Juli Zeh bevestigde in 2016 haar statuut als een van de meest getalenteerde Duitse auteurs met de vuistdikke roman Ons soort mensen. Daarin voert ze het ogenschijnlijk idyllisch (en fictief) dorpje Unterleuten op. Het plaatsje wordt geleid voor een welwillende burgemeester en een betweterige herenboer, Rudolf Grombowski genaamd. Wanneer enkele projectontwikkelaars een windmolenpark willen bouwen in het dorp laaien de gemoederen hoog op. Met dramatische gevol...

Juli Zeh bevestigde in 2016 haar statuut als een van de meest getalenteerde Duitse auteurs met de vuistdikke roman Ons soort mensen. Daarin voert ze het ogenschijnlijk idyllisch (en fictief) dorpje Unterleuten op. Het plaatsje wordt geleid voor een welwillende burgemeester en een betweterige herenboer, Rudolf Grombowski genaamd. Wanneer enkele projectontwikkelaars een windmolenpark willen bouwen in het dorp laaien de gemoederen hoog op. Met dramatische gevolgen. Mathijs F. Scheepers zetten zijn tanden in het boek en maakte er een spitse bewerking van voor Valentijn Dhaenens, Clara van den Broeck, Korneel Hamers, Lois Brochez, Marjan De Schutter en zichzelf. Net als Zeh laat Scheepers het verhaal evolueren door, tussen de scènes door, telkens een ander personage de zaak te laten becommentariëren. De vertelstem in het boek wordt in het theater een voice-over. Je moet even wennen aan het voortdurend switchen tussen vertelperspectieven, maar algauw laat je je meevoeren door het spannende verhaal én het vinnige spel. Nochtans zitten de speelstijlen niet steeds op dezelfde lijn. De Schutter, bijvoorbeeld, speelt Gombrowski en zijn hond Fidi met een droogkomische flair die de anderen zich minder toe-eigenen. En Scheepers komt soms overdreven heftig uit de hoek als de radicale natuuractivist Gerhard Fließ. Die variaties aan speelstijlen - er zit zelfs een staaltje poppentheater in de voorstelling - werkt soms storend, maar houdt wel de dynamiek in de voorstelling. Twee uur lang ploegen de zes spelers, ieder in zijn eigen hoekje, door de met aarde bedekte scène. Zo worden niet alleen de streken die de personages met elkaar uithalen steeds smeriger, maar ook de acteurs zelf. Wanneer de apotheose nadert, bereikt zelfs het decor een climax, met dank aan een uitgekiend takelsysteem.Zo maakt SKaGeN van Slapend rijk een knap vormgegeven speeltuin vol gefrustreerde geldgraaiers en paniekzaaiers die elkaar met onbedoeld komische zwier ten gronde richten. Achter het complexe stukje 'groene' werkelijkheid zit zeker een kritische ondertoon, maar moraliseren wil SKaGeN niet doen. Wel entertainen, en daar slaagt het gezelschap in, met dank aan het stevige basismateriaal van Juli Zeh.