Net wanneer we een zoveelste vraagteken in ons notitieboekje krassen, grijpt Willem De Wolf een microfoon beet. Hij beent naar de rand van de scène die het midden houdt tussen een loungeclub en een nachtelijke radiostudio. Collega-acteur Freek Vielen nestelt zich in een van de zwartlederen zetels naast de Wolf. Vielen zit met kaarsrechte rug en kijkt met een blik die hem onherkenbaar maakt als Freek Vielen. 'Hallo, ma?', zegt de Wolf in de microfoon. 'Dag jongen' antwoordt Vielen onbewogen.
...

Net wanneer we een zoveelste vraagteken in ons notitieboekje krassen, grijpt Willem De Wolf een microfoon beet. Hij beent naar de rand van de scène die het midden houdt tussen een loungeclub en een nachtelijke radiostudio. Collega-acteur Freek Vielen nestelt zich in een van de zwartlederen zetels naast de Wolf. Vielen zit met kaarsrechte rug en kijkt met een blik die hem onherkenbaar maakt als Freek Vielen. 'Hallo, ma?', zegt de Wolf in de microfoon. 'Dag jongen' antwoordt Vielen onbewogen. Er ontspint zich een bloedmooi, steenhard en o zo herkenbaar gesprek tussen een zoon die zijn best doet om een goede zoon te zijn en een moeder die vindt dat haar zoon misschien andere levenskeuzes had moeten maken. Eindelijk ontstaat er uit alle jachtige chaos een scène die je als een parel in je jaszak wil laten glijden om thuis opnieuw te bekijken.David of hoe we ons bedachten heeft alles - straffe acteurs, een stevige tekst, een decor waarnaar je uren kan turen - om steengoed te worden. Het basismateriaal is materiaal van het zinderendste soort: het oeuvre van de even getormenteerde als grappige Amerikaanse auteur David Foster Wallace die op amper 46-jarige leeftijd uit het leven stapte. De drie gezelschappen plannen na dit stuk nog twee 'Wallace-voorstellingen'. In dit eerste luik van de Wallace-trilogie puren auteurs Wannes Gyselinck, Willem de Wolf en Freek Vielen uit Wallaces biografie een stuk dat rijk is aan verwijzingen naar Wallaces leven en werk, én naar hun levenHelaas werkt die rijkdom stuurloosheid in de hand. Sommige scènes ontaarden onbedoeld in onbegrijpelijke nonsens, mét lachband. In andere scènes is de balans tussen het te luchtige spel en de treurige of filosofisch getinte inhoud zoek. Je ziet en voelt vertwijfeling. Dat is tekenend voor Wallaces gemoed maar te lang dobberen in vertwijfeling zorgt in het theater voor toeschouwers die hongeren naar meer. De voorstelling is op haar best wanneer ze voelt als een nachtelijke autosnelwegrit waarbij de gesprekken en muziek op de radio je doen lachen uit ongemak, je dronken van treurigheid maken en met de straatlantaarnen doen stralen van troost. En die momenten zijn er absoluut. Zoals de scène tussen Ans Van den Eede en Willem de Wolf waarin de Wolf zich excuseert voor een avond grensoverschrijdend gedrag is er zo eentje. Hilarisch en pijnlijk accuraat tegelijk. Of de scène waarin Suzanne Grotenhuis ontwapenend neerploft naast de Amerikaanse televisiepresentator David Letterman (met een dot slapstick gespeeld door de Wolf) om het over acteren en koekjes te hebben. Ook het gesprek tussen Greg Timmermans - als de overleden David Foster Wallace - en Ans Van den Eede (als Wallaces vrouw) - moffelden we in een jaszak wegens te beeldschoon, glashelder en te rakend om maar een keertje te zien. Er zitten meer parels verborgen in de chaos. Maar iets te veel scènes lopen als water (of whiskey...) razendsnel in en doorheen elkaar. Je hoort woorden, ziet zoekende lijven maar krijgt amper de tijd om meer te doen dan te twijfelen. Die scènes haken zich niet vast aan je hart noch je hoofd. Nog niet. David of hoe we ons bedachten heeft een lekker lange tournee voor de boeg en ontpopt zich ongetwijfeld (ha!) tot het equivalent van een deugddoende nachtelijke autorit waarna je thuiskomt met bolle jaszakken vol parels, en een opgelicht gemoed.