The Play = Hope
...

Het was een primeur van formaat. Ballet Vlaanderen kondigde vorig jaar aan dat het huis als eerste dansgezelschap de opvoeringsrechten van Café Müller, het legendarische stuk dat Pina Bausch in 1978 maakte én mee danste tot aan haar dood in 2009. Sindsdien werd het stuk enkel opgevoerd door de dansers van Bausch' gezelschap Tanzteater Wuppertal. Maar daar wist ene Sidi Larbi Cherkaoui verandering in te brengen... Sinds 2015 leidt hij, samen met Tamas Moricz, Ballet Vlaanderen. Cherkaoui is een van onze meest gevierde choreografen die continu de wereld rondreist én ook de grenzen tussen de genres probleemloos oversteekt. Hij maakt even goed (en graag) geëngageerde hedendaagse dans als een choreografie voor Beyoncé. Ook Pina Bausch erkende zijn talent. En dit zal meegespeeld hebben in de beslissing om Ballet Vlaanderen de opvoeringsrechten te geven. Hoewel, niet enkel Cherkaoui's reputatie was belangrijk. Ook de kwaliteit van de dansers. En die kwaliteit is werkelijk 'outstanding', zo blijkt ook uit Hope. Cherkaoui zette de afgelopen twee seizoenen zijn ensemble in de meest uiteenlopende creaties in. Dat ensemble viel niet door de mand als een bende stroeve klassieke ballerina's maar toonde zichzelf als een indrukwekkend getalenteerd, veelzijdig en flexibel ensemble dat zich schier elke dansstijl met elegantie,perfectie én emotie weet toe te eigen. In Hope moeten ze dit talent ten volle aanspreken. Vooreerst om Café Müller te vertolken, een choreografie waarin de persoonlijkheid van de dansers vele keren belangrijker is dan het vermogen om perfecte danspassen uit te voeren. Drew Jacoby nam de ietwat ondankbare taak op zich om de hoofdrol te dansen in het donkere café: de rol van de 'slaapwandelende' Pina Bausch, in een witte nachtjapon. Bausch groeide op in een café en lijkt tijdens de voorstelling haar kindertijd te herbeleven (of te dromen). Jacoby oogt minder fragiel dan Bausch maar ze danst met evenveel emotie. Dat geldt ook voor de andere dansers / cafégasten die elkaar in de armen vliegen (of net niet) in een reeks scènes die het café als een microsamenleving tonen waarin mensen elkaar helpen, beminnen en kwetsen.En zo opent Hope met een klepper. Daar wordt gelukkig ook een 'klepper' na geplaatst, weliswaar eentje van een heel ander kaliber: in Chronicle (1936) laat Martha Graham (1894 - 1991) twaalf danseressen - blootvoets - een krachtig,strak en expressief statement tegen oorlog en geweld uitvoeren. De bijna explosieve en perfect synchrone bewegingen, de uitwaaierende zwarte kostuums en de bijna strijdlustige mimiek staat haaks op de danstaal van Bausch. Net daardoor overtuigt ook Chronicle . Dat kan jammer genoeg niet gezegd worden van Annabelle Lopez Ochoa's Ecdysis. In vier duetten en een trio tracht Ochoa iets over de migratieproblematiek te vertellen. In een arme bewegingstaal, in vreemdsoortige, crèmekleurige kostuums waarvan de opstaande driehoekjes verwijzen naar reptielen (want deze dieren vervellen, net zoals een mens 'vervelt' wanneer hij in een ander land een ander leven tracht op te bouwen) en in een kaal decor met een lichtgevend raster als achtergrond. Ochoa's wereldcreatie vervaagde bij de twee eerdere meesterwerken. Dit toont het werkpunt van Ballet Vlaanderen: in het opvoeren van klassiekers imponeert dit huis meer dan ooit, in het opvoeren van nieuw werk nog niet. Met zo veel dans- en choreografietalent in huis plus een leidinggevend duo dat de vinger aan de pols van de hedendaagse dans houdt, is er hoop dat dit pijnpunt kan evolueren naar een pluspunt.Smaakmaker: