'In Amerika was ik eerst een kleur. Hier was ik altijd gewoon Claron McFadden, de zangeres. Dat lijkt te veranderen', verzuchtte de sopraan Claron McFadden dit voorjaar in een interview met Knack. Heel even zagen we haar, heel kort, zuchten toen ze haar eerste - wonderschone - aria zong op de scène van De Munt tijdens de première van The Time of Our Singing. Ze zuchtte en vervolgens zong ze, als Delia Daley, misschien wel een van de meest flamboyante en ontroerende rollen uit haar carrière. Met dank aan de meesterlijke compositie van Kris Defoort.
...

'In Amerika was ik eerst een kleur. Hier was ik altijd gewoon Claron McFadden, de zangeres. Dat lijkt te veranderen', verzuchtte de sopraan Claron McFadden dit voorjaar in een interview met Knack. Heel even zagen we haar, heel kort, zuchten toen ze haar eerste - wonderschone - aria zong op de scène van De Munt tijdens de première van The Time of Our Singing. Ze zuchtte en vervolgens zong ze, als Delia Daley, misschien wel een van de meest flamboyante en ontroerende rollen uit haar carrière. Met dank aan de meesterlijke compositie van Kris Defoort.En neen, Defoort wil zich allerminst als een trendy vogel vasthaken aan de Black Lives Matter-beweging. Hij las het boek jaren geleden, het verhaal raakte hem diep. Ook omdat vader David Strom (Simon Bailey) en moeder Delia Daly elkaar ontmoeten tijdens een historisch concert van Marian Anderson, een zangeres die op 9 april 1939 omwille van haar huidskleur de toegang tot de D.A.R. Constitution Hall in Washington D.C. geweigerd werd. Delia en David worden verliefd en stichten een gezin, ondanks de twijfels van Delia's vader. Het boek én de opera volgen het gezin tot de drie kinderen - Jonah (Levy Sekgapane), Joey (Peter Brathwaite) en Ruth (Abigail Abraham) - enige rust vinden in het leven na onderlinge vetes, vetes met hun ouders en hun omgeving waaraan, helaas, steeds hun huidskleur aan de basis ligt. Dat levert een meer dan drie uur durende opera op. Dat zou te veel van het goede kunnen zijn. Vooral omdat de regie van Ted Huffmann eerder sobertjes tot ongeïnspireerd is. Maar het uitstekende libretto van Peter van Kraaij en de majestueuze muziek van Defoort tillen deze opera naar het niveau 'onvergetelijke ervaring'. Daar helpt ook de wervelende elegantie waarmee dirigent Kwamé Ryan - bij momenten haast dansend op zijn dirigentenpodiumpje - het orkest én het jazz-ensemble doorheen de avond loodst, flink aan mee.De vrij kale scène wordt gedomineerd door een centraal opgehangen scherm dat je middels videoprojectie door alle periodes in het verhaal loodst en door witte vierkante tafels die, misschien, de stroefheid van de witte mens in het erkennen van de gelijkwaardigheid van alle rassen verbeeldt. Op die scène staat bij aanvang een sobere buffetpiano. Pianist David Zobel komt op, slaat de eerste toets aan en vervolgens vult de zaal zich met elegante klanten die je binnenleiden in het leven van Delia en David. Defoort is een jazzcomponist en pianist in hart en nieren. Met verbazingwekkende souplesse verweeft hij jazzy met klassiekere klanken. De buffetpiano zet hij in voor intieme momenten, bijvoorbeeld het ontroerende familiezangmoment waarbij McFadden misschien wel de allermooiste versie zingt/neuriet van Schuberts Piano Trio No. 2. Defoort versterkt het Kamerorkest van De Munt met een droom van een jazz-ensemble. Duiken tijdens deze opera mee de orkestbak in: pianist Hendrik Lasure, drummer Lander Gyselinck, saxofonist Max Turner en Nicolas Thys op elektrische bas. Die vier gaan een bij momenten waarlijk verbluffende dialoog aan met het orkest. Voorbeeldjes? Defoort moffelt na de dood van vader David Strom een lange en steengoede instrumentale passage in de opera. Regisseur Ted Huffmann laat de personages intussen de scène opruimen. Dat is een praktische maar allerminst bevlogen oplossing. Wanneer in een van de laatste scènes een jong gospelkoortje van amper drie zangers het podium op komt - ze spelen leerlingen uit het schooltje van de geëngageerde Ruth die muziekles geeft aan kansarme kinderen - staat de zaal én Claron McFadden die als kind zowat elke zondag sleet te midden het gospelkoor van haar vader in vuur en vlam.Ruth wordt overigens met overtuigende felheid vertolkt door Abigail Abraham. Zij is een actrice en zangeres die zich al rappend in een microfoon perfect staande houdt tussen de klassiek geschoolde dansers. Wie compleet niet tot zijn recht mag komen, is danser Hervé Loka Sombo. Hij staat, als de echtgenoot van Ruth, er te vaak voor spek en bonen bij. Hetzelfde geldt voor de twee jongetjes die de kroost van Ruth en haar echtgenoot vertolken. Wat een zieltogend overbodige figuren. Zelfs als figurant krijgen ze weinig meer te doen dan op de achtergrond zitten, staren en soms eens de buffetpiano verplaatsen... Desondanks is deze opera een hartroerende belevenis en bovenal een traktatie van opera- én jazzliefhebbers met een wereld verbeterende missie. Kris Defoort is geen groentje in de operawereld. Maar deze The Time of Our Singing is zijn vierde en vooral zijn allerbeste opera die muzikaal imponeert en die, dankzij dat uitstekende libretto van Peter Van Kraaij, ook als verhaal beklijft en de noodzaak van de Black Lives Matter-beweging met muzikale elegantie onderschrijft. PODCAST - Weerklanken