Er zijn zo van die momenten die voor altijd de aanblik van een plek veranderen. In Jonathan zit zo een moment. Bruno Vanden Broecke zit - als Herman, de zoon van de overleden Claudine - in het portiek van de poort die vanop de KVS-scène toegang geeft tot het achterplein. Terwijl muziek van Ennio Morricone klinkt, zit hij met zijn lichaam gericht naar de urne bij het spreekgestoelte. Met een ruk draait hij zich om en kijkt hij Valentijn Dhaenens - alias zorgrobot Jonathan - aan. 'Jij zag haar! Jij zag haar! Vertel in godsnaam over die laatste negen dagen van haar leven.' Uit de blik van Vanden Broecke spreekt de wanhoop van ieder mens die nog één iets aan een overleden geliefde wilde zeggen...
...

Er zijn zo van die momenten die voor altijd de aanblik van een plek veranderen. In Jonathan zit zo een moment. Bruno Vanden Broecke zit - als Herman, de zoon van de overleden Claudine - in het portiek van de poort die vanop de KVS-scène toegang geeft tot het achterplein. Terwijl muziek van Ennio Morricone klinkt, zit hij met zijn lichaam gericht naar de urne bij het spreekgestoelte. Met een ruk draait hij zich om en kijkt hij Valentijn Dhaenens - alias zorgrobot Jonathan - aan. 'Jij zag haar! Jij zag haar! Vertel in godsnaam over die laatste negen dagen van haar leven.' Uit de blik van Vanden Broecke spreekt de wanhoop van ieder mens die nog één iets aan een overleden geliefde wilde zeggen...Door die zo herkenbaar en pakkend gespeelde scène uit Jonathan, de voorstelling die gisteren in première ging op het achterplein van de KVS Bol, zullen wij nooit meer achteloos passeren langs de achterkant van de KVS waar een mooie lamp boven de poort hangt die zachtgeel oplicht wanneer de schemering valt. Het stuk dampt nog na. Zo vers van de pers is het. Maar Valentijn Dhaenens en Bruno Vanden Broecke laten zich niet op haastwerk betrappen. De zorgvuldig gecomponeerde tekst ontstond tijdens de lockdown - 'we wandelden uren door het Rivierenhof en het Te Boelaerpark', vertelde Vanden Broecke onlangs aan Knack - en het gaat ook deels over die periode. Maar het gaat, gelukkig, ook over meer dan dat. Al deed het eerste deel van het stuk ons aanvankelijk een beetje vrezen dat Jonathan méér zou worden dan een voorspelbaar 'coronastukje' in een vorm die knipoogt naar de onvergetelijke straffe solo Missie uit 2007, een monoloog van Vanden Broecke waarin hij als een oude missionaris terugblikt op zijn bewogen leven in Congo.Op een onooglijk klein podium - zo krap als het kamertje waarin Hermans moeder overleed - net voor de poort die toegang geeft tot de prachtige scène van de KVS Bol staat een pupiter. Vanden Broecke komt op, als Herman. De man is nerveus. Hij draagt een bronzen urne onder de arm waarop een prachtig klaverblad staat. Meteen is duidelijk dat we ons bevinden op de afscheidsdienst van Claudine, Hermans moeder. Vanden Broecke leest een speech voor zoals speeches gelezen worden tijdens rouwdiensten. Met ingehouden emotie, op dat typische, plechtige voorleestoontje. We luisteren en kunnen niet verhinderen dat we denken: 'Heren, we gaan toch meer beleven dan dít?' Iemand uit het publiek wordt door Herman naar de pupiter geleid en leest een prachtige anekdote voor over hoe Claudine - die leerkracht was in het lager onderwijs, zo blijkt - geen enkel kindje dat ze ooit in de klas had, vergat. Dan komt Jonathan - ijzig en beresterk vertolkt door Dhaenens - aan de beurt. Hij is een zorgrobot die tijdens de coronacrisis ingezet werd op de palliatieve afdeling van een woonzorgcentrum maar hij beweegt en praat als een mens. Enkel zijn onbewogen gelaat en de emotieloze manier waarmee hij de getroubleerde jeugd van Claudine en Herman oprakelt tijdens zijn speech, verraden dat hij geen hart heeft. Mooi. Maar we willen méér, want zo blijft Jonathan toch een wat iel broertje van Missie. Geen nood, we krijgen meer. Tijdens die in het begin van deze recensie beschreven scène waarin muziek van Ennio Morricone weerklinkt - Claudine was fan -, ligt het kantelpunt. Dat is het moment waarop Vanden Broecke een tik geeft aan alle 'dominosteentjes' die Dhaenens en hij zorgvuldig in de tekst verwerkten. In een steeds pijnlijkere en gek genoeg daardoor ook steeds grappiger dialoog tussen Jonathan en Herman blijkt alles wat eerder verteld is de kiem te vormen voor een vraag van Herman aan Jonathan. 'Jullie hebben veel gebabbeld, wat heeft ze in de laatste dagen verteld?' Had ze schrik van u?' 'Wat zong je voor haar?' Hoe verliep het einde?'Zorgrobot Jonathan geeft alle antwoorden op een soms ontwapenende, soms misselijkmakend eerlijke manier. De twee acteurs spelen dit heerlijk uit. Dhaenens is de coole onbewogenheid zelve, strak in het donkerblauwe pak met zwarte coltrui. Vanden Broecke laat de emoties zichtbaar door zijn lijf dansen. Het kleine podium wordt gaandeweg te klein, gelukkig is er het weidse achterplein. Dat levert ontzettend geestige scènes op. Maar, die scènes leggen een pijnlijk inzicht bloot. Hoezeer Jonathan ook is geprogrammeerd om zich te excuseren als hij detecteert dat zijn menselijke gesprekspartner ontdaan is, hij trapt onbedoeld almaar harder op Hermans hart. Gewoon, omdat hij vanuit feiten en niet vanuit emoties redeneert. Per antwoord wordt akelig duidelijk wat vooralsnog, naast het enorme potentieel, de grote handicap van artificiële intelligentie is: gebrek aan inlevingsvermogen. Hoe intelligenter dergelijke robots zullen worden, des te gevaarlijker kunnen ze zijn als ze, los van alle data die ze in hun 'systeem' opslaan, niet begrijpen wat het is om graag te zien, om graag te leven. Vanden Broecke en Dhaenens drijven dit onvermogen op de spits in een ontluisterende apotheose. Met in de hand een bidprentje dat je verbijstering enkel nog groter maakt, verlaat je het plein.Jonathan kon qua setting inventiever uit de hoek komen maar het spel en de tekst zijn werkelijk ijzersterk en perfect uitgebalanceerd. Dit duo slaagt er feilloos in om wat dit voorjaar ieders hart brak - de toestanden in de woonzorgcentra en het sterven in eenzaamheid, in een medische omgeving - tot een stuk te verwerken dat je doet lachen, je ontroerd én een zaadje gezond wantrouwen tegenover artificiële intelligentie in je hoofd plant. Respect.