'Hier voel ik me thuis', zucht Joke Emmers wanneer ze zich als Nessie op haar koelkast vleit. Haar extra rode lippen glimlachen in haar extra witte gezicht. Deze Nessie woont in 'de stad'. Zij werkt er in een visfabriek waar ze de palingen vlot door haar handen laat glijden. Toch is deze Paling van Theater Antigone allerminst een stuk waarin de visserij een hoofdrol speelt.
...

'Hier voel ik me thuis', zucht Joke Emmers wanneer ze zich als Nessie op haar koelkast vleit. Haar extra rode lippen glimlachen in haar extra witte gezicht. Deze Nessie woont in 'de stad'. Zij werkt er in een visfabriek waar ze de palingen vlot door haar handen laat glijden. Toch is deze Paling van Theater Antigone allerminst een stuk waarin de visserij een hoofdrol speelt.Die hoofdrol is wegglegd voor Nessie en haar vader, vertolkt door Jos Verbist. Verbist opent de voorsteling met een niesje en een kuchje. Hij is man. Hij is niet meer zo heel erg jong. We weten allemaal wat dit vandaag kan betekenen. Vandewalle speelt slim met het feit dat elke toeschouwer meteen 'Ai, corona!' denkt zonder er verder expliciet op door te gaan. Maar dat Verbists personage zich niet lekker voelt, is van meet af aan duidelijk. Op een speelvloer die uit weinig meer bestaat dan een groot, wit projectiedoek waarvoor twee koelkasten staan - het linkse exemplaar vertegenwoordigt vaders huis, het rechtse exemplaar verbeeldt Nessies appartementje - maakt die vader zich klaar voor een reis die start bij zijn caravan aan het meer en moet eindigen in de stad, waar zijn dochter woont. Verbist ziet er al even wit uit als Emmers. Bij hem is niet de mond aangezet maar krijgen de wenkbrauwen een extra dikke, donkerbruine streep schmink. Komt dat niet gekunsteld over? Gek genoeg niet. Door de schmink ogen Verbist en Emmers als aandoenlijke porseleinen popjes in een ontroerend verhaal over de meest cruciale momenten in een mensenleven. Die ongewone look past overigens perfect bij de tekst van Stefanie Claes. Claes houdt van kleur. In haar eigen theaterwerk vertaalt zich dit in scènebeelden waarin poppen, acteurs en allerhande objecten verenigd worden in een universum vol warme kleuren en klanken. Als auteur vangt ze die bontheid met haar taal. Hersenkronkels promoveert ze tot 'palingen'. Wanneer de vader per trein naar de stad trekt, wordt die treinrit een lieflijk liedje. En de nachtshift in de visfabriek wordt een 'vissoortenrap'. De acteurs duikelen met veel spelplezier en een fijn gevoel voor humor van de ene vader-dochterscène in de andere en ontrafelen gaandeweg het schrijnende levensverhaal van Nessie en haar vader. Jawel, Nessie is ook de naam van het zogeheten monster van Loch Ness. Uiteraard is dat niet toevallig... Die naam heeft alles te maken met het meer waar het meisje Nessie opgroeide én met de figuur waarover we hier met geen woord reppen: Nessies moeder.De acteurs worden in hun vertelling letterlijk omgeven door de lichtbundels van een eenvoudig diatoestel. Onder meer met dat toestel tovert Vandewalle kamers, telefoons, schaduwen, sferen en de helgele kleur van verslagenheid op het witte achterdoek. Mooi maar te matig. Vandewalle geeft zijn spelers terecht alle ruimte. Daardoor degradeert hij evenwel zijn eigen scenografische beeldtaal tot weinig meer dan een frisse, kleurige illustratie. Jammer. Maar het weerhoudt Paling er niet van te ontroeren als ongekunsteld theater dat je, dankzij twee acteurs in topvorm, trakteert op een eenvoudig, in kleurrijke zinnen geschreven verhaal over een vader die, nog een keer, echt de vader van zijn dochter wil zijn. Voor het niezen en hoesten dat onmogelijk maken.