Het publiek in volle bewondering doen staan voor je 'momfelende dictschie', dat is enkel de groten der acteursaarde gegeven. Groten die al zoveel speelkilometers op de teller hebben dat ze zonder verpinken van hun vals gebit een guitig rekwisiet kunnen maken. Josse De Pauw is zo een grootheid die van zijn vals gebit - al dan niet in de mond - een troef weet te maken.
...

Het publiek in volle bewondering doen staan voor je 'momfelende dictschie', dat is enkel de groten der acteursaarde gegeven. Groten die al zoveel speelkilometers op de teller hebben dat ze zonder verpinken van hun vals gebit een guitig rekwisiet kunnen maken. Josse De Pauw is zo een grootheid die van zijn vals gebit - al dan niet in de mond - een troef weet te maken. Dat doet hij in deze spitante bewerking van Moby Dick, Herman Melvilles klassieker uit 1851. Melville voert de wraakzuchtige kapitein Ahab op die zijn schip Pequod de verdoemenis in vaart tijdens de jacht op de witte walvis Moby Dick. Gorges Ocloo wilde dit verhaal al langer ensceneren. Een foto van een prachtig uitgedost Afrikaans meisje, drijvend op de zee, was de trigger. Het meisje bleek verdronken in haar poging om per boot Europa te bereiken. De vraag 'Had dit meisje de oversteek gemaakt als ze wist wat de uitkomst zou zijn?' koppelde Ocloo aan 'Had de bemanning van de Pequod ingescheept als ze geweten hadden wat hun kapitein van plan was?' Dit werd de basis van de voorstelling. De Nigeriaanse schrijver Ben Okri schreef de tekst die met verve vertolkt wordt door De Pauw en mezzosopraan Nobulumko Mngxekeza-NziramasangaDe Pauw vertolkt de verwilderde kapitein Ahab. Ahab wil koste wat kost de witte walvis Moby Dick doden. Waarom? Omdat deze walvis een van de benen van de kapitein weg hapte. Het dier moet en zal daarvoor boeten. De Pauw zwalpt over de scène met een blik die elk moment dreigt te kapseizen naar 'compleet gek'. Nobulumko Mngxekeza-Nziramasanga is de zwarte matroos Queequeg die in het boek amper aandacht krijgt. Meestal hangt die matroos hoog in de mast. Ocloo ontvouwt het verhaal op een scène zonder mast. Die scène laat zich in één oogopslag lezen: het is een walvisbuik. Daarvan getuigen de 'ribben' die het speelvlak omboorden, de speelvloer die met roze zand bedekt is en de rozige 'poliepjes' waarop beide performers af en toe gaan zitten. Achteraan, gehuld in het schemerduister van wat de slokdarm van de walvis moet zijn, houdt muzikant Toon Callier zich op en verspreidt vandaaruit een werkelijk fantastische soundscape - gecomponeerd in samenwerking met Dominique Pauwels - die woest golft tussen pure rock, jazz en een vleugje reggae. Die muziek kruidt het geweldige spel van De Pauw en van Mngxekeza-Nziramasanga - die even majestueus zingt als speelt - tot een broeierig schouwspel waarin de twee personages vanuit de buik en met slechts zicht op hun dood messcherpe vragen stellen over machtswellust, witte dominantie en minachting tegenover het onzichtbare. De poëtische tekst van Okri vaart perfect op de muziek van Callier. De performers zingen, dansen, mompelen en fluisteren zich via de woorden en dankzij de muziek een weg naar de verbijstering over de tollende wereld.Ze doen dat, door Ocloo's vinnige en niet van humor gespeende regie, met evenveel geestigheid als noodzaak waardoor deze Moby Dick at least Queequeg speaks even hard swingt van spelplezier als glanst van kwaadheid over het onrecht jegens mensen van kleur. Ocloo geeft de Black Lives Matters-beweging - en de wereld, tout court - een bonte parel van een stuk cadeau dat de schoonheid van de kunsten inzet om de schoonheid van een rechtvaardiger wereld te bepleiten.