William Forsythe, geometrisch en gericht op driehoeken en cirkels. Van Pina Bausch, met haar eigen manier om mannen en vrouwen naast elkaar te plaatsen. Een eigen lichaamstaal krijgt vorm. Na dat jaar kan hij bij Alain Platel aan de slag, bij Les Ballets C de la B in Gent. Na twee jaar als danser stapt hij in de rol van choreograaf. Hij is drieëntwintig. Met Rien de rien maakt hij zijn debuut. Een ontdekkingstocht door de vele invloeden die hij tot dan gulzig heeft opgeslorpt - zang, theater, klassieke en hedendaagse dans, tango. 'In die allereerste voorstelling zaten ongeveer alle elementen voor alle voorstellingen die ik nadien heb gemaakt.' De scenografie stelt een intiem danslokaal in een moskee voor. Op het achterdoek zijn Arabische slogans gekalligrafeerd. 'Wat verboden is, is het meest verleidelijk' is er een van. Cellist Roel Dieltiens staat mee op het podium. Trixie Whitley, dan veertien, ook. Met Damien Jalet, 'impulsief en sterk in theatraal denken', vormt Cherkaoui een hecht artistiek tweespan. De première is in Gent. Moeder en broer zitten in de zaal. Zelf staat hij met een hoofd vol vraagtekens op de scène. 'Nooit meer', denkt hij achteraf. 'Ik had fel naar die nieuwe rol als choreograaf verlangd, maar ik schrok van de impact. Er kwam een realiteit bij waar ik nooit rekening mee had gehouden.' Opeens is alles zijn keuze. 'Als danser leek het simpel. De choreograaf zei gewoon wat de anderen moesten uitvoeren. Eenmaal in mijn nieuwe rol merkte ik snel dat het omgekeerd was, toch op de manier waarop ik het wilde doen. Voor elke beslissing lag ik op mijn knieën, om lief de toestemming van mijn dansers te vragen.' Zeven jaar lang, van 2000 tot 2007, denkt hij na elke voorstelling dat het de laatste is. Hij schrapt projecten en wordt steeds angstiger van de reacties van pers en publiek, van de verwachtingen. Dengfeng, een historische stad in het hart van China. Het boeddhistische klooster van de Shaolinmonniken ligt als een praalbed tussen de met naaldbomen begroeide bergflanken. Twee mannen in kleermakerszit wisselen van gedachten. Een monnik en een jongen uit Hoboken. 'Een choreografie, wat is dat eigenlijk?' vraagt de monnik. De jongen denkt lang na. 'Mensen die zich in verschillende formaties organiseren op een podium en andere mensen die ernaar komen kijken.' 'Hoe zou je dat met onze jongste monniken aanpakken?' 'Ik zou hun bewegingstaal ontleden en nadenken over hoe ik tussen de onderlinge stukjes verbanden kan smeden.' 'Pas dat eens toe.' Het is voorjaar 2007. In zijn jacht op herbronning is Cherkaoui naar China gereisd. Hij voelt zich opgebrand, verstrikt in een strak verwachtingspatroon. 'Na elke voorstelling kreeg ik van mijn omgeving een verlanglijstje toegestopt. Het was te lang, te kort, te dit, te dat. Artistieke vrijheid was ver te zoeken. Naar mijn gevoel waren te weinig mensen in mijn innerlijke wereld geïnteresseerd. Ze drongen niet lang genoeg aan om te weten te komen wat ik écht over de dingen dacht.' De vragen van de monnik zijn verfrissend. Cherkaoui gaat meteen aan de slag. Met twee, vier, acht, uiteindelijk zestien jonge mannen uit het Shaolinklooster. Weken van repetities en try-outs monden uit in een volwaardige voorstelling: Sutra. Het decor is bezaaid met grote houten kisten. Doodskisten of legoblokjes? 'Ik kwam los van het idee dat choreografie er alleen voor professionele dansers zou zijn. Het kon ook met monniken, met eender wie eigenlijk. Zolang hij of zij maar op scène wil staan.' Sutra gaat in Londen in première. Chinese controleurs waken over de boeddhistische en Chinese inslag. Producers in het Westen doen er smalend over. Hun opmerkingen irriteren Cherkaoui. Hij vraagt hun of zij niet precies hetzelfde doen? 'Of je nu voor de Chinese overheid werkt of voor Britse geldschieters die beslissen of het wel of niet in hun kraam past, het draait om hetzelfde: patronizing the artist. Daarom hou ik zo van radicale artiesten als Ivo Dimchev of Jan Fabre. Ze tasten de limieten van de speelruimte af, zonder compromissen te sluiten.' 'Doe jij dat ook?' 'Op mijn manier.' 'En dat is?' 'Ik werk samen met flamencogitaristen of monniken. Associaties die binnen de hedendaagse dans niet vanzelfsprekend zijn, maar voor mij heel vanzelfsprekend.' Hij wil verbindingen leggen, overbruggingen maken. Tussen oost en west, hoog en laag, man en vrouw. 'Het probleem is, zeker hier in België, dat je de hele tijd de vraag krijgt wat je precies doet. Je moet jezelf voortdurend definiëren, het liefst zo simpel mogelijk. Maar de definitie van wie ik ben verandert elke dag. Morgen ben ik weer iemand anders dan vandaag. Door mijn ontmoeting met Iris van Herpen begin ik al anders over bewegen te denken. Haar ontwerpen dagen me uit om het anders aan te pakken.' Elke dag wil hij zich laten inspireren. Bij het avondrood wil hij niet dezelfde man zijn als bij zonsopgang. Zijn leven beschouwt hij als een constante vloed, een rivier van transformatie en verandering. 'Veel mensen denken dat het afgelopen is zodra je achttien wordt. Nee, dan begint het pas. Je mag zelf keuzes maken, je wordt autonoom in je handelen, je kunt naar inspirerende mensen luisteren en tegelijk kritisch nadenken om zo je eigen emmer te vullen. Waarom zou je stilvallen?' Waar geloof je in? Die vraag vormt de ruggengraat van Foi, de eerste voorstelling die Cherkaoui met zijn eigen danscompagnie brengt. Op het podium van het Toneelhuis dan nog wel, waar hij de jaren ervoor werkte. Eastman is de naam die Cherkaoui heeft gekozen, een verwijzing naar zijn fascinatie voor het Oosten. Het China van de monniken, het Japan van Astroboy. 'Wat ik zo aan Japan bewonder, is de nederigheid ten opzichte van de natuur. Dat zijn wij in Europa totaal verloren. Japanners bezitten ook de capaciteit om zichzelf uit het niets herop te bouwen, als een feniks. Ze zijn meesters van de reproductie. En er heerst een grote gevoeligheid, jongens mogen er zacht zijn. Die tolerantie is in het Westen grotendeels afwezig.' De voorstellingen volgen elkaar in ijltempo op. Babel, Puzzle, Noetic, Tezuka: telkens haalt Cherkaoui zijn invloeden elders, stromenstijlen kriskras door elkaar. 'Het vertrekt altijd vanuit de lichaamstaal en de vraag hoe een lichaam zich kan voortbewegen, van de ene balanspositie naar de andere. Coördinatie is cruciaal. Ik werk graag met complexe bewegingspatronen. Dat is eigen aan mijn manier van denken.' Hij wordt gelauwerd in Moskou, Londen, Parijs en uiteindelijk ook in eigen land. In 2012 ontvangt hij de Vlaamse Cultuurprijs voor Podiumkunsten. Sigur Rós vraagt hem voor een videoclip, Joe Wright voor zijn film Anna Karenina. Begin 2017 boetseert Cherkaoui, de jongen van het sprongetje op Fame, van de eerste schuchtere danspasjes op de muziek van Michael Jackson en Madonna, een choreografie voor Beyoncé. 'Alles draait om verzoening. Steeds meer, steeds duidelijker. Ik doe overal indrukken op, probeer een dialoog op gang te brengen en uiteenlopende partijen te laten samenvloeien.' Naar de tombe van zijn vader, die werd begraven in Marokko, is Cherkaoui nog niet geweest. Vooral een kwestie van tijd, zegt hij. 'Ik weet voor de volgende drie jaar al wat ik elke dag ga doen. Bij momenten loopt het op tot twaalf simultane projecten. Opera's, films, balletstukken, zelf dansen: mijn leven is een kluwen van bezigheden.' Met elke voorstelling legt hij evenwel zijn vader in het graf.'In elk stuk is mijn persoonlijke leven sterk aanwezig, zij het op een cryptische manier. De dood van mijn vader zeker ook.' Moeder Monique woont nog altijd in Antwerpen, broer Sidi Redouan in Mechelen. Hij werkt voor Salesforce, een Amerikaans databedrijf. Hij heeft twee kinderen. De dochter houdt van ballet, de jongen heeft het meer voor muziek. Cherkaoui woont in de Seefhoek, met zijn Japanse vriend. 'Ook al is er op dat vlak veel veranderd, als we in deze straat hand in hand zouden wandelen, zou ik nog altijd in de problemen kunnen komen. En weinig mensen zouden voor ons in de bres springen, dat is nog triester. Laat dit een aansporing voor de Knack Focus-lezer zijn: kom eens wat meer op voor de rechten van anderen.' Straks danst hij onder meer in de Singel, in Londen en in Tokio. Hij bereidt een vervolg voor op Tezuka, zijn voorstelling uit 2011 over de geestelijke vader van Astroboy. Of hij op scène een sprongetje zal maken, kan hij voorlopig nog niet vertellen.