The Play = Schuldfabrik
...

In een hippe, strakke pop-upshop worden we verwelkomd door een vriendelijke verkoopster. Sommige mensen zijn, net zoals wij, ingeschreven voor de performance voorstelling 'Schuldfabrik' van Julian Hetzel. Anderen komen gewoon aanwaaien omdat het buiten regent en de kaarsen in de oprijlaan zo uitnodigend branden. We troepen allemaal samen rond de winkeljuffrouw, die enthousiast uitlegt dat SELF, de zeep die verkocht wordt in de shop, gemaakt is van mensenvet. Om de hipsters aan te spreken, werd de zeep ook met de hand gemaakt. 'Elk stuk zeep is uniek, net zoals de mens', klinkt het.De reacties van de toevallige passanten variëren van verbijstering of gechoqueerde blikken tot nieuwsgierigheid en enthousiasme. Sommigen kopen zelfs een stuk zeep. Dat ze er mooi uitzien, in een genummerde verpakking zitten en arme mensen in Malawi steunen zal vast bijdragen aan de verkoop. Hetzel doet in 'Schuldfabrik' niet alleen een poging om ons schuldgevoel weg te wassen, maar er ook nog munt uit te slaan. Wie een ticket heeft gekocht, krijgt een rondleiding achter de schermen van de fabriek. In de eerste ruimte mag het publiek gaan biechten. Zo komen we meteen in de sfeer van de katholieke schuldbelijdenis en beseffen we dat er tijdens 'Schuldfabrik' ook een rol is weggelegd voor onze eigen schuldgevoelens. Vervolgens komen we terecht in de praktijk van een plastische chirurg. Let ook zeker even op de screensaver in deze ruimte en laat je gedachten wegglijden naar hoe Jezus, volgens de Bijbel, létterlijk geleden heeft voor onze zonden. Een beetje luguber, maar dat sluit mooi aan bij de rest van deze ruimte. De arts toont hoe vet via een liposuctie wordt verwijderd bij patiënten en opgeslagen wordt in een container. Dat overtollige vet wordt in het kader van de voorstelling door de patiënt zelf gedoneerd aan de theatermaker. Hoe dat legaal in zijn werk gaat, komen we ook te weten in een van de volgende ruimtes. Terwijl de stem van een juridisch adviseur toelicht hoe mensenvet op legale wijze in zeep omgetoverd kan worden, snuisteren de bezoekers rond in de ruimte en sniffen ze aan de stukken zeep en glazen flessen vol vet. De ruimtes gaan van poëtisch - zoals het rustgevende schuimballet - tot innemend. In de kamer van de zogenaamde CEO van SELF, die uitlegt wat het businessplan van de zeep inhoudt, worden we helemaal ingepakt door de gewiekste zakenman. Hij legt ons uit hoe we van schuld een winstgevend product kunnen maken en daar nog eens arme mensen mee kunnen helpen ook. Aan de hand van 'inspirerende quotes', die niet zouden misstaan op Pinterest, en vragen die onze eigen schuldgevoelens aanspreken, overtuigt hij ons van zijn geniale en duurzame businessplan. Wanneer we terug in de witte pop-upshop belanden, zijn onze schuldgevoelens enerzijds schoongewassen - want die schuld is blijkbaar super winstgevend en redt mensen, handig - en anderzijds ook uitgedaagd. Iedereen komt vast buiten met andere vraagstukken. Sommige mensen geraken misschien zelfs wat geïrriteerd, want we denken eigenlijk liever niet aan onze schuldgevoelens. Als schuld als economisch rendabel gezien wordt, hoeven we dan nog ons best te doen om geen dingen uit te spoken waar we ons achteraf schuldig over kunnen voelen? Kunnen we gewoon mensen, dieren en ons milieu blijven uitbuiten en er winst op maken? Is het oké om onze handen in onschuld te wassen als we onze schuld nuttig gebruiken? Hetzel slaagt erin om ons te doen nadenken over de hypocrisie van mensen zoals de CEO van Self en om ons in eigen boezem te laten kijken. In plaats van dingen waar we ons voor schamen te negeren, stelt hij met deze voorstelling dat we ze beter zouden bespreken. Voor we het weten ontgint onze maatschappij immers onze schuldgevoelens en is het hek helemaal van de dam.