'Je kunt veel zeggen over Bart De Pauw, maar hij is zowat de enige Vlaming die helder communiceert.' De nieuwe show van Jan Jaap Van der Wal is een minuut ver wanneer de Nederlandse comedian zich voor het eerst op glad ijs begeeft.
...

'Je kunt veel zeggen over Bart De Pauw, maar hij is zowat de enige Vlaming die helder communiceert.' De nieuwe show van Jan Jaap Van der Wal is een minuut ver wanneer de Nederlandse comedian zich voor het eerst op glad ijs begeeft. Toch krijgt hij niet de licht verontwaardigde hohoho-lach die meestal door de zaal galmt na een scherpe grap. De Arenberg gaat voluit, het ijs is gebroken, de toon zit goed voor de rest van de avond. Dan is het al duidelijk dat Van der Wal, al jaren een ster bij onze noorderburen, bijzonder goed weet waar hij mee bezig is. Sinds hij in 2014 de Belgische eigenaardigheden fileerde in Café Corsari, is Van der Wal niet van onze podia, radio's en tv-zenders weg te branden. Na zijn passage daar volgde een voorstelling exclusief voor de Vlaamse zalen, De nieuwe Belg. Vervolgens zette hij zichzelf via tv-programma's en radiorubrieken perfect in de markt als grappige Nederlandse Belg. Hij werkte mee aan De ideale wereld en, bijna een must voor comedians die de culturele centra willen doen vollopen, hij draafde op als jurylid in De slimste mens ter wereld. Een tweede show voor en over Vlaanderen, met de, nu ja, schone titel Schoon, kon niet uitblijven. Met een ontwapenend 'Goedenavond, lieve vrienden!' komt Van der Wal op in een kring van witte theaterspots - meer dan dat heeft hij niet als decor. Meteen maakt hij de titel van zijn show duidelijk en vraagt hij zich af wat hij zoal schoon vindt aan Vlaanderen. Het antwoord is een reeks losse, maar scherp neergezette observaties over Vlamingen, hun vage communicatie, hun dialecten en hun play-offs. Zonder uitzondering zijn het herkenbare onderwerpen voor een Vlaams publiek, die we al vaak in sets van andere comedians zagen opduiken. Maar Van der Wal loopt net naast de platgetreden paden door zijn positie als halve buitenlander perfect uit te buiten. De Englishman in New York van de Vlaamse comedy heeft de stem, de vertelstijl en de gebaren om in een paar zinnen alles en iedereen in Vlaanderen genadeloos uit te vergroten. Dat doet hij altijd op een haast vertederende manier, met veel respect voor dat joviale halve landje waar hij nu al drie jaar, naar eigen zeggen, 'vaste gast' is. Al die kleine tafereeltjes in het eerste halfuur van de voorstelling hangen wel aan elkaar, maar de geroutineerde cabaretier in Van der Wal heeft de brugjes goed verstopt. Op die manier ontpopt hij zich tot de boeiendste stamgast van een bruin café op een dorpsplein, die los voor de vuist verhalen opdist over paardenkoersen en wifi-codes.Zijn verhaal krijgt meer zichtbare samenhang wanneer hij over zijn zoontje Tove begint te praten. De vraag in wat voor wereld hij zijn kind moet opvoeden, doet hem nadenken over zijn angsten en de polarisering in de samenleving. Uit die bezorgdheden puurt Van der Wal enkele stukken die introspectief lijken te beginnen, maar die via een omweg telkens weer naar een grappensalvo leiden. Die aanpak werkt vaak - in zijn relaas van een beangstigende vliegreis herken je de meesterverteller - maar af en toe maakt hij net die bocht te veel. Het beste voorbeeld daarvan is een korte routine over Marc Coucke, die een beetje verloren in de show zit. Een ultieme poging was om de show nóg Vlaamser te maken? We weten het niet. Eerlijk gezegd kijken we uit naar een show waarin Van der Wal zich op algemenere onderwerpen stort en niet enkel op dat kleine stukje tussen Nederland en Wallonië waar ze klakken dragen, naar de paardenkoers gaan en naar Blokken kijken. In het laatste kwartier pakt Van der Wal nog uit met zijn antwoord op de vraag hoe je MNM-muziek aankondigt in Klara-stijl. Een mooie vondst, die als een eindschot aanvoelt, eens te meer omdat het licht wordt gedimd. Toch breit de comedian er nog een ode aan Vlaanderen aan vast, gericht aan zijn zoon, waarin alle eindjes mooi samenkomen. Misschien wel te mooi. In ieder geval voelt het geforceerd aan na 75 minuten sterk opgebouwde, maar schijnbaar vrij bij elkaar geassocieerde stand-up.