'Zou ze naakt spelen?' Die o o o zó hoffelijke vraag stelt de gniffelende man uit de 'bubbel' naast ons net voor Voetvolk (dat is het collectief van Lisbeth Gruwez en Maarten Van Cauwenberghe) in KVS in première gaat met Piano Works Debussy. Danseres Lisbeth Gruwez en pianiste Claire Chevallier dienen de ploert vanop de kale scène kordaat van antwoord: prachtig gekleed geven ze zichzelf het komende uur bloot.
...

'Zou ze naakt spelen?' Die o o o zó hoffelijke vraag stelt de gniffelende man uit de 'bubbel' naast ons net voor Voetvolk (dat is het collectief van Lisbeth Gruwez en Maarten Van Cauwenberghe) in KVS in première gaat met Piano Works Debussy. Danseres Lisbeth Gruwez en pianiste Claire Chevallier dienen de ploert vanop de kale scène kordaat van antwoord: prachtig gekleed geven ze zichzelf het komende uur bloot. Al is 'kale scène' een compleet foute omschrijving van wat er op het podium te zien is. Alvorens de beide dames verschijnen, kijk je uit over een met grijze balletvloer beklede scène. Een goudkleurig vierkant hangt aan een rail en zal tijdens de voorstelling langzaam van de ene naar de andere kant glijden als een zon. De blikvanger is de beeldschone vleugel die bijna centraal op de scène staat. Denk je nu meteen aan een diepglanzend, pikzwart instrument? Schrap dat beeld. Chevallier speelt op een prachtig houtkleurig exemplaar. Voor de liefhebbers: een sierlijke Erard-piano uit 1920. Chevallier verdiept zich in 'historische uitvoeringspraktijk' en breekt een lans voor musiceren op oude instrumenten. Intussen bezit ze zes vleugels uit de periode 1840 - 1920, waaronder de Erard-piano waarop ze speelt tijdens Piano Works Debussy. Chevallier grasduint door de werken die Claude Debussy (1862 - 1918) componeerde op en voor piano. Ze speelt onder meer stukjes uit de vaak lichtvoetige Preludes, de melancholische Estampes en het zwaarmoedige Berceus héroique. Gruwez danst niet zozeer op maar mét de muziek. Ze start met rechte rug - in een zijdeachtige, grijze blouse, zwarte broek en grijze sneakers - en laat armen en benen algauw uitwaaieren op de elegante manier die eigen is aan danseressen met een klassieke balletopleiding achter de kiezen. 'Wát danst ze?', is hier niet de meest adequate vraag. 'Hoe danst ze?', is dat wel. Gruwez danst vanuit de intentie van een vrijgevochten meisje/vrouw met danig wat danskilometers op de teller. Ze laat zich meevoeren op de klankenstroom die Chevallier produceert. Voorbeeldje? Ineens zijgt Gruwez neer op de grond terwijl ook de muziek diepmelancholische oorden verkent. Ze gaat liggen zoals Wayne Thiebaud zijn Supine Woman schilderde: een jonge vrouw die op haar rug op de grond ligt, de armen naast zich, de benen licht gespreid. Ze lijkt te bekomen van wat de wereld overkomt. Evengoed kan je het beeld lezen als een jonge vrouw die liggend op de grond nadenkt over wat de wereld van haar verwacht. Beide interpretaties kan je loslaten op de scène waarin Gruwez ligt. Voor even, want ze laat haar benen en armen letterlijk 'opkrikken' door vrolijkere tonen. Een even geestig als hoopvol beeld is dat. Halverwege duikt Gruwez in een ander kostuum - met meer goud en glitters -, wurmt zich bij Chevallier op het pianostoeltje en verleidt Chevallier zelfs tot een enkele - diep buigende - dansbeweging om daarna door een hoge noot weggekatapulteerd te worden naar het midden van de scène. Daar gaat ze schijnbaar in gevecht gaat met haar demonen, haar verleden en haar verloren dromen om dan - met de armen wijd en het hoofd hoog - haar toekomstdromen te verwelkomen. Intussen verrolden beide dames de prachtpiano een kwartdraai waardoor de pianiste met haar rug naar het publiek speelt en je een perfect zicht krijgt op haar elegante handen die boven het klavier zweven, eroverheen dansen, af en toe haar zijden blouse fatsoeneren of een bladzijde van de partituur omdraaien. Haar handen doen want Gruwez' lichaam doet: baden in en zich laven aan de klanken van Debussy. Deze twee vrouwen maken van Piano Works Debussy een weldadig klanken- en beeldenbad waarin Chevallier de perfecte sparringpartner is van Gruwez die op de soms speelse, soms robuuste of net heel tedere tonen haar lichaam doet tollen van de ene 'dansante sculptuur' naar de andere. Die sculpturen drukken met armen, benen en pront geheven hoofd bevrijding uit. Bevrijding van alles waar een mens, een samenleving onder gebukt kan gaan. Gruwez opent en sluit de voorstelling door zichtbaar diep in en uit te ademen. De schouders fier rechtop. Dan krult ze haar rug, zodat ploertige opmerkingen er moeiteloos kunnen af glijden. She rocks. (En Chevallier ook.)