De enige reden waarom we twijfelden om deze voorstelling vijf sterren te geven, is het welzijn van Tom Vermeir en Koen De Graeve. De sukkelaars delen namelijk de scène met vier uitmuntende muzikanten die hun gitaren loeihard laten janken en de drums heviger doen trillen dan een drilboor. Het publiek krijgt oordopjes, de acteurs niet.

Tegelijk zou het jammer zijn voor de geniale regie van Yahya terryn om die vijf ballen er níet tegenaan te gooien. Zelfs notoire theaterhaters zullen hiervoor smelten als sneeuw in de zon. 'Van Steenberghe, ge overdrijft!, denkt u nu. Neen, dat doen we niet. Ga kijken, luisteren, voelen en zelf ontdekken dat dit stuk alles heeft wat steengoed theater moet hebben. Niets meer en niets minder. We doen een poging tot overzicht.

Laten we starten met de basis van het stuk: het scenario van Locke, naar een film die Steven Knight in 2014 schreef en regisseerde over Ivan Locke, een werfleider die een scheve schaats rijdt. In één lange, nachtelijke autorit betaalt Locke, vertolkt door Tom Hardy, daar het gelag voor en dreigt hij alles wat hij opbouwde als vader, echtgenoot en 'betonboer' te verliezen. Klein detail: de film speelt zich af in de auto. Het enige wat je als toeschouwer ziet, is de man die vanachter het stuur van zijn BMW X5 naar iedereen - zijn collega's, zijn vrouw, zijn kinderen - belt en tracht te redden wat er te redden valt.

Op het toneel tossen Vermeir en De Graeve aan het begin van de avond wie de Tom Hardy van dienst mag zijn. Wie wint - in ons geval was dat Tom Vermeir - gaat in het midden van het podium, aan de rand, op een taboeretje zitten. Rug naar de zaal, gezicht naar de camera die de beelden op een scherm boven de scène projecteert. Zijn hand rust op de microfoonstandaard zoals een hand op het stuur rust tijdens lange autoritten.

Regisseur terryn doorbreekt een regel die heilig is op het toneel: nooit met je rug naar het publiek zitten.

De andere acteur - voor ons dus De Graeve - duikt onder het scherm. Vanuit die positie neemt hij alle nevenrollen voor zijn rekening en stoeit hij met bierblikjes, een veiligheidshelm, een balpen en een klein geluidspaneeltje. De Graeve rockt in die rol even hard als de rockers die tussen de twee acteurs (en onder het scherm) zijn neergepoot door regisseur terryn: gitarist Johannes Verschaeve van wijlen The Van Jets, pianist Luk Vermeir, percussionist Frederik Heuvincken gitarist Ben Brunin.

Bijna twee uur lang spelen de muzikanten de ziel uit hun lijf. Bij momenten dreigen ze hun drums en snaren aan flarden te rammen, maar evengoed weven ze fluisterende gitaren tussen de woorden van Vermeir en De Graeve. Het helpt de acteurs om in de trip te blijven die ze samen met het publiek maken. Wanneer Locke zijn bestemming bijna heeft bereikt en beseft dat hij bijna alles zal kwijtspelen, breekt hij achter zijn stuur. Het publiek breekt mee. Je voelt wat Artistoteles al eeuwen geleden als dé functie van het theater omschreef: catharsis. Pure loutering, ontlading, intens verdriet en stralende bewondering tegelijk.

Regisseur terryn helpt zijn acteurs naar zo'n intensiteit door een regel te doorbreken die heilig is op het toneel: nooit met je rug naar het publiek zitten. De acteur die Locke speelt, doet dat wél. Zo kan die acteur 'in zijn eentje' alle emoties opvangen die de telefoontjes met zijn 'vorig' leven hem bezorgen. Locke is zo straf omdat het kiest voor eenvoud in tekst, in spel, in muziek en in regie. Maar uit eenvoud wordt hier het strafste theater geboren.

Locke van Cie Cecilia reist alvast tot 19 september 2020 door Vlaanderen. Alle info: www.ciececilia.com

De enige reden waarom we twijfelden om deze voorstelling vijf sterren te geven, is het welzijn van Tom Vermeir en Koen De Graeve. De sukkelaars delen namelijk de scène met vier uitmuntende muzikanten die hun gitaren loeihard laten janken en de drums heviger doen trillen dan een drilboor. Het publiek krijgt oordopjes, de acteurs niet. Tegelijk zou het jammer zijn voor de geniale regie van Yahya terryn om die vijf ballen er níet tegenaan te gooien. Zelfs notoire theaterhaters zullen hiervoor smelten als sneeuw in de zon. 'Van Steenberghe, ge overdrijft!, denkt u nu. Neen, dat doen we niet. Ga kijken, luisteren, voelen en zelf ontdekken dat dit stuk alles heeft wat steengoed theater moet hebben. Niets meer en niets minder. We doen een poging tot overzicht. Laten we starten met de basis van het stuk: het scenario van Locke, naar een film die Steven Knight in 2014 schreef en regisseerde over Ivan Locke, een werfleider die een scheve schaats rijdt. In één lange, nachtelijke autorit betaalt Locke, vertolkt door Tom Hardy, daar het gelag voor en dreigt hij alles wat hij opbouwde als vader, echtgenoot en 'betonboer' te verliezen. Klein detail: de film speelt zich af in de auto. Het enige wat je als toeschouwer ziet, is de man die vanachter het stuur van zijn BMW X5 naar iedereen - zijn collega's, zijn vrouw, zijn kinderen - belt en tracht te redden wat er te redden valt. Op het toneel tossen Vermeir en De Graeve aan het begin van de avond wie de Tom Hardy van dienst mag zijn. Wie wint - in ons geval was dat Tom Vermeir - gaat in het midden van het podium, aan de rand, op een taboeretje zitten. Rug naar de zaal, gezicht naar de camera die de beelden op een scherm boven de scène projecteert. Zijn hand rust op de microfoonstandaard zoals een hand op het stuur rust tijdens lange autoritten. De andere acteur - voor ons dus De Graeve - duikt onder het scherm. Vanuit die positie neemt hij alle nevenrollen voor zijn rekening en stoeit hij met bierblikjes, een veiligheidshelm, een balpen en een klein geluidspaneeltje. De Graeve rockt in die rol even hard als de rockers die tussen de twee acteurs (en onder het scherm) zijn neergepoot door regisseur terryn: gitarist Johannes Verschaeve van wijlen The Van Jets, pianist Luk Vermeir, percussionist Frederik Heuvincken gitarist Ben Brunin.Bijna twee uur lang spelen de muzikanten de ziel uit hun lijf. Bij momenten dreigen ze hun drums en snaren aan flarden te rammen, maar evengoed weven ze fluisterende gitaren tussen de woorden van Vermeir en De Graeve. Het helpt de acteurs om in de trip te blijven die ze samen met het publiek maken. Wanneer Locke zijn bestemming bijna heeft bereikt en beseft dat hij bijna alles zal kwijtspelen, breekt hij achter zijn stuur. Het publiek breekt mee. Je voelt wat Artistoteles al eeuwen geleden als dé functie van het theater omschreef: catharsis. Pure loutering, ontlading, intens verdriet en stralende bewondering tegelijk. Regisseur terryn helpt zijn acteurs naar zo'n intensiteit door een regel te doorbreken die heilig is op het toneel: nooit met je rug naar het publiek zitten. De acteur die Locke speelt, doet dat wél. Zo kan die acteur 'in zijn eentje' alle emoties opvangen die de telefoontjes met zijn 'vorig' leven hem bezorgen. Locke is zo straf omdat het kiest voor eenvoud in tekst, in spel, in muziek en in regie. Maar uit eenvoud wordt hier het strafste theater geboren.